Advertentie

Volgens de respectabele Cambridge English Dictionary, dat in 1888 voor het eerst verscheen, betekent stream of consciousness 'een stijl in de literatuur die wordt gebruikt om de gevoelens en gedachten van een personage weer te geven terwijl ze die ervaren, met behulp van lange, aaneengesloten stukken tekst zonder duidelijke organisatie of structuur'. Tot iets voorbij de eerste komma gaat deze omschrijving ook op voor De boot in de avond, het nieuwe boek van de Noorse schrijver Tarjei Vesaas, die vijftig jaar geleden overleed op 73-jarige leeftijd. In dat boek, door de Nederlandse uitgever een roman genoemd, een benaming die onvoldoende weergeeft wat je hier mag verwachten, gulpen de gevoelens en gedachten van de verteller niet overdadig of ongestructureerd op het papier, maar vallen ze elk op de juiste plaats. Dit lijkt overigens meermaals niet meteen te gebeuren, want Vesaas eist wel het een en ander van zijn lezers, maar dat is slechts schijn. Wie bereid is zich over te geven aan de soms poëtische taal en beelden zal – vroeg of laat – merken dat over elk woord, elke zin is nagedacht.

Waarom is de benaming 'roman' ontoereikend? Omdat je dit boek evengoed kunt lezen als een bundel van zestien afzonderlijke verhalen, met weliswaar één bindende factor, de poëtische taal. Die taal, kaal maar met onverwachte dieptes die herinneringen oproepen aan het werk van Armando, maakt het lezen van dit boek tegelijk tot een waar genot én een pittige geestelijke inspanning. Vesaas maakt het de lezer niet gemakkelijk. Zo wisselt het vertelperspectief soms in een en hetzelfde verhaal van ‘je’ via ‘hij’ en ‘ik’ naar ‘de jongen’, wat inhoudt dat je als lezer behoorlijk op je qui-vive moet zijn. Ben je dat niet, dan dreig je op een bepaald moment de draad te verliezen en blijft er weinig anders over dan opnieuw te beginnen. Wat op zich overigens geen straf is, want De boot in de avond biedt naast veel stof tot nadenken ook veel schoonheid op het vlak van de taal. Een verdiende pluim dan ook voor vertaler Marin Mars, die erin geslaagd is de ogenschijnlijke lichtheid van de oorspronkelijke Noorse taal uitstekend te bewaren.

Is dit boek een interne monoloog? Spreekt de verteller tegen zichzelf en mogen wij meeluisteren? Bestaan degenen tot wie hij zich richt, in tegenstelling tot de bijna fysiek aanwezige natuur, louter in zijn verbeelding? Of zijn ze toch echt? Versaas geeft, zoals het goede literatuur betaamt, geen antwoord op deze of andere vragen. Sterker, hij zorgt ervoor dat elke vraag een nieuwe vraag oproept. 'Er hangen vragen in de lucht. Antwoorden zijn er niet. Nooit zullen er antwoorden zijn,' schrijft hij in het elfde verhaal (of hoofdstuk). Het hart ligt naakt bij de grote weg in het donker. 'Niets kan worden begrepen, niets kan worden weggestopt.'

De schrijver weigert ook maar de kleinste tip van de sluier op te lichten. Wat ervoor zorgt dat je als lezer gebiologeerd blijft voortlezen, op zoek naar meer handvatten, houvast en desnoods reddingsboeien. En telkens als je denkt dat je de sleutel hebt gevonden om dit raadselachtige boek te ontcijferen, tovert Vesaas die weg, als een soort taalkundige illusionist.

‘Woorden kunnen je in de problemen brengen als grote stenen op je weg.
Fout: woorden kunnen juist de grootste stenen uit de weg ruimen.
Weer fout: woorden kunnen donkere afgronden worden waar je je hele leven niet overheen komt.
Je weet niet veel over de kracht en de schadelijke effecten van woorden.’

Dus laat je meevoeren door deze soms kolkende dan weer trage woordenstroom, recht in dit labyrint van poëtische bekoring. Je zult onderweg veel schoonheid tegenkomen. En die wellicht ook weer verliezen, want weinig is zeker in het universum dat Versaas hier creëert. Zoveel is wel zeker.

Reacties op: Een labyrint van poëtische bekoring

5
De boot in de avond - Tarjei Vesaas
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners