mysterie en mensen met moeilijkheden,Je hebt van die schrijvers die de sfeer en karakteristiek van een stad zo gloedvol beschrijven dat hij onder hun handen meer een personage wordt dan een decor. Het Venetië van Donna Leon bijvoorbeeld en het Parijs van Simenon. Sinds kort kunnen we daar ook het Schotse Aberdeen aan toevoegen, dat in de debuutroman Steenkoud van Stuart MacBride een eigen gezicht krijgt. Geen prettig gezicht overigens. Aberdeen is een steenkoude, pokdalige stad waar het altijd regent. Een stad vol kerken en kroegen, grauwe flats en probleemwijken, een stinkende visverwerkende industrie, een mistroostig havengebied en overal chagrijnige mensen.

Temidden van zoveel treurigheid speelt Steenkoud. Hoofdpersoon is inspecteur Logan McRae, bijnaam Lazarus, omdat hij uit de dood herrezen is na een aanslag door een psychopaat. Na een jaar ziekteverlof wordt hij, op zijn eerste werkdag, geconfronteerd met de vondst van een jongenslijkje, ontvoerd, gewurgd, verkracht en gecastreerd. In de dagen erna krijgt Logan te maken met een vermoord meisje, twee ontvoerde kleuters en een lijk met afgezaagde knieschijven. Samen met zijn assistente Jackie Watson, bijgenaamde de ‘ballenbreekster’, probeert hij ergens houvast te vinden. Maar kalm werken is er niet bij. Er worden nog meer slachtoffertjes gevonden en Logan wordt op de hielen gezeten door de pers die zo goed geïnformeerd is, dat duidelijk wordt dat er een lek is bij de politie.
De reputatie van de het hele politiecorps en die van Logan staan op het spel.

In Steenkoud schetst Stuart MacBride een rauw beeld van Aberdeen. Het weer is constant regenachtig, de wolken zwaar. Het humeur van de mensen is navenant. Het misdaadcijfer in Aberdeen is hoog, het leven van de politie extreem hard. Dat uit zich in pittige straattaal en humor van de werkvloer. Direct en soms vulgair, maar gedoseerd en uiterst effectief. MacBride spaart de lezer niet. De confrontaties met misdadigers en het anatomisch ontleden van de kinderen worden snoeihard beschreven.

Ijzersterk in Steenkoud is de uitdieping van de personages en hun onderlinge relaties. MacBride schetst de politiegemeenschap nauwgezet en vol mededogen. Er wordt soms te veel gedronken en gevloekt. Er worden soms ook te veel fouten gemaakt. Maar het is allemaal zeer menselijk en realistisch. Logan zelf is een inspecteur wiens zelfvertrouwen geknakt is en die last heeft van faalangst. Hij is een kei in zijn vak, maar hij maakt toch grote vakmatige fouten, zoals het totaal vergeten van een verdachte die hij in voorarrest houdt. Geestig is met name de romantische zijlijn waarin hij gevoelsmatig heen en weer wankelt tussen zijn ex, de mooie patholoog Isobel MacAlster, en zijn aantrekkelijke collega Jackie Watson.

MacBride heeft met een scherp oog voor detail een ingewikkeld plot in elkaar gedraaid met vele zijlijnen. Hij geeft Logan, en ons lezers, tal van aanwijzingen die ons op het spoor van de moordenaar moeten brengen. Meestal zijn het dwaalsporen, maar een enkele keer ook niet, of toch wel? Soms krijgt het verhaal binnen het bestek van twee pagina’s drie keer een andere wending. Het houdt de lezer behoorlijk bij de les.
Steenkoud is een ongewoon knappe politieroman waarin een perfect evenwicht is bereikt tussen spanning, humor en kleurrijke karakters. Keihard van toonzetting, maar menselijk. Recht voor z’n raap en toch subtiel. Het onmogelijke bijeen gebracht. Een droomdebuut.

Reacties op: Misdaad