Advertentie

Ooit, toen ‘we’ Nederlands-Indië nog koloniseerden, was ‘Indische roman’ een begrip binnen de Nederlandse letterkunde. Literatuur van grootheden als Couperus, Multatuli en Hella Haasse, met verhalen zich (vooral) afspeelden binnen de kringen van Nederlanders die in de ‘Gordel van Smaragd’ woonden en werkten. Er zijn door die Nederlands-Indische schrijvers een paar pareltjes geschreven (Max Havelaar, De stille kracht, Oeroeg) die nog steeds herdrukt en gelezen worden –en die door dappere middelbare scholieren gelukkig ook nog weleens van de verplichte boekenlijst afgestreept worden.

Het zijn dus grote schoenen waarin de Nederlandse thrillerschrijver Jacob Vis stapt met zijn nieuwste boek De Borneodeal. Plaats van handeling is niet Nederlands-Indië, maar het moderne Indonesië, met een bijrolletje voor de stadstaat Singapore. Het is een alleszins modern verhaal met thema’s als klimaat, duurzaam ondernemen en corruptie, maar Vis houdt zich toch keurig aan een paar definities van die oude ‘Indische romans’, zoals die ooit door hoogleraar Nederlands Jacqueline Bel zijn opgesteld. Ik citeer uit het tijdschrift Indische Letteren uit 1992:  

1. De handeling speelt in Europese kringen in Indië. 2. Hoofdpersoon is meestal een blanke Nederlander die het niet zo nauw neemt met de moraal.’

De Nederlandse oliepalmplanter Tjibbe Veenstra en bosbouwconsulent Joost Hellweg bewerken een plantage op West-Kalimantan (bij Nederlanders beter bekend als het voormalige Borneo; vandaar de titel). Zij pogen daar, in opdracht van de president van Singapore, een meer duurzame vorm van landbouw toe te passen, waarbij het milieu en de dieren moeten worden ontzien. Dus geen enorme bosbranden om het niet gebruikte hout te verwerken, maar een milieuvriendelijker aanpak.

Dat lukt ze aardig, maar de andere, Indonesische én westerse plantagehouders in de regio zien het met lede ogen aan. Duurzaam ondernemen kost geld, en daar hebben ze helemaal geen zin in. Met als gevolg gedonder op het eiland - moord, doodslag - waarbij ook de corrupte lokale autoriteiten een kwalijke rol spelen.

Vis (1940), die meerdere keren voor de Gouden Strop werd genomineerd, schreef een ambitieus boek dat zich niet geheel binnen de traditie van de gewone thriller bevindt. Lijken genoeg, maar hier geen speurneus die aan het eind van het boek de dader in de kraag vat. Nee, van meet af aan is eigenlijk wel bekend wie de slechteriken zijn. Het is eerder een ouderwetste avonturenroman te noemen, met vele verhaallijnen. Er is immers niet alleen de geschiedenis rond planter Veenstra, ook is er een intrigerende verhaallijn rond orgaanroof, met een kwalijke rol voor een Belgische arts.

De lezer dient de veiligheidsgordels wel om te doen bij het lezen van dit boek, want de (vele) gewelddadigheden komen soms vrij onverwachts uit de lucht vallen. Moord, doodslag, verkrachtingen – Vis kijkt niet op van een liter bloed meer of minder. En van een nummertje seks is hij ook niet vies.

‘Zijn afgehouwen hand die de mandau nog omklemde, lag naast hem. Iets verder, dwars over elkaar heen lagen de lijken van de twee met kapmessen bewapende mannen.’

Vis – inmiddels een ervaren auteur – houdt al de verhaallijnen keurig in het gareel: geen moment verslapt de aandacht. Hij weet bovendien waar hij over schrijft. Hij heeft Indische roots en is voormalig bosbouwer, dus al lezende kom je ook een hoop te weten over de productie van palmolie.  Spul dat werkelijk overal voor gebruikt wordt, maar dat op zijn zachts gezegd lang niet altijd duurzaam wordt verbouwd.

Boven alles schreef hij een spannende avonturenroman, deels in de traditie van ‘onze’ Indische literatuur. De Borneodeal is een dapper boek, met af en toe snufjes Haasse en Couperus. Wie had dat anno 2020 nog kunnen denken?

Reacties op: Avonturenroman in Indische traditie

12
De Borneodeal - Jacob Vis
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken