Advertentie

Johannes van Dam (1946 – 2013) groeide in zijn leven uit tot een bekend figuur in Amsterdam en vooral als een gevreesd culinair schrijver en columnist in heel Nederland. De biografie beschrijft in hoofdstukken hoe dat zo is gekomen. 

Jeroen Thijssen (1959) tekende de biografie op. Hij is journalist en schrijver, en studeerde journalistiek en geschiedenis. Eerder werkte hij onder andere voor Trouw, Kassa, Dit is de Dag en Foodies. Thijssen is schrijfdocent bij de Schrijversvakschool en bestuurslid bij de Vereniging voor Letterkundigen.

Op jonge leeftijd verliest Van Dam bij een auto-ongeluk zijn geliefde vader. De relatie met zijn moeder is slecht en met zijn broer en zus wisselend goed en slecht. Al in zijn jeugd wordt duidelijk dat relaties aangaan met anderen problematisch voor hem is. Johannes heeft een hoog IQ en een fenomenaal geheugen, waardoor hij veel feitenkennis vergaart waarmee hij iedereen om de oren slaat en in alle situaties gevraagd en ongevraagd advies geeft. Hoewel nooit officieel gediagnosticeerd, lijdt hij vermoedelijk aan het syndroom van Asperger; hij kan zich moeilijk in een ander verplaatsen en mist het vermogen tot empathie. Waarheid, dat wil zeggen zíjn waarheid, is voor hem het hoogste goed en daaraan is alles ondergeschikt.

Als op zijn sterfbed een vriend een appeltaart voor hem bakt, kletst hij na het proeven een punt terug op het schoteltje: “bodem te nat!”. Zijn hele leven wordt hij bovendien geplaagd door depressies die zijn kijk op mensen om hem heen ook somber maken. Het ruim gebruik van drank en drugs in de zestiger jaren doet daar ook geen goed aan. En zijn homoseksuele geaardheid levert geen stabiele relaties op. Lange tijd is het onduidelijk wat hij zou kunnen worden en leveren omzwervingen in een commune in Drenthe en een verblijf in de Franse Pyreneeën geen stabiel bestaan op. Baantjes in het boekenvak leveren nauwelijks genoeg inkomen op om van te leven. Zijn huisvesting is marginaal en onderkomen door slechte zelfzorg en veel chaos.

Na een mislukte periode als columnist vindt hij uiteindelijk zijn bestemming als culinair schrijver. De column ‘Proeftijd’ in het Parool geeft hem macht om de horecakeukens onder de loep te nemen. De cijfers die hij een eetgelegenheid toekent, kunnen een zaak maken en breken. In de keukens hangt een foto van hem, zodat de bediening alert is als de gevreesde schrijver verschijnt. Hij richt met vrienden de Gastronomische Bibliotheek op en schrijft zelf een aantal boeken, waaronder de meest belangrijke en omvangrijke: De Dikke van Dam. Kritiek op alles en iedereen heeft hij genoeg, maar zelfkritiek is hem vreemd. En kritiek van anderen kan hij nauwelijks verdragen. De fouten en onvolkomenheden in de Dikke van Dam wuift hij weg: hij weet immers beter dan een ander wat waar is en wat niet?

Zijn fysieke gezondheid is zwak door een enorm overgewicht met diabetes, hart- en longproblemen en versleten gewrichten. Tot op het laatst blijft hij door botheid en onhandigheid mensen van hem vervreemden. De bekende Amsterdammer die hij is, overlijdt aan verwaarlozing.

Johannes van Dam, de biografie brengt een moeizaam leven in beeld. Veel anekdotes geven een beeld van een horkerige, betweterige, morsige man, die heilig geloofde in zijn enorme feitenkennis over culinaire zaken. Wat in de biografie niet goed naar voren komt, is hoe het komt dat deze man zo’n enorm podium kon krijgen en waarom anderen hem zoveel gezag toekenden. De inhoud van de voedingsaspecten waar hij in eetgelegenheden op lette en die hij be- dan wel veroordeelde komt weinig aan bod. Wat hij goed vond en waarom is nauwelijks beschreven. De biografie is aangenaam om te lezen, maar laat toch een onbevredigd gevoel achter.  

Reacties op: Een culinair betweter

6
Johannes van Dam - Jeroen Thijssen
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
Gesponsorde boeken