Advertentie

Op een dag, vroeg in 2019, rijdt schrijfster/journaliste/vertaalster Pauline de Bok in haar auto naar het oosten. Ze is op weg van Amsterdam naar Mecklenburg-Vorpommern, in het noordoosten van Duitsland, waar zij een stuk grond heeft en haar tweede woning. Die autorit heeft zij al vaak gemaakt, maar dit is de eerste keer dat wij - de lezers van haar boek - met haar meereizen, als een soort parasiet in haar hoofd. We horen haar gedachten, terwijl zij op weg is naar het oosten, maar ook in het jaar na aankomst, als zij rondscharrelt in en om haar woning.

Praten tegen zichzelf doet zij veel. Over alles wat haar opvalt in het land bij haar Duitse huis. En dan heb ik het niet over de mensen, of de cultuur. Want hoewel er wel wat buren lijken te zijn, spelen die geen grote rol in het boek. De Bok concentreert zich op de natuur om zich heen. Van de kleinste insecten, tot aan de vele vogels en de grotere dieren zoals herten, zwijnen en wasbeertjes die op het land rondscharrelen. Maar ook op de bomen, de gewassen en de bloemen.

De poel, waarnaar het boek genoemd is, speelt daarbij een centrale rol. Want die poel staat droog, voor het eerst in al die jaren dat zij het land bezit. En zo’n droge poel, dat betekent iets voor de planten en de dieren op het land. Moet zij de poel kunstmatig nat houden? Mag zij dat eigenlijk wel, zo ingrijpen in de natuur? Moet zij niet juist ook de natuur de kans geven om zich aan te passen aan de droogte? Dat is een onderwerp waar zij regelmatig met zichzelf over delibereert, zonder tot een definitief besluit te komen. Dat het technisch extreem ingewikkeld is de poel te vullen geeft uiteindelijk de doorslag: de poel blijft droog. Maar De Bok’s zorgen blijven.

Haar gedachten malen door en door bij alles wat zij doet en ziet. Moet zij de wasbeertjes, een plaag in Duitsland, vangen en doden? Welke rol speelt het schattige uiterlijk van het beertje bij die beslissing? En hoe bepaal je eigenlijk wanneer een dier een plaag is? Is de mens niet zelf ook een plaag? Een mensdier - zo noemt De Bok zichzelf (wat grappig is gezien haar naam). Wat geeft het mensdier zoveel meer rechten dan andere dieren?

Zij begeeft zich ook buiten haar eigen zone. Ze observeert hoe de dennen worden gekapt, omdat zij dood gaan aan de letterzetter, een klein beestje dat hele bossen blijkt de kunnen vellen. Dat verandert het landschap, en haar uitzicht. Klein beestje, groot effect. Ook gaat zij soms jagen, vol twijfels. Want wat geeft je het recht om een ander wezen te doden? En tegelijk: doden niet vele dieren anderen? En als je dan een dier wil eten, is het dan niet beter het zelf te doden, in plaats van lafhartig een lapje vlees in een styrofoam bakje uit de supermarkt te halen?

Ik vond dit niet altijd een makkelijk boek om te lezen. Dat was deels omdat er dieren en planten in voorkomen die ik niet ken, en de Bok niet altijd moeite doet de lezer van uitleg te voorzien. Misschien begon ik ook op het verkeerde been, denkend dat dit een natuurboek was. Een paar foto’tjes of tekeningen zouden me geholpen hebben, bijvoorbeeld om haar stuk land te visualiseren. Het boek bevat ook weinig actie. Het is eigenlijk meer een filosofische verhandeling over de microeffecten van klimaatverandering en over de rol van de mens in de natuur. Elk vraagstuk wordt van alle kanten bekeken, waarbij De Bok interessante en grote thema’s aansnijdt, maar eigenlijk nooit tot heldere antwoorden komt. Dat laat ze aan de lezer. In die zin is dit dus vooral een boek dat je aan het denken zet.

Reacties op: In het hoofd van De Bok

11
De poel - Pauline de Bok
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken