Advertentie

Op zoek naar wat verloren is

Bespreking van ‘De herinnerde soldaat’ van Anjet Daanje in het licht van ‘A la recherche du temps perdu’ van Marcel Proust

Een aantal weken terug heb ik mijzelf de tijd en rust gegund om te beginnen aan het omvangrijke ‘A la recherche du temps perdu’ van Marcel Proust, in vertaling. Ik lees elke dag ongeveer vijftig bladzijdes, zodat er daarnaast nog ruimte is voor wat anders. En waar veel mensen bang voor zijn als ze boeken naast elkaar lezen, gebeurt bij mij ook: de boeken gaan een wonderlijke verbinding met elkaar aan. In plaats van mij ertegen te verzetten, onderga ik deze synthese en probeer haar te vangen in een aantal essays. De vorige was mijn bespreking van Kollaards ‘Uit het leven van een hond’. Zonder nu alle boeken die ik naast Proust oppak, te willen koppelen aan deze grote modernist, kan ik de verleiding niet weerstaan hier ‘De herinnerde soldaat’ van Anjet Daanje, een prachtig relaas over een getraumatiseerde soldaat uit de Eerste Wereldoorlog, te bespreken in het licht van ‘A la recherche...’, voor zover ik daarmee gevorderd ben.

In ‘De herinnerde soldaat’ ligt het perspectief bij Noen, een soldaat die tijdens de Eerste Wereldoorlog vlak achter de Belgische frontlinie wordt gevonden en in een gesticht ondergebracht, omdat hij niet meer weet wie hij is. Vier jaar na de oorlog plaatst de directeur een advertentie in de krant, in de hoop dat er familie zal reageren. Tussen de vrouwen die zich melden, bevindt zich Julienne, die hem inderdaad herkent als Amand Coppens, haar echtgenoot, die samen met haar twee kinderen heeft en een fotozaak in Kortrijk. Zij neemt hem, onder protest van de arts, want zijn geheugenverlies is behoorlijk ernstig, mee naar huis en daar wandelt Armand onzeker rond in een wereld waarvan hij zich niets meer herinnert. Daar beginnen voor hem de gruwelijke nachtmerries over de oorlog. Julienne helpt hem de nachten door, terwijl zij regelmatig door hem wordt aangevallen in zijn slaap. Terwijl ze in het begin onwennig om elkaar heen draaien, raken zij langzamerhand steeds meer aan elkaar vertrouwd. Zijn gevoelens voor haar wisselen van wantrouwen, walging en haat naar vertedering, voorzichtige en later hartstochtelijke begeerte en weer terug, met alle tussenliggende nuances. Samen herschrijven en bouwen ze een gemeenschappelijke geschiedenis, waarin ze kwetsbaar en afhankelijk van elkaar zijn. Waarheid en leugen raken hopeloos verstrikt, ondergedompeld in angst en hoop.

Nu kan ik talloze parallellen noemen tussen het werk van Proust en Daanje, omdat het toeval wil dat beide boeken zich deels in dezelfde tijd afspelen. Zo kan het zijn dat ik Proust even neerleg op het moment dat zijn hoofdpersoon vanuit een rijtuig zijn omgeving observeert, en vervolgens Daanjes roman weer oppak als er net een vergelijkbaar rijtuig voor het huis van haar hoofdpersoon verschijnt, waardoor in mijn hoofd een historisch landschap verschijnt, waarin twee totaal verschillende levens zich ongeveer gelijktijdig afspelen. Ook het hele postgebeuren uit die tijd speelt in beide werken een belangrijke rol: waar de jonge Marcel zijn complete gevoelsleven in brieven uitstort aan zijn vriendinnetje Gilberte, zijn bij Daanje de korte boodschappen van en naar het front vaak onduidelijk en laten zo lang op zich wachten dat de werkelijkheid de inhoud van de brief pijnlijk inhaalt. Ook het onrustige, soms koortsachtige wachten op de post wordt in beide boeken mooi verwoord. Daarnaast zou ik een heel boekwerk kunnen schrijven over het verschil tussen de standen, die in die periode nog steeds een belangrijke invloed had op hoe mensen met elkaar omgingen.

Toch zijn het niet deze historische feitelijkheden die mij zo frapperen tijdens het lezen, al vind ik ook die zeker interessant. De grootste verwantschap tussen beide werken zit voor mij in de diepere laag en die verwantschap zorgt voor een verbinding die veel verder gaat dan alleen tussen twee literaire werken. Zij zorgt ervoor dat er een waarheid aan het licht komt die uitstijgt boven de verschillende individuen, personages, schrijvers, lezers. Zijn wij namelijk niet allemaal op zoek naar wie wij zijn en ondervinden wij niet allemaal tegelijkertijd de verwoestende en scheppende kracht van onze geest, niet alleen waar het de observatie en beleving van gebeurtenissen betreft, maar ook onze herinneringen?

