Lezersrecensie

Cultuur, romances en spionage


Jean-Paul Colin Jean-Paul Colin
13 mrt 2014

De Spaanse schrijver Emilio Calderón (1960) is historicus en redacteur bij een uitgeverij. Hij debuteert met De kaart van God, een culturele thriller waarin de ontwikkelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog vanuit een andere invalshoek worden bekeken. Het boek is amper een jaar geleden in Spanje uitgegeven en ligt nu al in landen als China en Australië in de schappen.

Het is 1936 als de Spaanse burgeroorlog uitbreekt. Architect José María Hurtado de Mendoza pakt zijn spullen en vlucht naar de Spaanse Academie in Rome. Ondertussen begint de propaganda van Hitler en de SS aan een steeds dreigender opmars. Italië neemt een laffe houding aan en buigt voor de Duitsers. De situatie in het land wordt er met de dag slechter op en van stabiliteit is totaal geen sprake meer.
In de bibliotheek van de academie ontmoet De Mendoza de mooie Montserrat Fábregas, een antifascistische vrouw op wie hij verliefd wordt. Om aan geld te komen besluiten ze boeken te verkopen. Er is een opmerkelijk boek bij uit 1556. Een handelaar is erg enthousiast en kent een rijke prins die het werk ongetwijfeld wil kopen. De Mendoza krijgt te horen dat het boek een uniek exemplaar is. Het onthult de locatie van de kaart van God, een van de heiligdommen waarnaar de Duitsers op zoek zijn en die de macht over de wereld moet garanderen. Van De Mendoza en Fábregas wordt uit onverwachte hoek verlangd dat ze dit weten te voorkomen.

De Mendoza, protagonist en ik-persoon, blikt terug op datgene wat hem tijdens de oorlog is overkomen: de harde taal van Hitler en trawanten, hun honger naar wereldmacht en de speurtocht naar heiligdommen die een historische overwinning moeten garanderen. Wat vooral sterk naar voren komt is De Mendoza als gevoelsmens. Hij is geen volbloed spion of held die voorop loopt in de strijd. Integendeel: hij verafschuwt wapens en heeft oog voor alle plooien van '’t menselijk hart. De romance die tussen hem en Fábregas bloeit toont een kwetsbaarheid die hij probleemloos toelaat.
Verliefdheid en spionage in een tijd van oorlog en bedrog, dit is de hoofdmoot in De kaart van God. Maar Calderón doet hier nog een opmerkelijk schepje bovenop. De verbijsterend mooie cultuur van Italië wordt dusdanig geraffineerd op de voorgrond geplaatst, dat het contrast met de verwoesting die een oorlog aanricht, aangrijpend werkt.

De kaart van God krijgt het stempel ‘fictie’ mee. De kaart bestaat niet letterlijk en is een variant op een stenen plaat die in Rusland werd gevonden. Calderón kiest bovendien voor Rome en de Tweede Wereldoorlog zonder dat er enig verband bestaat met de plaat. Ondanks zijn keuze is de term ‘'faction'’ misschien beter op zijn plaats. Het verloop van de Tweede Wereldoorlog en de militaire kopstukken uit die tijd worden naar waarheid omschreven. Vooral de informatie over het fascistische Italië en haar gedoogbeleid naar Duitsland toe komen voort uit de ijzersterke zaakkundigheid van historicus Calderón. Hij omschrijft de misère waarin het land verkeert en legt de oorzaak bij het onbeduidende leger, de politieke verdeeldheid en de wankele economie. Dat Italië allesbehalve een veilige thuishaven was, ervaar je steeds beter naarmate het verhaal vordert.

En jawel, opnieuw wordt de link gelegd naar Het Bernini mysterie van Dan Brown. Maar overeenkomsten zijn hooguit te vinden in Rome en Vaticaanstad als decor en de zoektocht naar een aards wonder. De plot is echter niet gekoppeld aan een 24-uursrace, maar vindt plaats in een periode die vele jaren duurt. Ook zijn de personages geen stuntmannen maar mensen met passie, emotie en tekortkomingen. De kaart van God is zonder enige twijfel een debuut dat naar meer smaakt.

Reacties

Meer recensies van Jean-Paul Colin

Boeken van dezelfde auteur