Lezersrecensie

Klassieker in een menselijk jasje


Guido Goedgezelschap Guido Goedgezelschap
5 apr 2016

DE COVER

De cover toont een zeeschip zoals Homeros dat waarschijnlijk in zijn gedachten had toen hij de ' Odysseus ' geschreven heeft.

Op de achtergrond zie je felle lichtflitsen die van een onweer kunnen zijn, maar evengoed kan het de verschijning van één of andere god zijn. Het gaat nu éénmaal over een epos van Homeros en daarin spelen goden en aanverwanten belangrijke rollen.

Op de achterflap een foto van de auteur: een topauteur in Italië en daarbuiten. Ook de korte inhoud van dit boek is op de achterflap aanwezig. Maar het boek is meer dan dat, ... niet zo eenvoudig, ...

De cover geef ik een 3,5 op 5.

DE INHOUD

Heel wat aantekeningen heb ik gemaakt. Ik had de ' Odysseus ' nog nooit gelezen. Ik kende wel het verhaal, in grote lijnen, maar dat was alles.

Angezien de hoofdstukken geen titel hebben, heb ik de vrijheid genomen om die zelf een titel te geven. Dat is voor mij een hulp geweest om de inhoud van elk hoofdstuk beter te kunnen memoriseren, want het is niet zo eenvoudig om alles op een rijtje te houden bij deze lectuur.

I. Inleiding tot en met blz. 19

10 lange jaren duurde de oorlog in Troje, maar nus is de tijd aangebroken om huiswaarts te varen. Odysseus wil terug naar zijn land Ithica, waar hij koning is, naar Penelope, zijn vrouw en naar zijn zoon Telemachus. Vele gesneuvelden moeten zij achterlaten. De terug reis verloopt echter niet voorspoedig.

II. Lotusbloemen tot en met blz. 31

De vloot van Odysseus vaart door ' de muur van mist '. Hij verliest 4 van de 7 schepen en komt op een eiland terecht. De vier andere schepen zijn elders op het eiland. Onder invloed van het sap van Lotusbloemen wil zijn bemanning niet meer weg. 's Nachts moet hij ze binden en ontvoeren.

blz. 20

" Ook de zee stormde met hoge, lijkbleke, van schuim kolkende golven woest in dezelfde richting. "

blz. 26

" Het licht kwam op als een machtige, ononderbroken, alom tegenwoordige ademhaling. "

III. Cyclopen tot en met blz. 50

Zeer benauwende toestanden in het land van de Cyclopen, éénogige, mensverslindende reuzen. Odysseus en enkele van zijn bemanningsleden geraken opgesloten. Met een olijfboom maken ze de Cycloop blind en ze kunnen ontsnappen. De Cycloop roept een vloek over Odysseus uit, een vloek die niet zonder gevolgen zal blijven.

blz. 32-33

" Maar de wind dreef me een andere kant op, de zon leek een eindeloze tijd lang onbeweeglijk midden aan de hemel staan om dan ineens als een vlammende meteoor als het ware neer te storten op de horizon. "

blz. 33

Ook mijn godin Athena ( de beschermgodin van Odysseus ) sprak niet meer met mij en liet zich niet meer zien. Misschien had haar blik niet door ' de muur van mist ' , die de wereld van de oertijd en de zuiverheid van de onschuldige en weerloze mensen verborgen hield, heen kunnen dringen. "

blz. 37

" Ik was in een toestand waarin men met andere oren verstaat en met andere ogen ziet welke de enige werkelijkheid uit duizenden mogelijkheden is die op een bepaald ogenblik alle anderen uitsluit. "

blz. 40

" Ik kan mijn tranen niet inhouden. Ze liepen me over de wangen, en in mijn borst blafte mijn hart als een nijdige hond. "

IV. Het drijvende eiland en koning Aeolus, bedwinger der winden tot en met blz. 62

Koning Aeolus gaat Odysseus helpen om thuis te komen. Alle nadelige winden sluit hij op in een afgesloten zak. Alleen de gunstige wind blijft over en zal de schepen van Odysseus thuisbrengen.

V. Laestrygonen, reusachtige, mensetende woestelingen.

Op de één of andere manier is de zak met de slechte winden opengeraakt tijdens de slaap van Odysseus en zijn schepen raken weer op drift. De vloot van 7 schepen komen weer aan bij het eiland van koning Aeolus. Deze stuurt hem echter weg: hij wil niemand helpen die de vloek van Poseidon, de blauwe god, heerser van de zee, met zich mee draagt. Odysseus spoelt aan op het eiland van de Laestrygonen. Die vernietigen 6 van zijn 7 schepen, mét bemanning. Alleen het schip van Odysseus kan ontsnappen.

blz. 67

" Mijn schepen, ...ik zie ze nog, slank, volmaakt, als machtige potvissen over het blinkende water glijden. "

VI. Circe en het eiland waar niets is wat het lijkt tot en met blz. 88

Ze stranden op het eiland van Circe. Die woont in een huisje waar altijd een rookpluim uit de schouw komt. Odysseus gaat op zoek naar zijn verkenners. Blijkt dat Circe over toverkrachten beschikt, ... en ze is bloedmooi. Odysseus ontsnapt aan haar betovering. Om de toekomst te kennen moet Odysseus ' de schimmen van de overledenen ontmoeten '. Tiresias is de schim die hem de toekomst kan voorspellen. Odysseus blijft met zijn bemanning een jaar op het eiland van Circe.

VII. Tiresias, Agamemnon en andere schimmen uit de dood tot en met blz. 103

Tiresias' voorspelling is niet zo gunstig behalve als Odysseus zich aan 1 voorwaarde zal houden. Zoniet zal hij Ithica alleen, laat en ellendig bereiken. Op het eiland Trinacria mag hij ' de kudde van de koeien van de Zon ' niet aanraken ', ondanks ontbering en honger. Hij ontmoet zijn overleden moeder en ook zijn strijdmakkers Achilles en Ajax. Ajax keert hem echter de rug toe.

VIII. Circe, bis tot en met blz. 117

Na zijn bezoek aan de schimmen van de dood wordt zijn schip onbestuurbaar teruggezogen naar Circe. Deze neemt hem mee naar het verleden en laat hem zien hoe hij het beeld van Athena heeft gestolen in Troje. Nog vele beproevingen zal Odysseus moeten doorstaan eer hij terug in Ithica is. Na zijn vertrek bij Circe varen ze langs dee ' Sirenen '. Odysseus stopt was in de oren van de bemanning en laat zichzelf vastbinden aan de mast. Hij hoort verleidelijke stemmen, stemmen die hij kent en die een lied zingen over zijn eigen leven.

blz. 106

" ... ten slotte kwam de zon door en strooide met oneindig veel weerkaatsingen verblindende schitteringen en warmte die de dood uit mijn verkrampte ledematen verjoeg. "

blz. 107

" ... en ik hoopte dat we de plaats zouden bereiken waar de wereld van het onmogelijke wijkt voor bekende plaatsen, voor herkenbare landstreken. "

IX. Draaikolken en klippen en de kudde van de Zon tot en met blz. 130

Ze moeten door een engte met draaikolken en klippen. Het schip geraakt er door maar er is verlies van levens bij de bemanning. De zee wordt rustig en ze stranden op Trinacria. De wind is zeer lange periode ongustig en ze kunnen niet vertrekken. Eten en drinken raken op. Tijdens een korte afwezigheid slachten zijn bemanningsleden koeien van de kudde van de zon. Dat was verboden om niet alleen, laat en ellendig op Ithica aan te komen. Kort na zijn vertrek komen ze in een allesverwoestende storm terecht. Odysseus verliest zijn bemanning en zijn schip: hij is de enige die zich kan redden.

blz. 128

" Dat zal je wel zien, zei mijn hart, maar er kwam geen woord uit de beschutting van mijn tangen. "

blz. 130

" Ik had haar laatste schreeuw gehoord, terwijl het doormidden gebroken ten onder ging: ja, want schepen hebben een ziel en een stem, groeten ze, alvorens te sterven, hun commandant met een laatste hartverscheurend gekerm. "

X. Calypso tot en met blz. 145

Van de 600 strijdkrachten waarmee hij ten strijde trok naar Troje blijft hij alleen nog over. Zijn 7 schepen zijn verloren. Hij spoelt aan op het eiland van Calypso, een beeldschone vrouw. Op een dag komt een jongeling met de zon in zijn haar bij Calypso.

blz. 133

" De stralen van de zon wekten mij, de weerkaatsingen van het water dansten op de kruinen van de bomen boven mijn hoofd. "

XI. Afscheid op een vlot toet en met blz. 156

De jongeling was een boodschapper van Athena. Calypso moet Odysseus na 7 mooie jaren laten gaan. Maar Poseidons vloek blijft hem achtervolgen. Hij komt terecht in een zware storm en zijn vlot vergaat. Op wonderbaarlijke wijze kan hij zich redden en al het strand van een eiland bereiken. Odysseus is ellendig. Hij heeft letterlijk niet meer: zelfs zijn naaktheid kan hij niet meer verbergen.

XII. Phaeken, afstammelingen van Poseidon tot en met blz. 169

Odysseus moet zich vertonen aan een groep meisjes, zijn naaktheid bedekt met een tak. Hij ontmoet zo de prinszes van het eiland, Nausicaä. Hij is aangekomen op het eiland Scheria bij de Phaeken. Zij is de dochter van koning Alcinaüs en koningin Arete. Ooit woonden ze op Hyperea, dicht bij de Cyclopen. Odysseus is terecht gekomen op een ' beschaafd ' eiland, met vredelievende mensen waar nog nooit oorlog was. De prachtige stad wordt echter bedreigd door een enorme rotsmassa die op wonderlijke wijze in evenwicht staat. Bij de minste beving veroorzaakt door de drietand van Poseidon zou de stad verwoesten. Odysseus zwijgt over de vloek van Poseidon.

XIII. Volksspelen en een bloedige uitdaging tot en met blz. 184

De enige inwoner van Scheria die niet volmaakt was, was de blinde liedjeszanger Demodocus. Deze zingt over de belevenissen van Odysseus wat voor hem emotionele momenten oproept. Uit schrik voor de vloek van Poseidon mag zijn naam niet weerklinken over Scheria. Hij noemt zichzelf ' Niemand '. De herdenking van de grote verhuis wordt gevierd mert een groot volksfeest. De koning wil Odysseus koppelen aan Nausicaä, maar dat wekt bij Odysseus angstige gevoelens op. Odysseus wordt uitgedaagd, en het beest komt weer in hem losgelaten en hij wint, ... Hij maakt zijn naam bekend en hij wil naar Ithica, naar huis, naar Penelope en Telemachus, naar zijn volk, ...

blz. 180

" Hij lachte niet meer, hij zei niets meer. Groene schrik had hem gegrepen en ik kon zijn angst inademen terwijl ik dichterbij kwam, ..."

XIV. Schepen zonder roer en een ongustige profetie tot en met blz. 195

Odysseus krijgt een schip en bemanning ter beschikking om naar huis te varen: vreemd, de schepen op Scheria hebben geen roeren. Ze bereiken altijd de juiste bestemming zonder besturing. Er is echter een verwoestende profetie: als ze Odysseus naar huis brengen zal het schip bij terugkomst verstenen en de stad zal verwoest worden. Desondanks moet Odysseus het schip aanvaarden.

blz. 187

" Een lemmet van koude deed mijn adem bevriezen, ik zag hem dikker worden zoals ik hem nu ook zie. "

blz. 192

" Ik kuste hun handen en ik zou nog zoveel hebben willen zeggen, maar woorden kwamen de haag van mijn tanden niet voorbij, ik had een brok in mijn keel. "

XV. Ithica en een ontmoeting met Athena tot en met blz. 211

De Paeken hebben Odysseus achtergelaten op het strand van de geheime haven van Ithica. Hun schip is al verdwenen en Odysseus weet niet waar hij is aangekomen. Athena, in de vermomming van schaaphoeder, stuurt hem naar Eumaeus, een varkenshoeder. Die herkent Odysseus niet.

XVI. Telemachus, de hereniging tot en met blz. 223

Athena zorgt er voor dat Odysseus er weer als een heer uitziet. Hij ontmoet zijn zoon Telemachus. Na 20 jaar is Odysseus weer thuis.

XVII. Bloederige plannen smeden tot en met blz. 236

Het kasteel van Odysseus wordt bezet met opdringerige, arrogante en decadente prinsen die maar graag met Penelope willen trouwen. Eumaeus, Telemachus en Odysseus smeden bloederige plannen om het kasteel te zuiveren van de prinsen die zijn huis leegeten en leegdrinken. Odysseus ziet zijn trouwe, verwaarloosde hond: 20 jaar heeft Argos gewacht om nu aan zijn voeten te sterven.

