Nadat haar vader bij een bankoverval om het leven kwam, is Blue de weg kwijt. Haar enige houvast vormt het boek dat ze van hem kreeg vlak voordat hij aan zijn doldrieste actie begon: The wizard of Oz. Blue zoekt haar heil in haar eigen veilige wereldje en spreekt geen stom woord meer. Haar moeder, Daisy, is er even erg aan toe als haar dochter, alleen vlucht zij weg in verdovende middelen.

Achter de regenboog valt vooral op door het schitterende proza. De stem van de vertelster kabbelt voort en weeft ondertussen de prachtigste zinnen, waarin makkelijk van kinderlijke onschuld naar brute razernij wordt omgeschakeld zonder dat het stoort. Je deint als lezer mee op de krankzinnige vloed van gedachten en zoekt houvast aan dezelfde lichtpuntjes als Blue.

Een voorbeeld van het proza: Waar en wanneer gaat het leven eigenlijk precies over in de dood? Eén seconde na de laatste ademhaling? Vijf? Tien? Wanneer de huid paars wordt? Wanneer het bloed koud wordt? Het moet wel zijn wanneer de ziel het lichaam verlaat. Wanneer alle energie, licht en leven zijn weggeëbd en er overblijft wat het werkelijk is: een kostuum van huid, een omhulsel waarin de fabriek huist waar het lichaam zijn taken vervult en dat alles aankan, behalve de dood.

‘Verrassend einde’, staat er op de achterflap. Laat nu juist dat einde de grootste tegenvaller van het hele boek zijn. Zo’n trucje is al te vaak gebruikt. Enorm zonde.

Neemt niet weg dat het ongelooflijk is dat een zestienjarige dit uit haar pen heeft geschud.


Reacties op: Hypnotiserende litanie