Advertentie

De wereld verklaard is een boek over de geschiedenis van de wetenschap, om precies te zijn, de geschiedenis van de natuurwetenschappen. Steven Weinberg heeft het geschreven met één overheersend doel: te laten zien hoeveel de mensheid overwonnen heeft om tot de wetenschap te komen zoals die nu is. Het eeuwige gevecht tussen de verklaring vanuit het gevoel of vanuit het geloof, en de harde, koude wetenschappelijke verklaring die enkel berust op feiten en logisch beredeneren.

Het boek begint bij de oude Grieken: hoe zij begonnen met het bestuderen van de natuur, de sterren en de geometrie. Zoals hij in zijn voorwoord aangeeft, blijft Weinberg de rest van het boek bij de Westerse wereld. Is de rest van de wereld dan oninteressant? Niet per sé, maar dit is de geschiedenis van de wetenschap in de Westerse wereld. Een begrijpelijke keus, want er is weinig invloed van Aziatische landen of uit Afrika op de ontwikkeling van de natuurwetenschappen als we het boek moeten geloven. Daarbij, het wordt een onmogelijk dik boek als we alle wetenschapsgeschiedenis mee zouden nemen, van de Maya’s en Azteken tot het oude China en Egypte.

Het boek leest vrij makkelijk weg, en laat de lezer zelf de moeilijkheidsgraad kiezen. Het algehele verhaal is goed te volgen zonder alle uitleg van de theorieën helemaal te snappen of de technische aantekeningen te lezen, die achterin staan. De technische aantekeningen behandelen bijvoorbeeld de stelling van Pythagoras, de verhoudingen van harmonieus klinkende muzieknoten en hoe Ptolemaeus dacht dat de planeten en sterren om elkaar bewegen. Een aantal van deze stellingen en ideeën is ondertussen alweer ontkracht, maar de gedachtegang erachter blijft interessant. Helaas wordt er niet aan alle technische aanwijzingen gerefereerd in de tekst. Daarnaast staan de bijbehorende figuren soms op een andere bladzijde dan de uitleg.

De uitleg van Weinberg is over het algemeen helder en goed te begrijpen, maar soms overschiet hij de kennis die de gemiddelde lezer van natuur-, wis- en scheikunde heeft. Zo spreekt hij over de ‘normaal’ en de loodlijn bij optica, zonder dat het direct duidelijk is dat dit dezelfde zijn. Voor veel onderwerpen moet je ook even de tijd nemen om het te begrijpen. Iets wat Weinberg niet aangerekend kan worden: veel van deze onderwerpen kosten weken om te leren in de schoolbanken.

Wat Weinberg wel aan te rekenen valt, is zijn houding ten opzichte van de Grieken. Waar hij in het begin betoogt dat je de resultaten en prestaties van millennia geleden niet moet beoordelen naar de huidige maatstaven, doet hij dat zelf wel. Zo betoogt hij dat het een slechte invloed had dat Aristoteles aannam dat alles een doel heeft. Het is uiteraard de vraag wat die aanname voor invloed heeft gehad, dat zullen we nooit weten. Misschien was die insteek wel nodig om de wetenschap überhaupt een beetje populair te maken in het oude Griekenland. Zijn arrogantie op dit gebied irriteert.

Het is verbazingwekkend om te zien wat er bereikt is door de verschillende wetenschappers met de beperkte kennis en materialen uit die tijd; wat men bijvoorbeeld kon doen met een stokje in het zand waarvan de schaduw werd gemeten. Je leert automatisch wat bij het lezen van het boek; of het nou is waar de term PhD vandaan komt (vroeger waren wetenschap en filosofie niet gescheiden), waarom een prisma licht scheidt en een gewoon stuk glas niet, of hoe het nou echt zat tussen Galilei en de kerk. De wereld verklaard verwondert en intrigeert. 

Reacties op: Een wetenschappelijke reis door de menselijke geschiedenis