Advertentie

DE SPIEGEL VAN ONS VERDRIET is het derde deel van de interessante en boeiende interbellumtrilogie van meesterverteller Pierre Lemaitre. Zie mijn recensie over deel I: TOT ZIENS DAARBOVEN: https://www.hebban.nl/recensie/wil-over-tot-ziens-daarboven

De achtergrond van dit laatste deel is de exodus cq jammerlijke aftocht van juni 1940. Lemaitre beschrijft de periode: 6 april 1940 – 13 juni 1940. Zes maanden na de mobilisatie. De schrijver heeft wederom veel onderzoek gedaan en diverse naslagwerken geraadpleegd om tot deze boeiende roman te komen, zie ook zijn uitgebreide verantwoording achter in het boek. We volgen deze bloedige historische periode via vier alternerende, duidelijk gescheiden, verhaallijnen.

Het begin, het eerste hoofdstuk is wederom heftig. Een zeer bloedige zelfmoord onder “verdachte omstandigheden” die nader dient te worden uitgezocht door gerecht en slachtoffer. De eerste verhaallijn…
Het aanwezige slachtoffer is Louise Belmont, het slimme meisje uit deel I, die we nu terugzien als dertigjarige lerares op de Openbare School in de rue Damrémont en die in haar vrije tijd en weekenden bijspringt in La Petite Bohème van monsieur Jules, eigenaar en kok. Deze brasserie bevindt zich tegenover de Impasse Pres waar Louise al heel haar leven woont en waar haar moeder destijds kamers verhuurde aan Edouard Péricourt en Albert Maillard (deel I). Moeder Jeanne, zeer depressief en zwijgzaam, is overleden na een triest leven. De vader van Louise was al dood (in 1916 tijdens WO-I neergeschoten).
Dokter Thirion, een oude stamgast in La Petite Bohème, al 20 jaar aan het zelfde tafeltje gezeten met uitzicht op het appartement van Louise, doet haar een hoogst merkwaardig voorstel. Na lang wikken en wegen besluit Louise er op in te gaan en begeeft zich naar Hotel d’Aragon, kamer 311 waar de dokter op haar wacht met een dikke envelop met geld.
Deze ontmoeting verandert het leven van Louise in een hel. Samen met monsieur Jules van wie ze nog het een en ander verneemt over het mysterieuze leven van haar moeder begeeft ze zich op de exodusroute, la ligne Maginot, lopend vanuit Parijs in zuidelijke richting op zoek naar een mogelijke bloedverwant.
Vreselijke ontberingen, onbeschrijflijke ellende. De Franse bevolking, burgers en militairen, is volledig in paniek en vlucht dus, richting Orléans.

In de tweede verhaallijn, vanaf Fort Mayenberg, volgen we sergeant Gabriel (van beroep wiskundeleraar) een gestreste, brave Hendrik en korporaal Raoul Landrade (elektricien), een gewiekste oplichter, leugenaar, bedrieger, slimme balletje-balletje-speler die zich overal uit redt, maar ook bereid is te vechten voor het vaderland! Aanvankelijk is er een en al vijandschap tussen deze twee mannen. Maar de aanval op de Duitsers bij de brug van Tréguière, in de Ardennen, zorgt voor een ommekeer.

In de derde verhaallijn zien we Désiré aan het werk. Een zeer intelligente en eveneens zeer gewiekste jonge man. Hij neemt verschillende identiteiten aan in dit boek en dat met veel succes. Een sublieme acteur!
Zijn glansrol heeft hij m.i. op het ministerie van Informatie dat gevestigd is in Hotel Continental, Parijs. Désiré is o.a. te horen in de radiorubriek van “monsieur Dubois” die om het zelfvertrouwen van het land in het Franse leger te handhaven optimistische en patriottistische boodschappen het land instuurt naar aanleiding van vragen van luisteraars. Hij creëert fake news avant la lettre! En hij geeft zelfs de tekst van zijn speeches voor het volk aan de pers. Désiré weet gerust te stellen.
In zijn laatste creatie als curé overspeelt hij zich en maakt hij zelfs het geloof tot een lachertje. Men ziet dat, maar niemand wordt boos en bedekt zijn overdreven gedoe met de mantel der liefde. Zo moet geloof zijn… (knipoog).
Wanneer de grond hem te heet onder de voeten wordt, verdwijnt hij en neemt en passsant nog wat geld mee. Maar men is gek op hem, hij komt steeds als geroepen in netelige situaties en doet dus zijn voornaam eer aan: Désiré = gewenst!

Wat later in het verhaal (vanaf deel II – 6 juni 1940) in het boek) maken we kennis met Fernand (mobiele brigade) en zijn kwetsbare, ziekelijke vrouw Alice. Zij worden een tijdje van elkaar gescheiden, maken ongelooflijke, doch waargebeurde dingen mee, ze zijn helden op hun eigen manier. Aandoenlijk. De vierde verhaallijn.

Het derde deel van dit boek eindigt op 14 juni 1940 en, zoals te verwachten was, komen de vier verhaallijnen samen. In de epiloog vertelt Pierre Lemaître hoe het uiteindelijk met al zijn romanpersonages is gegaan. Weer geen losse eindjes. Naar mijn smaak wat overbodig en jammer.

Terug naar de exodus en de jammerlijke, vernederende aftocht van Fransen, buitenlanders, vrouwen, kinderen en oude mensen die één grote lange kolonne vormen, lopend in zuidelijke richting op de vlucht voor de Duitse bezetters. Halverwege komen er dan nog 1000 gevangenen bij (déserteurs, plunderaars, verkrachters, e.d. en soms geheel doorgedraaide bewakers). Een historisch verantwoord beeld.

Pierre Lemaitre weet deze vlucht tot in de tragische details, zeer aangrijpend, te beschrijven, vooral de bombardementen op deze kolonne van hoofdzakelijk burgers zijn hallucinerend van echtheid. De vijand is overal. Gezinnen worden uit elkaar gereten, kleine kinderen blijven achter en wat nog erger is, de Franse bewakers aarzelen niet om zieke of ernstige verwonde medebroeders ter plekke te fusilleren tijdens deze voettocht.
Veel doden. Honger, onbeschrijflijke dorst en lijden. De zwakke Franse regering is volkomen de weg kwijt door zoveel geweld. Het leger is machteloos. De regering Vichy met maarschalk Pétain is in aantocht….(10 juli 1940). Een vernederende, zwarte periode voor Frankrijk waarover men nog steeds spreekt.
Een veelzeggend citaat over het moreel van de soldaten: “… terwijl ze aan het wachten waren om te sterven voor het vaderland, verveelden ze zich dood”.

Ook dit derde deel van de trilogie is weer filmisch beschreven. Als lezer zit je middenin het verhaal….Je vermoedt keer op keer de afloop. Toch word je meerdere keren op het verkeerde been gezet. Op volkomen onverwachte momenten vindt een verrassende wending in het plot plaats. Hierdoor blijft het verhaal boeien en wordt het zelfs een pageturner.

Pierre Lemaitre krijgt het voor elkaar om zijn personages sympathiek neer te zetten, ook al zijn ze dat soms helemaal niet. Je krijgt toch wel een greintje medelijden met bv mevrouw Thirion die zich toch uiteindelijk richting Louise van haar goede kant laat zien. Ook de bad boy Raoul weet een gevoelige snaar te raken. De ruwe bolster met de toch wel blanke pit. Zijn genegenheid voor zijn trouwe doodzieke hond Michel is typerend. Niemand is 100% zwart. Een pluspuntje in deze oorlogsroman.

Ondanks de uitmuntende, boeiende verteltrant van Lemaitre heeft dit deel me toch minder weten te beroeren dan deel I waarvoor hij terecht de Prix Goncourt in 2013 heeft ontvangen. Men constateert vaker dat het derde deel wat minder is dan de vorige. Of ik deel II nog ga lezen? Dat weet ik nog niet. Misschien…., wanneer ik een “occasion” tegenkom.

Mijn waardering is VIER GROTE STERREN. Het feelgoodeinde vond ik toch te veel van het goede. Daarvoor heeft Lemaitre wat mij betreft een ster moeten inleveren.

Zeist, 2 januari 2021
Wil

Reacties op: De Franse exodus van 1940

26
De spiegel van ons verdriet - Pierre Lemaitre
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners