Advertentie
    Emily Kocken Auteur

Een boek uit 1926 kan verrassend actueel zijn. Bijna honderd jaar geleden verscheen Iemand, niemand en honderdduizend, van
Luigi Pirandello, de schrijver van Kaos. Hier een schrijver die zich, lekker onbekommerd, niet drukmaakt om de gedoodverfde perfecte eerste zin.
‘Wat doe je?,’ vroeg mijn vrouw, toen ze me ongewoon lang zag treuzelen voor de spiegel. Ook het nu wat gedateerd aandoend aanspreken van de lezer ervaar ik als heerlijk verfrissend.
Het plot: je loopt met hoofdpersoon Vitangelo Moscarda mee in zijn verrassende zoektocht naar wie hij in wezen is. Dit alles naar aanleiding van een opmerking van zijn vrouw over zijn neus. ‘Ik dacht dat je stond te kijken hoe scheef hij staat.’
Ofschoon Moscarda in vele opzichten ver van de moderne lezer afstaat, hij is bankier, boek is geschreven in 1926, raakt zijn zoektocht naar hoe de vele verschijningsvormen van het zelf te dresseren ons allemaal. Een pre-selfie, pre-social media boek dat het gezicht van de mens (man) belicht van duizenden kanten, en laat zien hoe een mens tot het uiterste gaat, om te weten hoe andere mensen hem zien.
Door thema’s als echtheid versus nepheid, zichtbaarheid versus onzichtbaarheid, in het tragi-komische verhaal van Moscarda te verweven, raakt Pirandello aan de vraag wat essentieel is voor de mens en zijn besef van wie hij is en waarom hij leeft, of het leven wat hij leidt door wie hij is ertoe doet. ‘Je bent een ander in de ogen van alle anderen.’ Want, wie ben je voor de ander? En, hoe kun je hier invloed op uitoefenen? Moscarda gaat een experiment aan, hij kondigt dit aan met veel misbaar, wat het boek, een roman, toch iets essayistisch geeft. In het tweede boek (zoals Pirandello het tweede paragraafje noemt) gaat het experiment van start. Hij doet zich steeds anders voor aan anderen, en probeert het beeld dat anderen van hem, de bankierszoon, de zoon van de rijke vader, met onverwacht gedrag te doorbreken. Achter het heerlijk luchtige absurdisme gaat wel degelijk een wanhopige vraag schuil, naar wie hij, Vitangelo Moscarda, werkelijk is.
‘Ik voelde al te veel afgrijzen bij de gedachte dat ik me in het keurslijf van een willekeurige vorm zou moeten sluiten.’
Zelfs bij het voorstellen van een ander leven, lijkt hij een keuze te moeten maken voor een vorm, waardoor een ander hem kan herkennen, en aanspreken. Je kunt nooit aan jezelf ontsnappen, is de conclusie, hoe extreem de manieren ook zijn waarop je dit probeert.

Kritische kanttekeningen? Misschien komt het woord ‘gek’ te vaak voor, naarmate de afwikkeling van het verhaal vordert. Verder is het ‘gek’ om een boek dat zijn kwaliteit al bijna een eeuw heeft bewezen, kritisch te bespreken. Aan de andere kant zou ik het jammer vinden als jonge lezers, dit boek laten liggen, aangezien er levensvragen instaan waar ook zij mee worstelen, zoals 'wie ben ik?’, en 'wie mag ik zijn?’ aan de orde komen, en Pirandello laat zien hoe de mens het menszijn eerder acteert dan ervaart, een notie die je ook het denken en schrijven van Jean-Paul Sartre terugvindt.

Luigi Pirandello (1867-1936) werkte vijftien jaar aan deze roman. Hij ontving in 1934, twee jaar voor zijn dood, de Nobelprijs voor literatuur.

Reacties op: Een scheve neus leidt tot identiteitscrisis

14
Iemand, niemand en honderdduizend - Luigi Pirandello
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners