Verhalenwevers #16 Zaad van storm en furie

op 14 januari 2018 door

Wisten jullie dat ook de We Love Fantasy Spot het nodige schrijftalent in het team heeft? Deze keer dan ook een aflevering door teamlid Adinda. Jullie kennen haar natuurlijk van haar bijdragen aan de Spot, maar ze is op verschillende terreinen actief in de fantasywereld.
Ze recenseerde voor het blad HollandSF en voor de website fantasyboeken.org. Ook schrijft ze al jaren binnen het fantasygenre. Dit leidde tot publicaties van haar verhalen in het tijdschrift Pure Fantasy en in de verzamelbundels Zwarte sterren II en Kom Verdwalen.
Ook bij schrijfwedstrijden behaalde ze aardige noteringen. Zo bereikte ze de top-10 van de Paul Harland Verhalenwedstrijd, won ze de publieksprijs van de Suspense Storywedstrijd en behaalde in dezelfde wedstrijd de 2e plaats in het juryklassement.
Een verhaal dat in de Unleash Award op de eerste plaats in de tussenstand belandde, inspireerde haar tot het schrijven van Vrouwe van Arak, een bij uitgeverij Verschijnsel gepubliceerde fantasyroman met sciencefictioninvloeden. Een aanrader voor wie van eenhoorns, duistere mystiek en originele fantasywerelden houdt. In haar werk concentreert ze zich op de vraag wat ongewone omstandigheden met gewone mensen doen en welke morele dilemma's dat oplevert.
In het dagelijks leven is Adinda beeldend kunstenaar met een atelier aan huis. Ze verdeelt haar tijd tussen haar kleine kudde paarden, haar gezin en haar werk, en niet te vergeten de Hebban We Love Fantasy Spot! Moeten we nog vermelden dat ze een fervent lezer van fantasy is?

Zaad van storm en furie

De jongen had moeten begrijpen dat wie Kraaienhapje genoemd werd, moest rennen voor zijn leven. De knul had die hint niet begrepen. Net zomin als hij had begrepen dat hij zijn mond moest houden.
Claudius keek vanaf zijn strijdros toe hoe de knul met zijn slordig dichtgenaaide lippen naar het schavot geleid werd. Hij was best bruikbaar gebleken, maar als Claudius iets geleerd had op zijn lange weg naar de top, dan was het dat voorbeelden stellen onontbeerlijk was. Hij moest de schijn ophouden. Nog even.
De jongen werd door de beul in zijn nekvel gevat en de drie treden van het chavot op gesleurd. Scharminkelig, een kind nog, en zeker geen partij voor de breedgeschouderde soldaat die hem nu richting het galgentouw sleepte, als een zak aardappelen oppakte en op het valluik plantte. Het touw werd ruw rond zijn nek getrokken.
Claudius hief een bezwerende hand op en de beul onderbrak de uitvoering van het vonnis. Claudius liet zijn blik over de verzamelde troepen dwalen. 'Laat dit een les zijn,' donderde hij over de hoofden van de verzamelde manschappen heen. 'Sabotage! Deze crimineel heeft de kruitvoorraden natgemaakt en daardoor de overwinning onzeker gemaakt! Hoogverraad! Nooit zullen wij de strijd winnen als verdeeldheid onze rijen verscheurt!' Claudius genoot van de holle retoriek. Hij hield een vlammend betoog over loyaliteit en heldenmoed, en gaf de beul toen het teken dat hij zijn werk af kon maken. Kraaienhapje keek op naar Claudius, in zijn ogen een oneindig treurige en beschuldigende blik. Een mindere man zou ervan door de knieën gaan. De knul probeerde door zijn dichtgenaaide lippen nog iets te zeggen. Je moest hem nageven dat hij vasthoudend was, maar zijn kansloze gemurmel ging hem niet helpen. Claudius keek recht in zijn ogen, en bleef dat volhouden toen het luik onder de voeten van de jongen wegklapte en hij stuiptrekkend het leven verloor.
Een klein offer.

