Advertentie

De Nederlander André Hoogeboom volgde de Formule 1 in zijn hoedanigheid als dagbladjournalist een aantal jaren van zeer nabij. In zijn debuut De underdog put hij uit zijn ervaringen in de coulissen van dit grootse rondreizende sportieve circus om een realistische achtergrond te creëren voor een spannend fictief op zichzelf staand verhaal.
Imola. Grote Prijs Formule 1 van San Marino. John Watts, de teambaas van het in financiële problemen verkerende team Shadow, staat op het punt om de handdoek in de ring te werpen, als hij een dubieuze uitvinding in handen krijgt die de krachtverhoudingen tussen de teams door elkaar zou kunnen schudden. In plaats van de gebruikelijke achterhoedegevechten zou het team nu kunnen meestrijden om de punten, podiumplaatsen en misschien zelfs kans maken op een overwinning. Maar het bestaan van het product moet zo lang mogelijk geheim blijven. En daarvoor moet Watts tot het uiterste gaan. Tegelijkertijd ruikt journalist Andrew Sachs een primeur als hij een verklaring kan vinden voor de mysterieuze prestatiewinst die Shadow plots boekt.
Dat André Hoogeboom de autosport genegen is, staat buiten kijf. Zijn liefde voor de Formule 1 druipt van de bladzijden af en werkt enorm aanstekelijk op de lezer. De verschillende uitstekend beschreven impressies van de sfeer op en rond het circuit tijdens een Grand Prix weekend zetten aan om direct een plaatsje te reserveren voor de dichtsbijzijnde stop van het F1 circus. Maar ook de steeds weerkerende sleur waarmee de journalisten af te rekenen krijgen wanneer ze, als hamsters in hun tredmolen, zo ongeveer elke veertien dagen moeten meedraaien in het vaste stramien van zo’n organisatie: de omgeving verandert, maar de rest blijft steeds hetzelfde.
Diegenen die de Formule 1 een beetje volgen weten dat er veel reilt en zeilt in dat wereldje. Zo was er verleden jaar nog de, in de media breed uitgesponnen, spionagezaak waar drie topteams bij betrokken waren. En in 2005 werd een ander team enkele wedstrijden geschorst wegens het plegen van fraude. In dat kader lijkt het dan ook waarschijnlijkdat een aantal van de duistere zaakjes die de auteur in zijn boek beschrijft, best wel eens kunnen plaatsvinden.
De underdog wordt dan ook nog verteld in een stijl die zeer prettig leest. Kortom, het verhaal heeft alles om een goed boek te zijn. Maar de pret wordt danig bedorven door een aantal grove fouten. Het minst van al storen het grote aantal zetfouten, maar twee wedstrijden, die in het boek drie weken uit elkaar liggen, krijgen de exacte data 26-05-2005 en 17-05-2006 toebedeeld. Dit is wel erg bizar.
Ook rijdt de snelste man tijdens de kwalificatie met een Ferrari, maar op de persbabbel achteraf wordt dat plots een McLaren om dan op de startgrid weer een Ferrari te worden.
En dan komt voor een autosportjournalist nog de grootste misser: er wordt beweerd dat de eerste tien rijders die de aankomst bereiken punten scoren voor het kampioenschap, maar dat is in de Formule 1 bij mijn weten nog nooit het geval geweest.
Al deze onvolkomenheden hadden makkelijk uit het boek kunnen geweerd worden als er iets meer tijd en moeite besteed zouden zijn aan de voorbereiding van het boek. En de beoordeling zou in dat geval dan ook iets positiever geweest zijn.
Ondanks de punten van kritiek heeft André Hoogeboom bewezen dat hij een lezer aangenaam kan amuseren met zijn schrijfwerk, en hoop ik dat er meer boeken van zijn hand volgen die zich afspelen in het milieu van de autosport dat toch al ondervertegenwoordigd is in de wereld van het spannende boek.

Reacties op: Jammer van de opvallende fouten