De schrijver van Het Kyoto-complot heeft ervoor geopteerd om niet op de voorgrond te treden. Om zijn dagelijke professionele beslommeringen gescheiden te houden van zijn literaire bezigheden, en om, volgens eigen zeggen, te voorkomen dat hij te pas en te onpas aangesproken zou worden in verband met zijn boek, koos hij ervoor om een pseudoniem – Ruben Van Dijk – op de omslag te laten prijken.
In dit boek wordt het verhaal verteld van Tim Peters, een student economie uit Nijmegen, die door een Rotterdamse beveiligingsfirma gepolst wordt om te infiltreren bij de lokale milieu-activisten. Tim, die wel wat extra zakgeld kan gebruiken, stemt toe om op zoek te gaan naar een werknemer bij een Nederlandse oliegigant, die vertrouwelijke informatie lekte naar een milieubeweging. Amper is de klokkenluider ontmaskerd of deze laat het leven bij een aanrijding. Hierdoor begint Tim te twijfelen aan de oprechtheid van zijn werkgever en gaat hij, samen met enkele groene jongens, op zoek naar de ware aard van zijn job: het geheim houden dat de olie-industrie de Amerikaanse president chanteert om het Kyoto protocol niet te ondertekenen.
In het begin van het boek wordt de lezer als het ware overrompeld: in het eerste hoofdstuk wordt hij al meegevoerd naar Amerika, Europa en Afrika. Ook wordt er meteen een overvloed aan los van elkaar staande paragrafen op de lezer afgevuurd, waardoor een rommelige en onsamenhangende indruk gewekt wordt.Gelukkig herpakt het verhaal zich vrij snel. Er wordt gefocust op Nederlandse draadje en stukje bij beetje worden de losse stukken verweven tot een samenhangend geheel: een verhaal wordt geboren.
En dat verhaal mag er best wezen, want eenmaal op kruissnelheid bewijst Ruben Van Dijk dat hij weet hoe hij een spannend boek moet schrijven. Op meerdere punten deed het boek denken aan De macht van meneer Miller van Charles den Tex: een instantie die met veel, en technisch hoogstaande, middelen jacht maakt op een eenling die de sympathie van de lezer heeft. Zo’n opzet resulteert per definitie in een plot met veel vaart, en dat is ook deze keer niet anders. Zoals typisch is voor dit soort boeken worden de grenzen van het geloofwaardige bij momenten wel eens overschreven, maar vermits het nooit echt stoort, is er geen enkel probleem. Meer zelfs, het juist kunnen inschatten hoever men kan gaan is net een aspect dat getuigt van vakmanschap.
De auteur besteedt ook voldoende tijd aan de beschrijving van zowel de achtergrond als de karakters van zijn personages waardoor deze over het geheel genomen geloofwaardig over komen.
Dan is er het eco-label waarop de reclamecampagne voor dit boek zoveel nadruk legt. Eigenlijk valt het wat tegen, want buiten de kapstok - de ommekeer in zijn milieupolitiek die George W. Bush maakte na zijn benoeming tot president van de USA – waaraan het verhaal werd opgehangen, en een aantal markante, maar algemeen bekende; feiten die nu en dan aangehaald worden, speelt het milieubewustzijn eigenlijk maar een relatief klein rolletje. Wel wordt er constant gehamerd op de invloed van de olie-industrie op het officiële Amerikaanse standpunt inzake klimaatbeheersing, maar dat is eigenlijk maar één aspect van de hele problematiek. Een boek als Staat van angst van Michael Crichton liet een veel diepere indruk na met betrekking tot de milieuproblematiek.
Ondanks dit overschreeuwde groene vlaggetje waaronder dit boek vaart, behoort Het Kyoto-complot toch tot het beste origineel Nederlandstalig werk dat ik in 2007 mocht lezen.

Reacties op: Ook dit zou Bush niet goed vinden; anderen wel