Advertentie

Achter het pseudoniem Ingrid Black gaan de Noord-Ieren Eilis O-Hanlon en Ian McConnel schuil; twee journalisten die privé ook een koppel vormen en in Belfast wonen.
Zij debuteerden in 2003 met Gevallen meisjes waarin we kennis maken met het speuderskoppel Saxon en Grace Fitzgerald: een ex FBI-agente en een rechercheur bij de politie van Dublin. Dit lesbische duo kreeg ook de hoofdrol toebedeeld in de volgende twee boeken van Ingrid Black.
Bij de krant wordt een brief afgeleverd waaruit moet blijken dat Ed Fagan, een seriemoordenaar die vijf jaar geleden spoorloos verdween, zijn werk gaat verderzetten. Maar Saxon, een ex FBI-agente die Ed Fagan nog ontmoet heeft voor zijn verdwijning, is ervan overtuigd dat er hier sprake is van een copycat: een andere moordenaar die zich in de voetsporen van de Nachtjager begeeft. De politie daarentegen richt al haar pijlen op de voormalige publieke vijand nummer een in Dublin.
De eerste verplichting die Ingrid Black zich voor het debuut oplegde was dat het verhaal zich absoluut moest afspelen in Dublin. De auteurs hebben dan ook veel aandacht besteed aan die locatie. Ze nemen de lezer op touw door alle hoeken van de Ierse hoofdstad en belichten niet alleen de mooie kanten ervan, maar hebben meer dan voldoende aandacht voor de kleine kantjes van hun plaats van gebeuren.
Daarnaast besteden ze evenveel aandacht aan hun personages. Iedereen in de omgeving van Saxon, zijzelf incluis, krijgt in meer of mindere mate een verleden en een leven toebedeeld, waardoor de figuren echt tot leven komen. Alleen Grace blijft vreemd genoeg op dit gebied wat verweesd achter. Misschien dat zij in een volgend boek wat meer uitgediept wordt.
Alle aandacht gaat naar Saxon, de ik-persoon, die het gehele boek door in de spotlight staat. En misschien is dat een tikkeltje teveel van het goede, want zij forceert doorbraak na doorbraak, terwijl het politiekorps er maar voor spek en bonen bijloopt. Een evenwichtigere verdeling had van Gevallen meisjes een nog beter boek gemaakt. Wel wordt de voormalige FBI-agente perfect beschreven als de onzekere vrouw die zich verschuilt achter een stoere, bijna mannelijke houding en taalgebruik.
Hoewel het verhaal met vlotte pen geschreven werd, hangt er een zweem van opppervlakkigheid aan de tekst. Niet elke lezer zal in het verhaal gezogen worden en de tijd vergeten die met het omslaan van de bladzijden verstrijkt. Maar vertellen kunnen de twee journalisten als de beste: vertrekkend van een sterk plot hebben ze het vakkundig verwerkt tot een bijna vierhonderd bladzijden tellend boek dat nooit verveelt. De auteurs slagen erin heel het verhaal door de vaart erin te houden terwijl de spanningsboog geen enkele inzinking vertoont. Alleen maken ze het geheimpje van de hoofdpersoon mijns inziens te vroeg openbaar. De aandachtige thrillerliefhebber kan dan ook op iets meer dan honderd bladzijden voor het einde de dader aanwijzen. Maar het tipje van de sluier wordt zo onopvallend opgelicht, dat je erover heen leest als je net op dat moment met je ogen knippert.
Met Gevallen meisjes heeft Ingrid Black een degelijk debuut afgeleverd, met weinig zwakke punten maar ook geen uitgesproken hoogtepunten. Ze laat de recensent achter met een dilemma: het verhaal is eigenlijk te goed voor drie sterren, maar net niet goed genoeg voor een extra ster. Drie en een halve ster zou de eerlijkste score geweest zijn.

Reacties op: Meer dan degelijk debuut