XVIII. Decadente vrijers en een observerende bedelaar tot en met blz.250

Vermomd als bedelaar krijgt hij van Telemachus de toelating om in de eetzaal van de prinsen om voedsel te vragen. Ondertussen kan hij observeren: eerst observeren dan medogenloos toeslaan. Hij ziet zijn vrouw, maar het is te vroeg voor een ontmoeting.

XIX. Ontmoeting met Penelope, incognito tot en met blz. 263

Odysseus ontmoet zijn vrouw, verkleed als bedelaar. Ze herkent hem niet. Eurychia, de vrouw die hem voedde, wast zijn voeten en benen. Een litteken op zijn knie onthult zijn identiteit, maar ze belooft te zwijgen. De ochtend komt en Eumaeus brengt 2 varkens, Melanthius, de arrogante vriend van de prinsen, brengt 2 geiten en Philoetius 2 koeien, tot eer en glorie van de decadente vrijers. Odysseus heeft zijn ' legertje ' klaar om het op te nemen tegen de prinsen: hijzelf, Telemachus, Eumaeus en Philoetius zullen het opnemen tegen 50 decadente vrijers. Nochtans twijfelt Odysseus: hij gaat door het doden van de prinsen weer een hele generatie uitmoorden. Hij heeft al eens 600 man verloren in de strijd en terugtocht uit Troje. Athena, zijn godin wil echter dat hij de strijd aangaat.

XX. Een boogschutterswedstrijd voor een bruid tot en met blz. 277

Onverwacht organiseert Penelope een boogschutterswedstrijd met als inzet zijzelf. De schutters moeten daar wel de speciale boog van Odysseus voor gebruiken. Odysseus, als bedelaar, wint de wedstrijd en de bloederige strijd kan beginnen.

blz. 275

" Als het niet mogelijk is het streven en het verlangen van een heel leven te veroveren , is het beter om te sterven, ... "

XXI. Bloedige zuivering en een feest van kille en pure waanzin tot en met blz. 289

Odysseus en zijn trawanten moorden de decadente vrijers stuk voor stuk uit. De ontrouwe slavinnen worden opgehangen en ook Philoetius, de geitenhouder en vriend van de prinsen moet er ook aan geloven: hij eidigt op de mestbelt. Het eens zo vredige kasteel werd bezoedeld met de dikke en weezoete geurvan de dood. Eindelijk herkent Penelope haar echtgenoot.

blz. 284

" De rode zon van de zonsondergang had zich bevrijd van de schaduw maar hij moest nog maar weinig afleggen van zijn tocht naar het oopervlak van de oceaan. "

blz. 288

" De stilte tussen ons was luidruchtiger dan een duel tussen met brons bedekte krijgers. "

XXII. Vader, vrede en verzoening tot en met blz. 300

Penelope en Odysseus herbeleven de eerste huwelijksnacht, maar hij zal wel weer moeten vertrekken: hij moet over het vaste land, ver van de zee de vloek van Poseidon opheffen, een roeispaan meetorsen en een stier, een ram en een everzwijn offeren ter ere van de blauwe god van de zee. Odysseus gaat op bezoek bij zijn vader en er komt een verzoening met de bloedverwanten van de decadente vrijers. Laëtres, de vader van Odysseus doodt de leider, de vader van de leider van de prinsen.

XXIII. Oorlog kent geen winnaars, enkel verliezers tot en met blz. 312

Phemios, de liedjeszanger verwijt Odysseus dat hij niet vergevingsgezind geweest is tegenover de prinsen. Odysseus verdedigt zich: hij handelde in opdracht van Athena. Toch leeft Odysseus in de grootste twijfel. Hij ziet de geesten over het binnenplein bewegen voor de poort van de Hades ( de onderwereld ) waarvoor hij de centrale waterput aanziet. Eutimides, de zoon van de vermoorde leider van de bloedverwanten en de broer van de afgeslachte leider van de prinsen wil wraak nemen op Odysseus, maar hij vlucht weg. Odysseus weet niet meer of hij zijn volk nog kan regeren. Hij weet zelfs niet meer wat het woord vrede betekent.

XIV. De volksvergadering tot en met blz. 324

In het gezelschap van zijn vader Laëtres en zijn zoon Telemachus spreekt Odysseus zijn volk toe. De meesten betuigen hem alle eer. Eutimides doet dat niet. Er breekt een periode aan zoals Odysseus het zich kan herinneren voor hij ten oorlog trok.

XV. De roeispaan, een stier, een ram en een everzwijn tot en met blz. 335

Er spoelt een roeispaan aan op het strand, een roeispaan van één van zijn belanningsleden: hij weet dat het tijd is om weer te vertrekken, de tocht van de laatste beproeving. Tijdens zijn stille vertrek krijgt hij een duw van Eutimides. In zijn val sleurt Odysseus rotsblokken en stenen mee. Hij wordt bedolven en hij droomt dat hij begraven is in een grotkelder, bij de afbeeldingen van een stier, een ram en een everzwijn.

XVI. Bevrijding uit het graf en een beer tot en met blz. 347

Odysseus wordt bevrijdt uit zijn ' graf '. Calchas, een ziener en medestrijder. Ze vertellen aan elkaar wat ze van elkaar weten over hun laatste dag tussen de levenden. Tijdens de nacht wordt hij benaderd door een beer, maar die wordt verjaagd door honden.

XVII. Ondraaglijke eenzaamheid en Mentor tot en met blz. 357

Athena verschijnt aan Odysseus in het lichaam van Mentor, de vroegere raadgever van Odysseus. In ruil voor het geheim van zijn laatste dag op aarde laat Athena het lichaam van Mentor zien. Dat is bewaard gebleven in een diepe ijsgrot. Odysseus' beproevingen zijn lang nog niet ten einde. Na de muur van mist, moet hij ook nog door ' de muur van ijs '. Hij zal de winter moeten overleven. De eenzaamheid leert hem praten met zichzelf en met de wind die had leren praten met de stem van Penelope.

XVIII. Epiloog: de muur van ijs tot en met blz. 363

Odysseus trekt door de muur van ijs in grote ontbering en eenzaamheid. Poseidon verschijnt en geeft hem het dramatische nieuws dat zijn eenzame tocht nog lang niet ten einde is, ... In een wagen, getrokken met wolven zet hij zijn tocht verder, ... van waat verder met Odysseus gebeurt is niets meer bekend, ...

DE RECENSIE

Manfredi zet hier een meesterwerkje neer: de vermenselijkte uitgave van de ' Odysseus ' van Homeros. Hij doet dat op een zo meesterlijke manier, zo een leesbare manier: onwaarschijnlijk. Manfredi kan als de beste vertellen en dat is écht nodig om dit verhaal te schrijven. Ongetwijfeld heeft Manfredi een grote kennis van de ' klassieken ': je kan wel een vermenselijkte versie neerschrijven van de Odysseus, maar je mag daaregenover niets af doen van het oorspronkelijke verhaal. Dat Odysseus hier de hoofdfiguur is dat mag duidelijk zijn. Naast zijn verhaallijn lopen de verhaallijnen van de personages die hij ontmoet tijdens zijn onwaarschijnlijke omzwervingen.

Dat het niet eenvoudig is om de Odysseus in de oorspronkelijke versie te lezen, laat staan in een klassieke taal zoals het Grieks lijkt mij meer dan duidelijk. Daardoor wordt duidelijk dat Manfredi hier een perfecte versie gemaakt heeft van dit meesterwerk van Homeros. Dat de interesse er moet zijn om dit lezen spreekt voor zichzelf want het is een verhaal uit een tijd van goden, orakels, zieners, geestenrijken, vervloekingen en profeties. De moeilijke namen van de personages, daar kan je naatuurlijk niet omheen. Daarnaast is Manfredi er echter in geslaagd om het verhaal zo eenvoudig mogelijk te houden. De beschrijving van de plaatsen en de bevolking die Odysseus ontmoet spreken dan wel tot ieders verbeelding, maar door de beschrijving er van kan de lezer zich toch enigszins voorstellen waar Odysseus zich bevindt. Al met al zou men kunnen zeggen dat de Odysseus, in dit geval ' Mijn naam is niemand, de thuiskomst ' geen thriller is, geen roman, geen klassieke roman, geen psychologische roman, .... maar een ' klassieker ' van Homeros!

EINDBEOORDELING

Prachtige vermenselijkte versie van een klassieker van Homeros, de Odysseus. Niet zo gemakkelijk te lezen, maar door een briljant schrijver tot een vrij vlot boek herwerkt, zonder afbreuk te doen aan het oorspronkelijke verhaal.

Ik geef ' Mijn naam is niemand, de thuiskomst ' van Valerio Massimo Manfredi ****4 sterren.

Reacties

Meer recensies van Guido Goedgezelschap

Boeken van dezelfde auteur