Raymond Rombout Hebban Recensent

Dexter’s Sinistere Schepping is het vierde boek in de serie over Dexter, een pathologische moordenaar, vermomd als forensisch specialist. Een reeks van slechts vier boeken, maar toch al een ruime serie op tv, die overigens hoge ogen lijkt te gooien. Maar het Hollywoodiaanse vakwerk maskeert de literaire zwakheden.

Jeffrey Lindsay (echte naam: Freundlich, echt geen naam om door het leven te gaan als thrillerauteur) is aangetrouwde familie van de Hemingways. Aanvankelijk schreef hij nog boeken in samenwerking met zijn vrouw Hilary Hemingway, kwestie van onder het juiste gesternte te beginnen, maar met Dexter begon hij dus aan zijn eigen serie. Lindsay heeft zijn bedrijfsplan goed op poten gezet. Hij koos ervoor platgetreden paden te mijden, en creëerde een subgenre waarin hij alleen de regels bepaalt. Het is de manier van afzetten tegenover het genre dat telt. Het hoe, eerder dan het waarom. In zijn boeken staat de bedompte denkwereld van Dexter centraal, zijn manieën, driften en frustraties. Zijn voortdurend gevecht met zijn innerlijke demon in een moderne versie van Jeckyll & Hyde. Dexter is een forensische specialist bij de politie, die door zijn bezoeken op crimescènes zijn frustraties kan voeden met wraak, die hij dan weer verwoordt in de meest krankzinnige, interne monologen. Knappe vondst, zo'’n relativerende gek bij de politie. De toon van het boek doet bij momenten denken aan American Psycho, waarbij het verhaal ondergeschikt is aan de stijl. Tot zover de complimenten. In Dexters sinistere schepping (Dexter by Design) moet je die stijl immers dissecteren uit een kluwen van mentale zijsprongen. 

Het verhaal? Of wat er moet voor doorgaan? Dexter is pas terug van zijn huwelijksreis naar Parijs, als de rauwe werkelijkheid van Miami meteen zijn expertise als bloedspatanalist vereist. Dexters zus, Deborah, brigadier bij de politie, lijkt de leiding van het onderzoek te hebben en vraagt haar broertje mee. Als Deborah iemand aan de deur wil ondervragen, wordt ze prompt neergestoken. Dexter, die zat te wachten in de wagen, voelt de innerlijke kracht van de Zwarte Ruiter groeien en gaat op eigen houtje op zoek naar de dader.
Tot daar het absurde verhaal, waarin je toch heel wat ongerijmdheden voor lief moet nemen. Een forensische specialist die meeloopt met de inspectie? Een agent die alléén aanbelt, terwijl de collega in de auto wacht? Broer en zus, samen op onderzoek? No way! Lindsay hoopt duidelijk dat hij al die irritaties kan wegmoffelen onder een deken van sarcasme. En daar ligt duidelijk het breekpunt voor de serie. Je bent immers voor of tegen Dexter, een middenweg lijkt niet te bestaan. Voorstanders citeren meestal verrassende invalshoeken, bijtende humor of geniale vondsten. Tegenstanders suggereren eerder de irritante stijl, respectloze misdaadbestrijding en een overmatig gebruik van 'deus ex machina's'. Goed, er zijn leuke vondsten bij. Als hij aan het moorden slaat schakelt Dexter bijvoorbeeld over op het koninklijke meervoud omdat de Zwarte Ruiter zijn gedachten beheerst. In Parijs sjokt hij uit liefde voor zijn vrouw achter haar aan naar tal van tentoonstellingen. Maar zijn hart leeft op als ze worden geconfronteerd met een wel heel realistische performance. 

De wereld van Dexter is eens wat anders, maar niet mijn ding. Waar bij vele detectiveverhalen het element humor een kostbare zaak blijkt, voert het ADHD-gehalte van deze Dexter je ver over het genietbare. Zowat in elke zin zit een dwarse gedachte verpakt. Elke alinea lijkt wel gebouwd rond een controverse. De allittererende titels zijn (in het Engels) verteerbaar, maar in het Nederlands niet vol te houden. Lindsay plant zijn bomen zonder te denken aan de structuur van zijn bos. Je moet het boek vanonder de woorden peuteren, afstoffen en opnieuw lezen. Een uitdaging voor de ene, een moeite teveel voor vele anderen. Ik ken andere uitdagingen.

Reacties op: Hollywoodiaanse vakwerk, literair zwak