Lezersrecensie
Ga voor Groenlandse grensbewaking
Overprikkeling en een kort lontje gaan vaak hand in hand. Lang probeer je je in te houden, maar opeens schiet je uit je slof. Vaak om niets, zo lijkt het voor de verbouwereerde omstanders. Kwestie van de bekende druppel in de net zo bekende emmer. Herkenbaar? Dan is het boek "Over introvert of hoogsensitief" zijn van de Deense psychotherapeut Ilse Sand een regelrechte aanrader. Het kan het leven van de snel overprikkelden onder ons waarschijnlijk een stuk relaxter maken. Mooiste belofte van de auteur? ‘Trouw blijven aan jezelf, ook als je iets anders voelt of wilt dan van je wordt verwacht, kan een bron zijn van diepe tevredenheid in het leven.’
Hóe je jezelf trouw blijft, leer je in acht makkelijk leesbare hoofdstukken met sluiertip-oplichtende titels als "Scherm jezelf af voor teveel indrukken", "Beperk je doemdenken" en "Ga op je eigen manier om met conflicten en grenzen". Sand benadrukt overigens in het voorwoord dat ‘de adviezen en aanwijzingen in dit boek […] ook erg bruikbaar [zijn] voor mensen die tijdelijk of om andere redenen in een gevoelige situatie verkeren, bijvoorbeeld vanwege stress, trauma’s of burn-out.’ Waarmee haar potentiële lezerspubliek opeens vele malen groter is dan het 30-50 procent introverte en het 15-20 procent hooggevoelige deel van de bevolking. Gelukkig heeft de oerdoelgroep hier geen last van: al die medegevoeligen duiken immers in hun eigen hoekje in hun eigen boekje. Hoe minder zielen, hoe meer vreugd.
Maar niet enkel dit verbasterde spreekwoord verbindt introverten en hooggevoeligen met elkaar. Want hoewel niet alle introverten hoogsensitief zijn en niet alle hoogsensitieven introvert – vandaar het woordje "of" in de boektitel – hebben ze wel veel gemeen. Namelijk, zo stelt de auteur, ‘in die zin, dat ze diep reflecteren op het leven en zichzelf, en naar zichzelf luisteren, op zoek naar antwoorden op grote en kleine vragen, in plaats van zich alleen maar te oriënteren op wegwijzers buiten zichzelf.’
In een (Westerse) wereld waarin extraversie de na te streven standaard is, wordt de introverte mens makkelijk in een kwaad daglicht gesteld. Wanneer hij zich ook maar even uit alle prikkels terugtrekt om op te laden, wordt dat al snel voor lui aangezien, betoogt de auteur. Termen als ongezellig, aanstellerig, saai en arrogant gaan dan eveneens gauw over tafel. Ook vanuit de ongezellige aansteller zelf. Want die kan, zo meent Sand, makkelijk iets ‘kritiekloos’ overnemen ‘dat je anderen over jou hebt horen zeggen’. Dat moet anders.
En dat kán anders. Vanaf pagina 113 vind je neutrale alternatieven om je introverte gedrag en emoties te beschrijven. Zo ben je bij gebrek aan trek in gezelschap misschien niet altijd gezellig, maar wel degelijk sociaal. Want ‘je denkt aan de groep en het welzijn van anderen, en tegelijk aan je eigen welzijn’. En van aanstelleritis hoeft ook niemand je meer te beschuldigen. Je hebt nu eenmaal een – wetenschappelijk aangetoond – gevoeliger zenuwstelsel. Met bijbehorende lage pijngrens. Daardoor, stelt Sand, ‘voelen bijvoorbeeld kou en warmte heviger – en dan kan je je niet zomaar even vermannen en doen alsof er niets aan de hand is’. Waak er dan ook voor ‘een rol te spelen in een toneelstuk dat andere mensen voor ons schrijven’, drukt ze haar lezers op het hart. Want ‘proberen je anders voor te doen dan je bent, slurpt enorm veel energie. En er komt vaak een rekening achteraf in de vorm van uitputting’.
Stoppen dus, met extra doen als je intro bent. Schrijf je eigen script, speel je eigen rol en voer je eigen regie. Waardeer je talenten en stá voor je gedachten en ideeën. De wereld heeft ze nodig. Want ‘introverte en hoogsensitieve personen zijn goed in het bedenken van nieuwe mogelijkheden en oplossingen voor kleine en grote problemen. Ze hebben er ook talent voor om te kunnen voorzien wat er mis zou kunnen gaan.’ Dat scheelt een hoop verdronken kalveren.
Bovendien toon je met je voorbeeldgedrag van jezelf trouw zijn, dat introvert of hoogsensitief zijn oké is. ‘Dan is het als een steen in de vijver, er spreiden zich kringen in het water. Zodat meer en meer mensen met meer zelfvertrouwen hun plek in de gemeenschap innemen – zonder zich te verschuilen of zich te schamen.’
In Groenland zijn ze hier al heel goed in, verklapt de schrijver. Toen ze daar in 2015 een lezing hield, werd ze er door de lokale organisatie voor gewaarschuwd dat ‘als een Groenlander vindt dat een lezing hem of haar niets zegt, die persoon gewoon opstaat en de zaal verlaat.’ Dat gebeurde inderdaad, maar daardoor wist Sand wel ‘dat de mensen die waren blijven zitten, daar niet alleen maar zaten te zitten omdat ze vonden dat ze het niet konden maken om weg te gaan’.
Dit Groenlandse gebruik kan ze dan ook alle introverten en hoogsensitieven van harte aanbevelen: ter bewaking van de eigen grenzen. Zelf glipt ze tegenwoordig ‘zo discreet mogelijk naar buiten, als het niet prettig of nuttig meer voelt om te blijven’. Voor wie dat toch iets te spannend vindt, heeft ze nog een tweede tip paraat: ‘In mijn tas heb ik een paar haast onzichtbare in-ear-koptelefoons bij me. Die doe ik discreet in en […] dan laat ik wat prachtige muziek de lezing die aan de gang is overstemmen’. Heb je meteen ook een mooi intro om bij je eigen geluid te komen. Nu alleen nog leren dat wat vaker te laten horen.
**
Deze recensie is geschreven op basis van de eerste druk (2018) en verscheen – nét iets anders – ook in Nieuwe MensaBerichten.