Proust heeft zijn omvangrijke werk niet voor niets genoemd naar deze zoektocht. Voortdurend laat hij in steeds andere verwoordingen en nieuwe situaties zien hoe subjectief en tijdgebonden onze observaties zijn, hoezeer we er ook vat op proberen te krijgen. In het tweede deel, ‘In de schaduw van meisjes in bloei’, constateert de verteller zelfs dat de ‘ik’ de ander voor het grootste deel zelf schept, door in gedachten eindeloos over die ander te mijmeren, zelfs denkbeeldige gesprekken met hem te voeren, waardoor het zomaar kan zijn dat hij bij een werkelijke ontmoeting met die ander, de persoon in kwestie niet eens herkent, omdat deze in de gedachten van de ‘ik’ zulke andere vormen had aangenomen. Op dat moment blijkt het voor de verteller een hele klus om van beide personen weer één te maken. Bij Daanje zie je iets vergelijkbaars gebeuren. Je zit als lezer opgesloten in het hoofd van Amand en ervaart hoe hij voortdurend verandert onder de blik van Julienne en hoe tegelijkertijd ook Julienne verandert onder zijn eigen blik: ‘En ze staart hem aan, met stomheid geslagen door zijn brutaliteit, hij sluit de deur achter zich en loopt op haar af, en ze verroert zich niet, water druppelt van haar lichaam in de tobbe, hij zegt niets, zij zegt niets, en haar blik wordt onzeker vragend, alsof ze bang is voor hem, en hij vertelt dat ze adembenemend mooi is, en dat is ze ook, maar ze heeft niet het lichaam dat hij zich herinnert, ze is gedrongen, molliger, haar borsten zijn ronder en groter, haar heupen breder, haar billen en dijen zwaarder, haar benen korter, misschien had hij een van de vrouwenlichamen voor ogen die hij uit de kunstboeken van het gesticht heeft nagetekend, het is alsof hij de afgelopen weken een ander heeft liefgehad en alsof hij die zeer begeerde geliefde nu met deze onbekende, naakte vrouw bedriegt. Als zij zijn teleurstelling maar niet opmerkt, hij herhaalt bezwerend dat ze mooi is en hij raakt met zijn vingertoppen haar natte huid aan, ze huivert...’

Proust en Daanje brengen ieder hun eigen gefragmenteerde en voortdurend veranderende werkelijkheid aan het licht in een stijl die wezenlijk van elkaar verschilt en toch in beide werken fors bijdraagt aan de beleving ervan. Proust doet dat in gecompliceerde, samengestelde zinnen, waarbij observaties en gedachten voortdurend onderbroken worden door tussenzinnen en bijzinnen die weer een ander licht op de zaak werpen. Het is telkens opnieuw een puzzel voor de lezer, die hij kan oplossen door zich te concentreren op de hoofdzin om daar vervolgens de bij- en tussenzinnen in door te laten dringen. Daanje gebruikt ook lange zinnen, maar vrijwel uitsluitend aan elkaar gekoppeld door het nevenschikkende voegwoord ‘en’, waardoor een haast eindeloze stroom observaties en gedachten in gang gezet wordt, die gelijkwaardig aan elkaar zijn. Dat is een belangrijk verschil, dat des te meer interessant is, omdat het hier twee wezenlijk van elkaar verschillende personages betreft: de één is een alter ego van de auteur zelf, die terugblikt en voortdurend alles naar waarde probeert te schatten, vanuit zijn enorme intellectuele bagage, wikt en weegt, waardoor de hiërarchie in de zinsbouw echt betekenisvol is; de ander is een veteraan die zijn geheugen kwijt is, bij wie alles ongefilterd en dus ook ‘gelijkwaardig’ binnenkomt, omdat er geen geheugen is waar alle binnenkomende informatie aan getoetst kan worden.

Probeer tussen het lezen door de draad van het gewone leven maar weer eens op te pakken, zonder met een andere blik naar de mensen om je heen en naar jezelf te kijken. Je raakt stukje bij beetje je houvast kwijt en voelt je bij tijd en wijle net zo ontredderd, maar ook net zo ontroerd als de personages van Proust en Daanje. ‘A la recherche...’ is een enorm werk, waarmee ik pas net begonnen ben. Toch is ook ‘De herinnerde soldaat’ een lang en slepend verhaal dat past bij het leven zelf, dat voor het grootste deel bestaat uit alledaagse handelingen die steeds van kleur veranderen door de lichtval, de nachtmerrie die net achter de rug is, de blik van de ander met wie je de ruimte deelt en alle andere variabelen waaraan je als mens onderhevig bent. En aan het eind blijf je verbijsterd achter. Is dit dezelfde persoon als die je op de eerste bladzijde hebt leren kennen? Wat is er, haast ongemerkt, met hem en met jou in de tussentijd gebeurd dat je zo ver bent afgedreven? Je leest, maar wordt ondertussen aangetast, door elkaar geschud, gevormd, verrijkt. Dat is wat de hogere kunst vermag.

Dietske Geerlings

Reacties op: Op zoek naar wat verloren is

66
De herinnerde soldaat - Anjet Daanje
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners