Advertentie

riep vader. Het werd doodstil in de kerk. (…) Tot mijn opluchting zag ik de orgelman de witte toetsen afzoeken en Psalm 51 inzetten, waardoor de gemeente oprees en vaders protest wegviel tussen de dorpsbewoners, als een klontje boter tussen eidooiers, daartussen het zachte gesis van de roddelvrouwen. Niet lang daarna zagen we moeder met een natte neus de bank uitvluchten, het liedboek onder haar arm geklemd. Belle had in mijn zij gepord: “Je vader is niet goed wijs.” (…) Hoe kon hij het de dominee kwalijk nemen? Misschien was het wel onze eigen schuld? Misschien was het wel een van de plagen en een plaag is hier nooit een natuurverschijnsel maar een waarschuwing.”

Dit zwaar gereformeerde gezin wordt getroffen door de verdrinkingsdood van de oudste zoon Matthies. Het is een onbegrijpelijk en pijnlijk verlies. De ouders vervallen in absoluut stilzwijgen. “Over de doden praten we niet, die gedenken we.”
Ze laten de jongere kinderen Jas, Hanna en Obbe (pubers) aan hun lot over. Zij willen de dood begrijpen, ontmoeten. Ze bedenken de meest gruwelijke, pijnlijke, weerzinwekkende en perverse spelletjes, vooral op seksueel gebied. Walgelijk. Met dieren, met elkaar en zelfs met vriendinnetje Belle. De chantage van broer Obbe wordt ook steeds gemener. De dood is ineens overal. Het wordt een obsessie. Als dan ook nog MKZ uitbreekt en alle koeien geruimd moeten worden is de catastrofe nagenoeg compleet. Moeder eet nauwelijks. “Haar lichaam is zo mager als een waterhoen die vastgevroren zit in het wak van haar verdriet.” Er zijn veel mooie metaforen in dit boek. Maar er zijn er teveel en soms zijn ze ook echt te bedacht: ”Moeder heeft haar handen tot vuisten gebald. Als opgerolde egels liggen ze op het tafelblad.”

De ik-persoon, aan het begin van het boek 10 jaar en aan het eind van het boek 12 jaar, is zo genoemd omdat ze weigert haar jas uit te doen. Ze is gehuld in een “jas van angst”. Een ziekte kan van alle kanten komen… “Eigenlijk is mijn jas net zo goed een verzet, een rebellie tegen alle ziektes die worden genoemd in de radioverzoekjes bij De Muzikale Fruitmand. Ik word steeds banger voor alles wat je kunt krijgen.”
De meeste gesprekken vinden in haar hoofd plaats. En haar verbeelding is immens. Ze heeft daarnaast ook nog een obsessie met poepen. En daar bedenkt vader ook wel wat op… Vreselijk!

“In ongemak zijn we echt” lezen we op blz. 135. Het enige dat de kinderen willen is dat hun ouders weer normaal zijn, dat ze de kinderen weer zien, dat ze weer vrolijk zijn. Ze hunkeren naar genegenheid, een beetje liefde, een aai over hun bol...Maar dat gebeurt niet. Jas zegt: “Het klinkt misschien gek, maar ik mis vader en moeder vaak terwijl ik ze iedere dag zie.” (…) De dood heeft hier een eigen kapstok.”

Over de “overkant” wordt diverse keren gesproken. De verdronken oudste broer was op weg naar de overkant. Is dat aan de overkant van de brug, vragen Jas en Hanna zich af? Wanneer gaan we naar de overkant? Het Beloofde Land ligt aan de overkant. Wie wordt onze redder? Boudewijn de Groot? De dierenarts misschien?

Naarmate het boek vordert, voel je dat het "ongemak" van dit gezin, van de kinderen zich steeds meer uitbreidt en als lezer werd ik daar eigenlijk onpasselijk van. Het is allemaal te veel! Niemand die ingrijpt...

Marieke Rijneveld kan beslist schrijven, maar ze moet meer doseren en haar perverse fantasieën intomen tot “normale” proporties. En niet op elke bladzijde drie metaforen. Het hoeft ook niet allemaal zo expliciet beschreven te worden. Show, don’t tell….
Ik zal niet snel meer een boek van haar lezen. Drie sterren.

Reacties op: “De oorzaak zijn de dominees”

1105
De avond is ongemak - Marieke Lucas Rijneveld
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners