De Amerikaan Dan Fesperman reisde in zijn hoedanigheid als journalist naar vrijwel elke recente brandhaard op aarde: de eerste Golfoorlog, Joegoslavië; Pakistan, Afghanistan, maar ook bracht hij veel tijd door Europa en in het Midden-Oosten. Tussen zijn zendingen door verblijft hij met zijn vrouw – ook een journaliste – en twee kinderen in Baltimore. Op zijn achtendertigste besloot hij dat zijn tijd gekomen was om te beginnen aan het schrijven van een eerste roman. Dat is hem zo goed bevallen dat hij ondertussen zijn job heeft opgegeven om zich volledig te kunnen wijden aan zijn tweede loopbaan als misdaadauteur.
Het zal niemand verbazen dat zijn ervaringen met oorlogen, fanatisme, terrorisme en alle zaken die daaruit voortvloeien gebruikt worden als achtergrond waartegen hij zijn verhalen schildert. Na ex-Joegoslavië in De sluipmoordenaar en Het tribunaal; Afghanistan in een niet vertaald werk en Cuba in De gevangene van Guantanamo is Jordanië; en meer bepaald de hoofdstad Amman en het Palestijns vluchtelingenkamp Bakaa, de plaats van handeling in het vijfde boek van zijn hand: het volledig op zichzelf staande De amateurspion.
Net op het moment dat de Amerikaanse oud hulpverlener Freeman Lockhart denkt te kunnen gaan genieten van de rest van zijn leven, wordt hij gedwongen te infiltreren in de onderneming van zijn Palestijnse vriend en collega Omar Al-Baroedi om proberen na te gaan of de vluchtelingenhulp geen uithangbord is waarachter een organisatie schuilgaat die actief terroristische groeperingen steunt. Zijn zoektocht verloopt moeizaam maar op een bepaald moment denkt hij een mogelijke terroristische aanslag op het spoor te zijn: een actie in zijn thuisland Amerika, nog wel...
Literaire thriller staat er amper leesbaar onderaan de cover. En voor een keer dekt die vlag de lading. Het gehele boek door heerst er tijdens het lezen een tweestrijd bij de lezer: is De amateurspion, ondanks de aanwezigheid van chantage, spionage en andere typische kenmerken, eigenlijk wel een spannend boek? Is het geen roman, die toevallig een aantal kenmerken van een thriller met zich meedraagt? En na het dichtslaan kan je alleen maar vaststellen dat je op beide vragen positief moet antwoorden. Dit boek is de volmaakte evenwichtsoefening; het perfect balanceren op de grens van spanning en roman.
De schrijfstijl neigt duidelijk naar het literaire: alles – zelfs de meest aangrijpende situaties – wordt zeer neutraal, bijna emotieloos, beschreven alsof een observator notie neemt van een realiteit waar hij ver buiten staat, ondanks het feit dat we alles zien door de ogen van het hoofdpersonage, die als ik-figuur geportretteerd wordt. Misschien heeft deze ex-hulpverlener in zijn leven al zoveel gezien en meegemaakt, dat bijna niets hem nog uit zijn lood kan slaan. Deze sereniteit is er wel verantwoordelijk voor dat het boek niet beklijft, omdat de lezer zich ook niet betrokken voelt bij de gebeurtenissen die zich voor zijn of haar ogen afspelen. De schrijver laat de lezer de keuze om zelf een standpunt in te nemen. En dat is geen voor de hand liggende taak omdat goed en kwaad te allen tijde hand in hand gaan als mengvorm, en nooit in hun pure vorm voorkomen.
De plot is niet het sterkste punt van het boek. Zo moeten we vaststellen dat het spannende verhaal gered wordt door de nevenplot, die door zijn compactheid er toch in slaagt de lezer op het puntje van zijn stoel te krijgen. Iets waar de hoofdverhaallijn niet in slaagt. Hier kan de auteur nog iets leren van zijn landgenoot David Ignatius, die met Het Suleiman spel een veel beter opgebouwde spionage-thriller afleverde die zich ook in Amman afspeelt.
Dan Fesperman heeft het in zich om uit te groeien tot een grote naam, maar dan moet hij eerst voor zichzelf uitmaken of hij nu echt spannende boeken wil schrijven of waarheidsgetrouwe impressies van volkeren aan het papier wil toevertrouwen. Zolang hij hierover in tweestrijd verkeert, delen zijn boeken ook in die dualiteit, waardoor de lezer niet goed weet wat ervan te vinden. Maar er achteraf op terugkijkend is er toch maar een conclusie mogelijk: De amateurspion mag dan een buitenbeentje zijn in de spannende literatuur, het een goed boek. Een zeer goed boek zelfs dat vooral uitblinkt in realisme.

Reacties op: Tweestrijd op alle vlakken