Aan het hoofd van zijn officieren dreef Claudius zijn paard langs het in de wind heen en weer bungelende lichaam van de jongen. Drie dagen hing hij daar nu. Een troep kraaien vloog schor krassend op, om weer met hun snavels op het lichaam in te hakken zodra Claudius voorbij gereden was.
Hij leidde het selecte gezelschap richting de beek. Het laagland was drassig en het was lastig om de resterende kruitvoorraden te beschermen tegen het vocht dat overal in doordrong. Dat was de enige kans die het leger had om de golems te overwinnen. Kansen keren, daar draaide alles in het leven om.
Aan de overzijde van de beek hield het leger van golems zich schuil in de moerassen. Het landschap zou in hun voordeel werken. Met hun wortels en vertakkingen konden ze zich makkelijker door het zompige veenland voortbewegen.
'Generaal?' Claudius wendde zijn bij deze bodemgesteldheid zo goed als onbruikbare paard naar de verkenner. De man was bedekt met slijk en groene alg. Diepe groeven langs zijn mond verrieden zijn vermoeidheid.
'Ze rukken op. Ze bevinden zich op ongeveer een uur te voet ten zuidwesten van hier. Het hele leger is in beweging.'
'Aantallen?'
De verkenner aarzelde even voor hij antwoord gaf. 'Dat is lastig te zeggen. Het terrein is onoverzichtelijk en sommige golems bewegen zich voort in de diepere watergangen van het moeras. Het moeten er honderden zijn.'
'Hoe specifiek,' zei Claudius schamper, hoewel hij wist dat de man zijn beste verkenner was en onder de omstandigheden uitstekend werk verrichtte. Daar kwam nog bij dat Claudius beter dan wie dan ook wist hoeveel tegenstanders ze tegenover zich zouden vinden.
Maar dat hoefden de officieren die om hem heen dromden niet te weten.
Hij gaf bevelen om het leger klaar te maken voor de komende veldslag. Hij las twijfel in de ogen van de meer ervaren officieren over zijn beslissingen. Hardvochtig keek hij ze een voor een aan. Als ze hem wilden uitdagen moesten ze dat nu doen; hij zou ze zonder pardon doden. Hij kon het risico niet nemen dat iemand argwaan kreeg en een automaton of boodschapper naar de hoofdstad zou sturen. Zorgvuldigheid was de moeder van de overwinning.
Hoever zou Eshe gevorderd zijn met haar missie? Hij twijfelde er niet aan dat ze alles op alles zou zetten om Soma uit de handen van die trieste bende Steenvorsers te redden. Niets was nietsontziender dan de liefde van een moeder, en Eshe was een buitengewoon vasthoudend exemplaar. Dat had hij wel ondervonden, bedacht hij met een grimmige zelfgenoegzaamheid. Ze had niet bij hem moeten weggaan – iets waar ze binnenkort wel achter zou komen. Zij en haar waardeloze Godin van het falen. Het was tijd dat de Zaden hun rechtmatige heerser zouden ontmoeten. Weg met die vrouwelijke zachtheid en stille kracht, dat gemorrel in de marge. De zaden hadden zoveel meer potentie. Claudius zou ze aanwenden op manieren die nog nimmer gezien waren. Kracht en macht, dat was het zaad. Al die tijd had hij behoedzaam en verscholen zijn werk gedaan. Nu werd het tijd om te oogsten. Hij, een god. Soma, zijn instrument.
Hij bedwong zijn ongeduld. Eshe had tijd nodig om Soma uit dat hol te trekken waarin de Steenvorsers zich verscholen als een stel bange konijnen, met hun absurde machtsfantasietjes. De golems verslaan door het bloed van Soma te gebruiken. Sukkels. Natuurlijk wist hij best dat Eshe hem zou verraden zodra ze de kans kreeg. Ze had nogal wat slechte eigenschappen (het was hem nooit gelukt die eruit te slaan – nog niet), maar dom was ze niet. Hij grijnslachte in zichzelf. Thorius was al eerder bruikbaar gebleken. Hij zou zorgen dat Eshe en Soma hem niet zouden ontsnappen. Eshe was slim, maar niet slim genoeg.
Hij vaardigde zijn laatste bevelen uit. Het leger maakte zich op voor de strijd.

Een kreet, toen een langgerekt signaal op een strijdhoorn in de voorhoede van het leger. Claudius dreef zijn logge strijdros in de achterhoede een glooiing op om een beter uitzicht over zijn troepen te hebben. Zijn staf van hoge officieren volgde hem. Het paard glibberde onhandig door de modder. Claudius bedwong de neiging het in de flanken te trappen. Als hij iets haatte, was het wel deze drassige omgeving. Die deed hem te veel denken aan de ondergang van zijn thuisland Ulm, dat in de nadagen van de grote Staalroof langzaam onder water was gelopen.
Dat was geweest. Het was tijd voor een nieuwe orde.
De eerste golems kwamen nog wat aarzelend tussen de bomen uit, maar toen er steeds meer uit het moeras stroomden, begaven ze zich snel en doelbewust richting de beek. Meer en meer knoestige wezens met om zich heen graaiende takarmen en glibberende wortels kwamen tevoorschijn. Claudius' houten been, vergroeid met zijn vlees, kwam tot leven, wriemelde en kronkelde in zijn leren laars.
Hout en vlees, golem en mens. Hij, de verbinding.
En wat hadden de Witten, de machthebbers van Breza, om tegenover het immense leger van golems te zetten? Een handvol grote katapulten om rotsblokken mee te schieten – maar de aanvoer van rotsblokken viel vies tegen over de drassige bodem van het laagland rond de rivier.
Manschappen die slechts uitgerust waren met knotsen en strijdvlegels van hout en steen. De meesten van hen zouden ook wel een paar glazen messen bij zich dragen, maar die braken al te makkelijk af in de strijd.
En de explosieve automatons: vliegende bollen gevuld met buskruit die zo waren geprogrammeerd dat ze een golem detecteerden om op te pletter te vliegen en te ontploffen.
Het zou te weinig zijn. Toch gaf hij zijn trompetter het signaal dat de strijd kon beginnen. De man zag bleek en produceerde een trillende klank.
'Schiet op man, blaas fatsoenlijk!' Nogmaals zette de man zijn hoorn aan de lippen, ditmaal stootte hij een klare toon uit.
Het was begonnen. Het menselijke leger rukte op. De golems rukten op.
Al vlug was het buskruit op – Kraaienhapje had zijn werk goed gedaan – en de voorraad stenen was ook al snel uitgeput. Het leger van Breza was kansloos. Claudius keek toe hoe soldaat na soldaat onder de voet gelopen, uit elkaar gescheurd of door taaie takken gewurgd werd. Er was verwarring in de voorhoede. De sergeants verwachtten dat de aftocht geblazen zou worden, maar durfden niet eigenstandig te beslissen.
Claudius zat op zijn paard en bezag met grimmige voldoening hoe het leger werd afgeslacht. De golems werkten zich onstuitbaar door de rijen manschappen en bereikten nu bijna de lage heuvel vanwaar hij de strijd volgde. Hij beleefde geen plezier aan de wijze waarop de officieren rondom hem een voor een sneuvelden, sommige strijdend tot de laatste ademtocht, anderen gegrepen tijdens een eerloze vlucht. Sommige van deze mannen kende hij een half leven.
Soms was een groot offer noodzakelijk.
Zaden van Ulm, kom maar. Kom bij papa.

Verhalenwevers #1 Houten hart Roderick Leeuwenhart

Verhalenwevers #2 Brandende vraag Liselotte Schoevaart

Verhalenwevers #3 Ontvlammende woede Kim Ten Tusscher

Verhalenwevers #4 Soma, geen jongen maar ook geen man Nienke Pool

Verhalenwevers #5 De zaden van Ulm Frank Norbert Rieter

Verhalenwevers #6 Soma's tweestrijd J. Sharpe

Verhalenwevers #7 Vuurvliegjes Anthonie Holslag

Verhalenwevers #8 De droomwever Nielse Hofmans

Verhalenwevers #9 Ygdrasils meesterboom Pen Stewart

Verhalenwevers #10 In het rijk van de steenvorsers Johan Klein Haneveld

Verhalenwevers #11 Het hout onder je huid Oli Veyn

Verhalenwevers #12 Het beste medicijn Stephan van Hugten

Verhalenwevers #13 Van steen Cornelie Moolhuizen

Verhalenwevers #14 Door de barsten in de rotswand Tom Kruijsen

Verhalenwevers #15 Een falende godin Petra Doom



Reacties op: Verhalenwevers #16 Zaad van storm en furie

Meer informatie

Gerelateerd

Over