Advertentie
    Nicole van der Elst Hebban Recensent

'Waar kom je vandaan?' Steeds vaker werd journalist Haroon Ali deze vraag gesteld en zijn antwoord was simpel: Alkmaar. Geboren uit een Pakistaanse vader en een Nederlandse moeder zag hij zichzelf als een Nederlander met een ietwat exotisch uiterlijk. Toch merkte hij dat steeds meer mensen naar zijn afkomst vroegen. In Half onderzoekt hij hoe het is om tussen twee werelden op te groeien en geeft hij op een bijzonder persoonlijke manier vorm aan de zoektocht naar zijn Pakistaanse roots.

Als journalist schreef hij al veel reisverhalen, maar was sinds zijn tienerjaren niet meer in Pakistan geweest. Hij werd nieuwsgierig naar hoe hij het land van zijn vader nu zou zien – als Westerse journalist of als iemand die daar deels zijn wortels heeft? Twee maanden reisde hij rond, waarbij hij met open armen werd verwelkomd door familieleden, maar ook komen in zijn boek komen Pakistani aan het woord die zich proberen te ontworstelen aan de conservatieve normen en waarden van het land.

In deze haast reportageachtige inkijkjes voelt Ali zich als journalist thuis. Hij weet contact te leggen met de juiste mensen, waardoor hij een liberaal Pakistan laat zien dat in scherp contrast staat met de berichten over groepsverkrachtingen en blasfemiewetten die het Nederlandse nieuws halen. Hij ontdekt bijvoorbeeld de populariteit van de datingapp Grindr, praat met verschillende onafhankelijke vrouwen (waarvan er eentje als programmeur bij een IT-bedrijf werkt), en merkt de relatief tolerante houding ten aanzien van transgenders op.

Als Half alleen uit dit soort gesprekken zou bestaan, was het al lezenswaardig genoeg, maar Ali stapt uit zijn journalistieke comfortzone door de vorm waarin hij dit verhaal giet. Het is een brief aan zijn twaalfjarige halfbroer, de zoon die werd geboren uit het huwelijk van zijn vader met een Pakistaanse vrouw.

'Er is zoveel dat ik je wil vertellen. Er is zoveel dat ons bindt en tegelijkertijd helemaal niets […] Ik ben in een ander Nederland opgegroeid dan jij, dus ik kijk ongetwijfeld anders naar mijn Pakistaanse wortels. Jij bent heel en ik maar half.'

Op een openhartige manier vertelt hij over zijn jeugd in Amsterdam-West, hoe hij tegenover zijn ouders uit de kast kwam en waarom hij zich steeds minder kon vinden in het Islamitische geloof. Ondanks dit persoonlijke verhaal weet hij generaliserende waardeoordelen over de Nederlandse of Pakistaanse cultuur grotendeels te omzeilen. Hij geeft zijn broertje vooral een inkijkje in zijn eigen leven om hem voor te bereiden op de ontdekkingstocht die ook hij, ondanks zijn beide Pakistaanse ouders, de komende jaren voor zich heeft.

In het nawoord schrijft Ali dat het hem moeite heeft gekost om de vertaalslag te maken van een journalistiek reisverslag naar een uiterst persoonlijk verhaal. Het gehuil en gevloek dat dit hem heeft gekost, tilt Half uiteindelijk uit boven andere verhalen waarin de zoektocht naar identiteit centraal staat. Hij schroomt bijvoorbeeld niet om gesprekken met zijn vader in het boek op te nemen, waardoor hij niet expliciet aan zijn halfbroer de moeilijke verhouding duidelijk hoeft te maken, want de ongemakkelijkheid spat al van de pagina’s af. Dat dit boek de familieverhoudingen extra op scherp zet, neemt Ali voor lief. Net als dat de reis naar Pakistan niet de gewenste toenadering tussen vader en zoon oplevert, of een duidelijk antwoord geeft over zijn eigen identiteit.

Deze eerlijkheid levert een krachtig verhaal op waarin een genuanceerder beeld van Pakistan naar voren komt, maar door de persoonlijke insteek vooral herkenbaar is voor lezers die, net als de auteur, voortdurend balanceren tussen Nederlandse en niet-Westerse verwachtingspatronen.

Reacties op: Het beste van twee werelden