Lezersrecensie
Deen als doel
In drie boeken van Turks-Armeense deserteur tot Deens staatsburger, dat is de turbulente levensloop van ‘James’ Pisket, beschreven en getekend door zijn zoon in een beklemmende grafische trilogie. Met het sluitstuk Staatsburger leert Halfdan Pisket dat zelfs uitschot dat op het verkeerde pad is beland een kans moet krijgen. Zoals we eerder al leerden dat je niet zonder reden uitschot wordt.
In de vorige delen van de trilogie, Deserteur en Kakkerlak, maakten we kennis met een jongen die opgroeit op de Turks-Armeense grens. Zoals geweten zijn de Turkse autoriteiten op zijn minst wantrouwig tegenover hun christelijke buren. Nochtans schetst Halfdan Pisket een idyllische samenleving in het dorp van zijn vader, waar priesters, imams en sjamanen dezelfde kerk delen. De aanwezigheid van Turkse troepen in de omgeving bederft echter alles. Ze doden James’ vriend. Wanneer James zijn dienstplicht vervult, sterft zijn vader en treedt het verval in in het dorp. Omdat James probeerde te deserteren om zijn vader te zien, wordt hij opgesloten en gemarteld en zoekt hij zijn heil in het buitenland, als gastarbeider in Denemarken. Hij vindt de vrouwen en zij hem. Hij wordt verliefd, wil in het land blijven, maakt amok, wordt uitgezet, keert terug met een vals paspoort, verkoopt drugs, vliegt de gevangenis weer, komt vrij, ontmoet een meisje, probeert op het rechte pad te blijven, maar maakt slechte vrienden, verzeilt weer in de criminaliteit, verliest in een afrekening een oog.
In dit derde deel krabbelt James weer overeind. Hij dealt opnieuw, maar neemt het op voor zijn ex en hun kinderen. Hij wordt weer opgepakt, maar krijgt de kans zich te rehabiliteren en zelfs de gelegenheid te werken aan zijn staatsburgerschap. Verzoend met zijn ex en zijn volwassen kinderen lijkt James op het einde van het derde boek pas echt zijn plaats gevonden te hebben in de wereld. Dit alles geeft de indruk dat de trilogie een louter anekdotisch en chronologisch relaas van een problematische migrant is, maar ze is veel meer dan dat. Dat is vooral te danken aan de bijzondere vertelstijl van de auteur. Vanuit een ik-perspectief krijgen we een deels feitelijk en deels emotioneel verhaal, waarin de verteller in koortsige droomsequenties zijn aanvoelen van het gebeuren verbeeldt. In dit derde deel doet hij dat meer dan ooit zonder woorden. Heel knap is hoe Pisket hele hoofdstukken in enkel beelden vertelt, waarin we tegelijk kunnen volgen wat er in het leven van het hoofdpersonage gebeurt, maar ook wat er rondom hem gaande is, wanneer een en ander zich afspeelt.
De tekeningen zijn niet altijd prettig om naar te kijken. De hoekige, rauwe stijl ervan past echter goed bij wat er verteld moet worden. De kracht van de scherpe pentekeningen in zwart-wit zit hem niet alleen in de ruwe vorm ervan, maar ook in de originele beeldtaal. Pisket is sterk in het visueel uitdrukken van percepties, zoals de lege maskers – op twee cirkels voor de ogen na – van de ‘gezichtsloze’ van de anonieme, haast onschuldige daders van het onrecht hem en zijn familie aangedaan. Of de dolken die uit ogen en mond van personages prikken wanneer ‘blikken doden’.
Het is knap hoe de auteur van een (objectief genomen) etter als zijn vader toch een personage met diepgang heeft kunnen maken, waarvoor je zelfs onvermijdelijk sympathie krijgt. Je leeft met hem mee, supportert voor hem als hij het opneemt tegen het systeem en inspanningen doet om iets van zijn leven te maken. In dat opzicht houdt de trilogie zelfs de lezer een spiegel voor. De lezer mag zich dan absoluut niet herkennen in de criminele en gewelddadige migrant, toch schuilt er in elk van ons een deserteur, een kakkerlak, maar uiteindelijk ook een keurige burger.