Genre Melange met We Love Lit 'En ik herinner me Titus Broederland'

op 18 december 2017 door

Een tijd geleden al gingen 2 leden van de We Love SF & Fantasy Club net als 2 leden van de We Love Lit Club de uitdaging aan om maar liefst 2 boeken te bespreken van Auke Hulst. Zijn boeken hebben meestal zowel enkele SF- als literaire elementen in zich en wie beter dan Saskia en Kim van WLSFF en Harriet en Nathalie van WLL om deze te bespreken? De uitdaging nam enige tijd in beslag, maar in willekeurige volgorde las ieder van ons uiteindelijk toch zowel En ik herinner me Titus Broederland als Slaap zacht, Johnny Idaho.

Hieronder vind je enkele indrukken van het boek En ik herinner me Titus Broederland. Op de WLL-spot kan je meer lezen over onze indrukken van Slaap zacht, Johnny Idaho.


Waarover gaat het boek En ik herinner me Titus Broederland?

Nathalie: ‘De vertellende ik-persoon heeft een tweelingbroer, Titus, en samen leven ze aan de rand van een bos in de buurt van een klein, oerconservatief en fundamentalistisch religieus dorp, waar ze als tweeling voor “duivelskinderen” worden aanzien. Hun vader liet hen echter beide leven bij hun geboorte, hun moeder stierf toen ze hen op de wereld zette. Zo groeien ze samen op terwijl hun vader in de “bloedpijpen” werkt en helpt om “aardbloed” naar de oppervlakte te brengen. Ze moeten zichzelf en elkaar weten te beschermen van de fundamentalistische bewoners in hun wereld. Na een tijdje wordt hun omgeving opgeslokt door een steeds meer uitdijend zinkgat en wordt hun “huis” ook bedreigd. Als hun vader sterft, nemen zij de beslissing om naar het westen te trekken met slechts enkele bezittingen, een revolver en een gitaar waar ze beiden, echter in spiegelbeeld, zichzelf op hebben leren spelen. Ze trekken eenzaam door een landschap dat naarmate het zinkgat nadert, meer en meer ontvolkt geraakt.’

Kim: ‘In een apocalyptische wereld waarin tweelingen beschouwd worden als duivelskinderen met een gedeelde zwarte ziel wonen Titus Broederland en zijn tweelingbroer, de verteller van de roman die door Titus “brae” (broer) genoemd wordt, in hun eigen paradijs. Samen met hun vader leven ze in vrijheid, afgeschermd van de buitenwereld. Net als alle mannen werkt vader in de bloedpijpen waar aardbloed gewonnen wordt. Als de leeggezogen aarde inzakt en een steeds groter wordend zinkgat hun geliefde land opslokt, vluchten de dan 16-jarige Titus en zijn broer. Ze gaan op zoek naar de mythische zee, hun enige kans om te overleven. Tijdens hun reis ontmoeten ze dieven en gitaarmannen en leren ze nieuwe dingen over elkaar én over zichzelf.’


Welke elementen zijn meer SF en welke meer literair?

Nathalie: ‘Het buitenaardse van SF-boeken blijft mij altijd nog wat vreemd. Net het feit dat Hulst het in Slaap zacht, Johnny Idaho over een nabije en nog vrij herkenbare toekomst heeft maakte dat ik me er compleet kon in verplaatsen. Dit terwijl het soort niemandsland enerzijds en het oerconservatieve boerenleven anderzijds in En ik herinner me Titus Broederland mij bijna vreemder voorkwam! Het was dan ook een echte eyeopener voor mij ook qua genre. Het is meer dystopische literatuur. Ik ben hierdoor zeer gecharmeerd, ook omdat de stijl niet drammerig en prekerig is maar verfrissend modern en pittig en scherp. Daarnaast zie ik in beide boeken méér dan in de doorsnee literaire romans boodschappen naar voren komen: in En ik herinner me Titus Broederland wordt gewaarschuwd voor het verstikkende oerconservatieve godsbeeld en wordt de milieuproblematiek aangekaart.
Ik weet niet zo goed wat ik onder SF-elementen moet verstaan. Ik veronderstel dat de onherkenbare maatschappij daar wel onder valt, de Bijbelse omgeving, alles wat van de “duivel” is, waaronder het feit dat zij “duivelskinderen” zouden zijn. De eigennamen en de plaatsnamen mogen dan wel Nederlands aandoen, ik veronderstel dat zulk een maatschappij niet (meer) te vinden is in deze contreien, dus is dit eigenlijk niet “van deze wereld”. De dreiging van het grote achtervolgende alles opslokkende zwarte gat waarvoor ze moeten vluchten, lijkt voor mij ook een beetje een fantasy-element, waarin echter een verschroeide aarde vanwege slecht milieubeheer in te herkennen is. Uiteindelijk een zeer herkenbare metafoor. De schrijfstijl en de thematiek kunnen evengoed wel in een literaire roman zonder SF-elementen aan bod komen natuurlijk.’

Saskia: ‘De sfeer van verstikking en beklemming is heel goed neergezet. Doordat het landschap heel weids is valt de verstikking nog duidelijker op. Ik vind de schrijfstijl van Auke Hulst in Titus poëtisch. Ik zou het daardoor echter niet zonder meer literatuur noemen. Het taalgebruik doet denken aan de dertiger jaren. Een beetje formeel, stijfjes maar het geeft je duidelijk het gevoel dat de foto op de kaft van het boek ook oproept.
Ik ben het met Nathalie eens dat de thema's en schrijfstijl ook in realistische literatuur voor kunnen komen. Wat ik wel typisch SF vind, is dat Hulst een wereld neerzet waar aardbloed wordt gewonnen en dat die wereld leeggezogen wordt. Bovendien lezen de jongens boeken die doen denken aan onze huidige steden. Het wordt echter gebracht alsof het iets is wat heel ver weg is of iets wat ooit is geweest.
Bij de tweede lezing viel me vooral op dat de het boek “rond” loopt, wat vrij literair is. Daarnaast wordt de techniek van de onbetrouwbare verteller gebruikt. Brae vergeet gemakshalve dingen, weet niet alles meer precies terug te halen. Er is een moment waarop hij zegt dat hij en Titus een en hetzelfde zijn terwijl hij even later beweert dat het net is alsof Titus nooit bestaan heeft.’

Kim: En ik herinner me Titus Broederland was het eerste boek van Auke Hulst dat ik las en wellicht was ik daardoor het meest verrast door de prachtige schrijfstijl. Ik vind het boek soms overkomen als een sprookje, of beter: ik vind het sprookjesachtig geschreven. Inhoudelijk is het zinkgat waarin de hele wereld verdwijnt het enige wat niet echt realistisch is. Dat is natuurlijk een cruciaal element in het boek, maar je krijgt niet heel duidelijk het gevoel dat je verbeeldingsliteratuur leest. Ik vind de wereld wel enigszins vervreemdend overkomen. Enerzijds heel herkenbaar, anderzijds met zo veel vreemde elementen dat je die niet goed kunt plaatsen. Volgens mij is dat ook het doel van Hulst. Hij vertelde ooit dat je niet op zoek moet gaan naar land en tijd, maar dat je het verhaal gewoon moet beleven zoals het is.
Ik ben het met Nathalie eens dat er heel duidelijke boodschappen in het boek verweven zitten. Ik denk inderdaad meer dan in veel andere literaire boeken. Er wordt overduidelijk kritiek geleverd op het winnen van grondstoffen.’


Over de leeservaring van dit boek

Harriet: ‘Ik vond En ik herinner me Titus Broederland lastig lezen omdat me niet helemaal duidelijk was wanneer het boek zich afspeelde. Hele stukken krijg je het idee dat het aan begin van deze eeuw speelt, onder andere door de paarden en wagens. Soms lijkt het ook wel de Middeleeuwen. Het krijgen van een tweeling kon toen nog niet goed verklaard worden en dan wordt natuurlijk al snel de duivel erbij gehaald. Ook de Koorts, die doet denken aan de Pest, past meer in de Middeleeuwen. Dat ze dan boeken lezen over wat meer de toekomst lijkt kan natuurlijk een soort trucje zijn van de schrijver, het spelen met de tijd. De vraag wanneer het verhaal speelt hield me zo bezig dat ik minder van het boek kon genieten.’

Kim: ‘Ik heb genoten van dit bijzondere verhaal. Hoewel En ik herinner me Titus Broederland een uitdagend boek is door het prachtige, literaire taalgebruik en de vele sprongen in de tijd is het verhaal op zich vrij helder. Hulst vertelt steeds net genoeg om je nieuwsgierig te maken en je door te laten lezen terwijl hij je tegelijkertijd in zijn greep houdt met zijn prachtige schrijfstijl en woordkeuze. Een boek dat je meesleurt en niet meer loslaat. Het lijkt minder op intertekstualiteit te leunen dan Slaap zacht, Johnny Idaho. Ik had niet het idee dat er verbanden waren met andere verhalen die me ontgingen.’

Saskia: En ik herinner me Titus Broederland greep me vanaf het eerste moment bij de kladden. Het poëtische taalgebruik bracht me al snel in een staat van verliefdheid en de relatie tussen de broers hield me alert. Het was beslist geen straf om dit boek te lezen. Ik raakte in de ban van de geheimen die de broers bij zich droegen en de vervreemdende sfeer deed me smullen.
Het was geen moeilijk boek om te lezen maar ik moest alle ervaringen af en toe laten bezinken. Het is daarom geen boek dat je in één ruk uitleest, maar veeleer een langzaam garende slowcooker.’

Nathalie: ‘Ik vond En ik herinner me Titus Broederland een supergoed boek! Ik herkende de schrijfstijl van Auke Hulst meteen van Slaap zacht, Johnny Idaho, maar ik vond er op een bepaalde manier nog meer lagen in terug.
De ervaringen die beide jongens hebben meegemaakt ondanks hun jonge leeftijd zijn ook vrij verschillend. Je leest tussen de zinnen van het ganse boek door dat er nog het een en ander gebeurd is in hun kindertijd dat nog niet helemaal onthuld is, waardoor je voortdurend verder wilt blijven lezen. De draai die op het einde nog in het verhaal komt, laat je verbluft achter.’


Spiegels, boeken en Joha en Torf

Saskia: ‘Spiegels spelen een grote rol in het verhaal. De jongens lijken op elkaar. De een is rechtshandig en de ander linkshandig. Ze doen spelletjes waarin ze elkaar spiegelen. De verteller kan alleen gespiegeld gitaar spelen, met de snaren verkeerd om. Wat zou Hulst hiermee willen zeggen?’

Nathalie: ‘Nu je de spiegels vermeldt, en de spiegeling tussen beide broers, kan ik me er wel in vinden. Ik kan wel niet zeggen dat ik er direct aan heb gedacht eigenlijk. Het gaat volgens mij eerder om maniertjes en enkele fysieke dingen die ze van elkaar overnemen dan om een literaire spiegeling. Dat heeft natuurlijk ook te maken met het feit dat ze een tweeling zijn. Wat me trouwens opviel, is dat beide broers Titus als de “oudste” bezien, hoewel ze niet zeker kunnen weten wie er eerder geboren is en het maar over enkele seconden, hooguit minuten, zal gaan.’

Saskia: ‘Het is mijns inziens niet alleen een fysieke maar ook een psychologische spiegeling. Ze lijken op elkaar en toch ook weer niet, zijn jaloers op elkaar, willen op elkaar lijken en toch ook weer niet. Zo zit Titus vol woede en ondernemingsdrift. Hij heeft destructieve neigingen terwijl Brae voorzichtig, angstig en laf is. Brae wil soms op zijn “grote” broer lijken, maar is ook bang voor hem. Hij wil niet zoals zijn broer de waarheid ontwijken of verbuigen zoals het hem uitkomt. Zelf liegt hij echter onbewust door onaangename dingen te “vergeten”. De vader van de jongens zegt tegen Brae: “Wees Joha, niet Torf”. Dit verwijst naar een verhaal uit een soort Bijbel waarbij de boodschap lijkt te zijn dat Joha gelovig is en op de Heer vertrouwt en dus geen angst hoeft te kenen, terwijl Torf een soort ongelovige is en dus meer een Titus.’

Harriet: ‘Het spiegelen is mij niet als zodanig als bijzonder opgevallen in het geheel. Als er een linkshandig is en de ander rechtshandig dan doe je al veel gespiegeld. Zelf ben ik linkshandig. Als ik een rechtshandige gitaar wil bespelen dan houd ik de gitaarhals in mijn rechterhand (als je rechtshandig bent dan houd je de gitaarhals in je linkerhand) en moet ik ook de snaren omdraaien.
Wat ik in beide boeken opvallend vond is de liefde voor lezen en boeken. In beide boeken wordt veel gelezen.’

Kim: ‘De liefde voor lezen en boeken viel mij ook op, zowel in En ik herinner me Titus Broederland als in Slaap zacht, Johnny Idaho. Ik vroeg me meteen af of je dat ook in de andere boeken van Hulst terugziet.’


Conclusie: Een literaire roman met een dystopisch tintje

Nathalie:En ik herinner me Titus Broederland is een apocalyptische, zinderende roman, die een diepe indruk naliet op mij. Het is een boek dat met de genre-grenzen speelt, dit keer vooral met een dystopische inslag met een aantal SF-elementen. Het verhaal kan zowel qua plaats als qua tijd moeilijk geplaatst worden, waardoor het ook allemaal vrij bevreemdend overkomt. Het verhaal van twee toch nog heel jonge jongens die verplicht worden tot een nomadisch leven en die hun mannetje moeten staan in een dodelijke, apocalyptische wereld, ontroert en maakt enorm veel indruk, mede door het prachtige taalgebruik en een harde en dramatische maar dikwijls ook poëtische schrijfstijl.’

Harriet: ‘Ondanks het mooie en soms poëtische taalgebruik kon het boek mij niet genoeg boeien. Het spelen met de tijd en de vervreemdende sfeer hield mij daar te veel voor bezig.’

Kim: ‘En ik herinner me Titus Broederland doet denken aan een reisboek in romanstijl met een fantasy-tintje. Het is een roadtrip door een vreemde conservatieve wereld, waarbij de innerlijke reis net zo belangrijk is als de daadwerkelijk tocht. In prachtige zinnen wordt beschreven hoe het bij de jongens thuis was, hoe ze westwaarts trokken, weg voor het zinkgat dat zich een weg eet door het land, en hoe het eindigde. Het verhaal is traag en sfeervol en bij vlagen bizar – vol gitaarmannen, misdadigers en boeren die liever sterven dan dat ze hun land verlaten – maar nooit ongeloofwaardig.

Saskia: ‘Het zinkgat dat de hele wereld opslokt, het duidelijkste fantasy-element in het boek, is een metafoor voor de milieuvervuiling en het winnen van fossiele brandstoffen in onze wereld. De manier waarop Hulst dit vormgeeft in zijn boek is echter letterlijk. Het huis en het bos worden letterlijk opgeslokt.’


Naar welk boek ging uiteindelijk onze voorkeur uit?

Kim: ‘Mijn eerste gedachte nu ik allebei de boeken uit heb: grappig genoeg vond ik Titus beter. De achterflaptekst sprak me eigenlijk helemaal niet echt aan toen ik die voor het eerst las en ik had ook helemaal geen verwachtingen van het boek, maar ik was er echt van onder de indruk. Sowieso door de prachtige stijl natuurlijk. Bij Johnny Idaho had ik dat toch minder. Het is ook een knap boek, maar ik was er gewoon minder door weggeblazen.’

Nathalie: ‘Ik heb onlangs Titus gelezen en vond het ook een fantastisch boek! Vorig jaar was Johnny Idaho mijn eerste kennismaking met Auke Hulst en daardoor was ik misschien wel het meest verrast door zijn stijl op basis van dat boek. Maar Titus is toch wel mijn favoriet vanwege het verhaal en tevens het prachtige taalgebruik. Ik besef wel dat goede SF-boeken meestal een allegorie zijn op onze wereld maar het buitenaardse blijft mij nog altijd wat vreemd. Boeken zoals deze auteur ze schrijft, wil ik echter wel altijd lezen!’

Harriet: ‘Vergeleken met Johnny Idaho vond ik Titus veel lastiger lezen. Dat zat volgens mij met name in het niet helder krijgen voor mijzelf wanneer het boek zich nu afspeelt. Dat het zo moeilijk te plaatsen was voor mij, hield me zo bezig dat ik het een minder prettige leeservaring vond, hoe goed het ook geschreven is. Johnny Idaho daarentegen heb ik met veel genoegen gelezen. Ook bij dit boek heb ik in het begin wel even moeten uitvinden hoe het zat qua tijd, maar als dat je eenmaal duidelijk is dan leest het daarna makkelijker dan Titus.’

Saskia: ‘Mijn voorkeur gaat uit naar Titus omdat het me emotioneel meer wist te raken dan Johnny Idaho. Dat komt door de mooie zinnen maar ook door de weemoed die het boek uitstraalt. De innerlijke worstelingen van de vertellende broer en de schurende relatie tussen beide jongens knagen zich een weg naar je binnenste. Je voelt de verscheurdheid van de verteller die zich in je binnenste weet te nestelen. Johnny Idaho bleef voor mij op dit gebied oppervlakkiger en ik beleefde het meer in mijn hoofd. Ik vond het knap geschreven, maar de vonk sloeg niet zo over als bij Titus.’


Lees op de WLL-spot  wat we van Slaap zacht, Johnny Idaho vonden.

Het boek was het favoriete boek van Nathalie in oktober. Lees ook de recensies van Nathalie  en Kim.

En ik herinner me Titus Broederland is een goede tip voor de Hebban Reading Challenge van 2018 in de categorieën “Een in 2017 bekroond boek” (het won in april de Harland Awards Romanprijs) of “Een boek met een naam in de titel”.



Reacties op: Genre Melange met We Love Lit 'En ik herinner me Titus Broederland'

Meer informatie

Gerelateerd

Over

Auke Hulst

Auke Hulst

Auke Hulst (1975) brak in 2012 door met zijn autobiografische roman Kinderen va...