Advertentie

Wat is het boek "Tussentijd" van Erik Hensel mooi vormgegeven, een prachtig omslag met een geheimzinnige illustratie die bij beter kijken een diepe blik onder het wateroppervlak doet vermoeden, een bijzondere kwaliteit papier, een fijne leesletter. Gecombineerd met de prikkelende titel is het een boek dat onmiddellijk je aandacht trekt. Ik hoopte dat de inhoud van het boek ook zo rijk zou zijn aan betekenisvolle details.
Het boek is in een toegankelijke stijl geschreven, met korte zinnen, kleine hoofdstukken, geen moeilijke woorden, het leest daardoor erg snel en gemakkelijk.

De jonge, succesvolle zakenman Damian ziet in een tv-programma van de BBC opeens zijn oudere broer Paul terug die 20 jaar geleden als puber van hun nogal bekrompen ouderlijke thuis is weggelopen. Hij blijkt een succesvolle kunstenaar te zijn geworden en heeft zich met zijn vriendin teruggetrokken uit het hectische moderne leven op een mooi klein eilandje ver weg in de Stille Zuidzee. Damian heeft het altijd erg moeilijk gehad met het weglopen van zijn broer omdat Paul had beloofd dat hij hem later zou komen ophalen en besluit om zijn broer te gaan bezoeken, hij wil hem konfronteren met de gevolgen van zijn vertrek. Maar bij aankomst blijkt dat Paul zeer ernstig ziek is en dat hij nog maar korte tijd zal leven.
Damian besluit voorlopig bij zijn broer te blijven.

Het boek beschrijft de periode tussen 4 juli en 24 augustus vanuit het perspectief van Damian in korte hoofdstukjes die steeds een dag beslaan. Maar het is geen echt dagboek, met daarin beschouwingen of zielenroerselen, het is alleen een vorm om de gebeurtenissen per dag te rangschikken. Dat is een mooie vondst, het roept iets op van urgentie, de tijd dringt, dit is de aanloop naar het definitieve einde. Er is alleen nog tijd voor gesprekken die meteen de diepte ingaan.
Maar daar gaat het in het boek mis, in deze gesprekken worden hooguit wat dingen aangestipt, het merendeel van de gesprekken bestaat uit oproepen om in het hier en nu te leven, clichés als " Is dit nu later" en " dat is een goed inzicht" en " traditionele opleidingen zorgen voor traditioneel denken, wat resulteert in traditionele resultaten"en soms zelfs tenenkrommende opmerkingen als "Wat zijn je belangrijkste lessen? Nu je op sterven ligt?" (Pag. 171) .

Waarom breekt Paul als hij 16 jaar oud is zo totaal met zijn verleden, hoe is het hem gelukt om op eigen kracht een kennelijk nogal idyllisch bestaan op te bouwen, wat zocht en wat vond hij, waarom heeft hij zich niet bekommerd om zijn jongere broer?
En hoe zit het precies met die jongere Damian, die weliswaar een zakelijk succesvol leven leidt, maar in zijn persoonlijk leven duidelijk is vastgelopen.
En hun vrouwen, wat zijn dat voor mensen?
Er wordt wel verhaald over twee zeer uiteenlopend geleefde levens, over terminale kanker, een kindje dat verongelukt is, financiële en artistieke successen, over relatieproblemen, sterven en veranderen, allemaal belangrijke zaken die een diepgaande psychologische en literaire verkenning waard zijn,maar de schrijver blijft steken in summiere opsommingen en geeft daarvoor in de plaats anekdotes en citaten van anderen als van Toon Hermans, de Dalai Lama en Heinrich Böll om te wijzen op het belang van liefde, het leven in het hier en het nu en de betrekkelijkheid van geld en goed in vergelijking met relaties en gezondheid.
Waar is de verwarring, de opstandigheid, de twijfel en angst voor het onbekende bij zoiets groots als het sterven?

Damian en Paul komen niet echt tot leven, er wordt wel gesuggereerd dat er veranderingen plaatsvinden, dat Damian zich ontwikkelt, maar overtuigen doet het niet. Geen van de personages in het boek krijgt vlees op de botten. Misschien had het boek aan inhoudelijke kwaliteit kunnen winnen als de schrijver af en toe voor een wat andere invalshoek had gekozen, b.v. als hij een van de vrouwen aan het woord had gelaten.

In literatuur is de kortste verbinding tussen twee punten niet altijd de beste weg, het is geen michelinkaart voor de route naar het paradijs. In het beste geval brengt het boek het gebied dat onder de de kaart ligt tot leven en slaagt het erin om je mee te nemen op de reis en je onder te dompelen in iets dat je uitdaagt, dat je raakt, dat bruist en wringt, in iets dat je met een echte ervaring achterlaat. Maar dit boek overstijgt de kaart niet, het lijkt meer op het script van een copywriter of op een zelfhulpboek, dan op een roman.

Uit het boek blijkt wel dat Erik Hensel het talent heeft om een overtuigend geheel te presenteren. Hij is een nog jonge, succesvolle zakenman die bij zichzelf en in zijn omgeving steeds meer stress ervaarde. Zijn gesprekken met een oudere terminaal zieke vriendin vormden de basis voor dit boek.
Als je nog jong bent en volop leeft in deze tijd met zijn overdaad aan prikkels, maar merkt dat je niet meer los kunt komen van je telefoon, als je een beetje bent vastgelopen en denkt "is dit nou alles" dan zal dit boek je misschien wel kunnen aanspreken.

Reacties op: "...de tijd dringt.. "meer een zelfhulpboek dan een roman

27
Tussentijd - Erik Hensel
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners