Advertentie

Je bent Amerikaan. Je hebt geschiedenis gestudeerd. Je hebt een vader en vijf ooms die in W.W.II  meegevochten hebben. Je bent geboeid door de feiten en je krijgt alle verhalen uit de eerste hand. Bovendien zit je met een brandende vraag: “Waarom besloot Amerika pas in zo’n laat stadium om het ineen stortende Europa te helpen?” In zo’n geval is er nog maar een oplossing: je schrijft er een boek over. Dat is precies wat Joel N. Ross gedaan heeft in zijn debuut-thriller De laatste zeven dagen.


Het verhaal speelt zich af in de eerste week van 1941 in Londen. In een militair ziekenhuis ligt de Amerikaanse sergeant Thomas Wall. Hij herstelt van de wonden die hij heeft opgelopen tijdens het bloedbad in de slag om het Griekse eiland Kreta. Hij heeft een shell-shock en een verbrijzelde hand. Toch is hij vastbesloten om zich te wreken op zijn diplomatenbroer Earl, volgens Thomas een verrader die de slachting op zijn geweten heeft.


Later die dag zoekt iemand van het Twenty Committee, een ultra geheime afdeling van de Britse geheime dienst, Thomas op en vraagt hem of hij tijdelijk de identiteit van zijn broer wil aannemen. Doel is om de Duitse spion Sondegger te laten doorslaan, die uitsluitend met Earl wil praten. Het probleem is dat Earl al weken lang verdwenen is. Sondegger, die op de hoogte is van Thomas’ identiteit, zet hem op het spoor van een verborgen microfilm die informatie bevat omtrent de op handen zijnde Japanse aanval op de Amerikaanse vloot in Pearl Harbor. Thomas heeft zeven dagen de tijd om zijn broer te vinden en om de Amerikanen ervan te overtuigen dat hun vloot gevaar loopt.


Niet in staat om wie dan ook te vertrouwen gaat de oververmoeide, gedesorienteerde Thomas op jacht in het mistige Londen, een zwaar geteisterde stad vol bomkraters en helse vuurzeeen, sidderend onder de luchtaanvallen van de Luftwaffe. Intussen tikt de klok door.


Het verfrissende van De laatste zeven dagen is dat hoofdrolspeler Tom geen superheld is, maar een onbeduidende pion in het grote oorlogsspel. Hij is een anti held die veelvuldig vecht, maar nooit wint. Hij wordt neergeschoten, gedrogeerd, meerdere keren in elkaar geslagen, gemarteld, neergestoken en gevangen genomen. Daarnaast is hij obsessief verliefd op de vrouw van zijn broer, Harriet, waardoor hij bijna een mooie onbaatzuchtige nachtclubdanseres verspeelt.


De laatste zeven dagen is een meeslepend boek. Een intrigerend kijkje in het schimmenrijk van spionnen en dubbelspionnen in de beste traditie van Ludlum en Le Carre.


Een onthutsende wereld van wantrouwen, waarin iedereen elkaar bedriegt en niemand weet welke speler welke rol heeft. Nu eens niet de verheerlijking van het heldendom van soldaten of de strijdbaarheid van een dappere bevolking. Het gaat in De laatste zeven dagen om mensen met al hun angsten, zorgen en botsende belangen. Joel Ross laat de keerzijde van de medaille zien: het grote aantal fascistische bewegingen in Londen en in Amerika (770 groeperingen), de weerzin van president Roosevelt om Amerika bij de oorlog te laten betrekken (een verkiezingsbelofte), de verstikkende animositeit tussen de Amerikaanse en Engelse inlichtingendiensten.


De laatste zeven dagen is een onvergetelijke World War II thriller, meesterlijk verteld met een duizelingwekkend aantal plotwendingen. Joel Ross geeft blijk van een intelligent inzicht in de politieke mechanismen die hij achteloos verwerkt in zijn fantasierijke spionagefictie.


Een kat-en-muisspel op het scherp van de snede. Ronduit fascinerend.

Reacties op: Fascinerend kat-en-muisspel