Lezersrecensie
Koud vakmanschap zonder hartslag
Laat ik beginnen met wat het boek wél goed doet. De taal is onmiskenbaar verzorgd, soms scherp, soms ongenadig precies. Je voelt de tijd waarin het geschreven is: het ritme, de woordkeuze, de afstandelijkheid. Dat waardeer ik. Ook het sporadische Vlaams dialect werkt hier en daar authentiek en geeft het verhaal een lokale kleur die niet geforceerd aanvoelt. Claus beheerst zijn instrument, daar bestaat geen twijfel over.
Maar literair vakmanschap alleen is voor mij niet genoeg.
Het verhaal bleef op afstand. Ik las, maar ik leefde niet mee. De personages kruisen elkaar, maar raken elkaar nauwelijks en mij als lezer al helemaal niet. Het boerenleven, dat als decor zou moeten schuren of wringen, voelt eerder functioneel dan doorleefd. Alles lijkt bewust koel gehouden, alsof emotie iets is wat vermeden moest worden.
En dat is waar het voor mij misgaat. Een goed boek mag pijn doen, schuren, zelfs ongemakkelijk zijn, maar het moet ergens ook warmte achterlaten. Een restgevoel. Een echo. Iets wat blijft hangen als je het boek dichtklapt. De Zwaardvis deed dat niet. Het liet me eerder leeg dan vol achter. Niet verontrust, niet geraakt, niet verrijkt.
Het is geen slecht boek. Het is een boek waarvan je ziet dat het zorgvuldig is gemaakt. Maar “leuk geprobeerd” is in dit geval precies de juiste samenvatting. Ik bewonder de vorm, maar mis de ziel. En zonder dat warme gevoel van binnen, zonder die stille bevestiging dat lezen de moeite waard was, blijft het voor mij een literaire oefening en geen ervaring.
Een boek om te kennen, niet om te koesteren.