Advertentie

De in Seattle residerende, ondertussen al pensioengerechtigde, Michael Gruber doorzwom vele professionele wateren: van kok tot adviseur van de presidentiële entourage van Jimmy Carter. Zijn schrijversloopbaan begon in 1987 toen hij, als ghostwriter voor Robert K. Tanenbaum, het eerste van in totaal veertien boeken op papier zette. Nadat de samenwerking tussen de twee mannen spaak liep, begon hij in 2003 onder zijn eigen naam te publiceren.
Ondanks het feit dat Het boek van licht en schaduw, net als zijn vorige boeken, ook onder de noemer van de literaire thriller uitgebracht werd, heeft de auteur het roer toch helemaal omgegooid. In tegenstelling tot zijn vroegere werk dat bol stond van zwarte magie, voodoo praktijken en andere bovennatuurlijke verschijnselen, sluit dit boek meer aan bij de immens populaire reli-thriller.
In Het boek van licht en schaduw volgen we de in auteursrecht gespecialiseerde advocaat Jake Mishkin, die toevallig in het bezit kwam van een zeventiende eeuwse brief waarin gewag wordt gemaakt van een tot nu toe onbekend toneelstuk van de hand van William Shakespeare. Maar andere partijen hebben ook weet gekregen van de brief en wachtend op de ultieme confrontatie – die waarschijnlijk zijn dood zal betekenen. Jake besluit zijn avonturen vanaf de ontvangst van die brief op papier te zetten. De lezer mag meelezen terwijl het boek geschreven wordt.
Aan de hand van drie verhaallijnen die elkaar netjes afwisselen volgen we de avonturen van respectievelijk:de schrijver van de brief, de ontdekker van de brief en van Jake, die de brief in zijn bezit heeft. Slechts een enkele keer wordt hetzelfde gebeuren in meer dan één verhaallijn beschreven, wat dan wel voor een lichte verwarring zorgt in de chronologie van het verhaal. Ook houdt Michael Gruber blijkbaar van het nemen van risico’s, want het eerste hoofdstuk is – met opzet – zeer rommelig verteld. Ik kan me makkelijk voorstellen dat menig lezer het bijltje er hier al bij neerlegt. Maar de doorzetters worden beloond, want nadien wordt het verhaal heel wat ordelijker verteld, waarbij er op verschillende momenten zelfs enige humor in de tekst geslopen is.
De plot is eerder doordeweeks voor het gerne: het opduiken van een oud document leidt tot een race tussen verschillende partijen die elk hun eigen redenen hebben om de grote ontdekking als eerste in handen te krijgen.
Michael Gruber bevolkt zijn verhalen met markante, kleurrijke personages. Sommige zijn zelfs net iets te kleurrijk om geloofwaardig over te komen, waardoor de lezer zich moeilijk met hen kan identificeren. Wat te denken van een armenpriester die naast Vietnamveteraan ook nog een verleden als gedetineerde heeft? En zijn beschrijvingen van locaties mochten iets meer kleur bevatten, zodat ze iets meer deel gaan uitmaken van het verhaal.
Alles bij elkaar beschouwd, ontstijgt Het boek van licht en schaduw de middelmaat niet, en valt het absoluut niet op in het grote aanbod van soortgelijke thrillers.

Reacties op: Doordeweekse middelmaat