Advertentie
    Nico Hebban Recensent

‘Taal en wereld van de Bommelsaga – deel 1’ is de ondertitel van dit eigenzinnige werkje. Eigenzinnig omdat het zich richt op een specialistische wereld: de taal van Marten Toonder. Wie? Als die naam je niks zegt, ben je waarschijnlijk jonger dan 40, of je houdt niet van stripverhalen. Geeft niks - voor de durfals onder jullie die iets nieuws willen proberen én voor de oudjes die de geweldige Bommelverhalen nog via de papieren courant hebben verslonden: dit boek gaat over die verhalen.

Met name over de taal waaruit die verhalen opgebouwd zijn, dat is de taal die onder de plaatjes stond. We hebben het over flamboyant, exuberant, zeer beeldend gegoochel met woorden dat Marten Toonder hanteerde om de avonturen van zijn getekende figuren te ondersteunen. En met succes.

Rob Barnhoorn kijkt in dit eerste boek (het tweede deel is Toonder vertaald) naar Toonders taalvirtuositeit en zijn denkwereld. Hij laat zien hoe die taal aan zijn rijkdom komt en benoemt de invloeden uit mythologie, psychologie, magie, fantasy, astrologie en religie.

Bij het lezen komt direct het specialistische dat een vertaler zoals Barnhoorn eigen is, om de hoek kijken. Barnhoorn ontleedt tot in het kleinste detail taalsegmenten. Dat gaat ver: van wetenschapper ‘stadsfenomoloog’ Professor Prlwtzkoski zet hij eerst de door Toonder gebruikte fantasiewoorden op een rij. Daarachter de Duitse woorden die Toonder als voorbeeld had, daarna de verbasterde, en daarachter de betekenis. Klinkt dat bijna obsessief gedetailleerd: dat is het ook, maar voor een juiste omzetting onontkoombaar.

Een voorbeeld van zo’n detaillistische benadering is het uitdiepen van de term “Maanlicht op het laar”:
“De maan, een hemellichaam dat van oudsher een zeer belangrijke rol speelt in de wereldmythologie, verschijnt in de Bommelsaga als:
1) Sfeervol natuurverschijnsel: Een kromme maan rees boven de torens van Bommelstein en wierp een vaal licht op de herfstnevels die langs de bodem kropen.,
2) Tijdsindicator: En als je me helpt, mag je mijn vuurwieltje lenen als de maan in zijn eerste helft staat.
De maanstand als tijdmeter vinden we terug in de oude Keltische kalender:
3) Een magische kracht: ‘het is verraderlijk!’ riep heer Bommel uit. ‘Vooral bij volle maan, dan gaan de zompen wielen, bedoel ik.’
Eenmaal in het woud gebeurt er het volgende: ‘Hij bereikte een open plek waar de maan een vaal licht wierp.’
Als Toonder in de Bommelsaga verwijst naar een open plek (laar) in het woud in combinatie met maanlicht, dan kun je er zeker van zijn dat er iets geheimzinnigs staat te gebeuren…’”

Dus.

Reacties op: Als je begrijpt wat ik bedoel

1
Maanlicht op het laar - Marten Toonder
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker