Alcoholisme in de literatuur

op 03 april 2022 door

Tijdens de corona epidemie waren horecagelegenheden vaker dicht dan open. Toch heeft Cies niet als compensatie daarvoor de afgelopen maanden een stapeltje romans gelezen waarin alcoholisme een centraal thema is. Het lezen van De kopstoot voor het artikel over Emile Zola dat Hetty en Cies in oktober 2021 hebben gepubliceerd is voor Cies de aanleiding geweest om zich te verdiepen in de ‘alcoholische’ literatuur. Het is nog altijd beter om je te verdiepen in literatuur dan te diep in het glaasje te kijken. 


Tekst en banner: Cies


Alcoholische dranken bestaan (vrijwel) al vanaf het moment dat mensen zich gingen vestigen en niet alleen meer als nomaden rondtrekken. In verhalen, poëzie en literatuur vanaf die tijd kom je met grote regelmaat alcoholische dranken tegen is het niet om voor het plezier op te drinken, de dorst te lessen dan is het wel als symbolische offerande tijdens een of ander religieus ritueel. Pas in de tweede helft van de negentiende eeuw wordt alcoholisme in onze westerse samenleving als een maatschappelijk en persoonlijk probleem gezien en komt alcoholisme als probleem aan bod in de literatuur. Het is pas in de 19e eeuw dat alcoholisme als ziekte wordt aangeduid in medische handboeken en dat sociaal wetenschappers aandacht krijgen voor de negatieve maatschappelijke effecten van alcoholisme.


Door industrialisatie en urbanisatie nam alcoholisme toe en werd het zichtbaarder. In steden waar mensen dicht op elkaar leefden en ook de fysieke afstand tussen de sociale klassen nog niet zo groot was, werd de alcoholist een dagelijks fenomeen dat men op straat tegen kwam. De toename van alcoholisme is grotendeels te wijten aan de beroerde omstandigheden waarin de (onderkant van de) arbeidende klasse leefde. Alcohol consumptie was en is het enige sociaal en wettelijk geaccepteerde genotsmiddel, ondanks de grote kans op verslaving en de negatieve gezondheidseffecten wanneer het gebruik (nog) niet verslavend is. Tegen het einde van de 19e eeuw werd de invloed van organisaties die pleiten tegen het (bovenmatige) gebruik van alcohol steeds groter zonder dat dit tot grote veranderingen leidde. De uitzondering hierop is de Verenigde Staten waar steeds meer staten en steden een wettelijke ‘drooglegging’ invoerde. Tussen 1920 en 1933 was er zelfs een federale ‘drooglegging’ in de Verenigde Staten. Een van de negatieve effecten van zo’n drooglegging is dat net als bij andere illegale genotsmiddelen criminelen (Al Capone!) de markt overnemen en dat mensen die willen toch wel aan hun alcohol komen.

De 16 onderstaande besproken boeken vormen zeker geen volledig overzicht van alcoholisme in de literatuur en ook niet echt een representatief overzicht. Zo ontrbreekt een roman met een hoofdpersonage die door campagnes voor geheelonthouding van zijn of haar alcoholverslaging is afgeraakt. Is die roman eigenlijk ooit wel eens geschreven? De romans die ik heb gekozen zijn volgens mij niet alleen interessant wanneer je geinteresseerd bent in alcoholisme als literair thema, maar zijn goed leesbare romans, alcoholisme of niet. Verder is de selectie die ik heb gemaakt grotendeels bepaald door wat ik in de kast had staan, bij de bibliotheek, kringloop of in de kast van vrienden kon vinden. 

René Daumal – Het drinkgelag (1938)
9f0fbbea4bf80066a78fd3463ebdd1a0.pngDe vertaling van het (oud) Griekse woord ‘symposion’ is drinkgelag. In 385 voor Christus schreef Plato het boek Symposium. Een drinkgelag volgde bij de Oude Grieken na een uitgebreid diner. De Franse auteur Daumal heeft met dit in het achterhoofd de titel La grande beuverie, in het Nederlands vertaald als Het drinkgelag gekozen voor zijn debuutroman. Het is een surrealistische satire waar in het midden wordt gelaten of er wel een verschil bestaat tussen de dorst naar kennis en de begeerte naar alcohol. Kunnen wij alleen de werkelijkheid kennen tijdens een delirium? Of spreken filosofen en wetenschappers van de ‘blauwe knoop’ de waarheid? “Het drinkgelag” is dan wel een heel goede satire, de vraag in hoeverre alcoholisten nog in staat zijn om de werkelijkheid goed te begrijpen of zelfs beter te begrijpen is een serieuze vraag die in alle romans waarin alcoholisten een prominente rol hebben (impliciet) terugkeert.

 
Emile Zola –  L’Assommoir/De kroeg/De nekslag/De kopstoot/ (1877)
25ee76226678bc1f54a807d29973a199.jpgDe kopstoot is dé klassieke roman over alcoholisme in de arbeidende klasse in de 19e eeuw. Een deprimerend boek, omdat Emile Zola nog meer dan in zijn andere romans niets weglaat. In deze roman geen subtiele verwijzingen naar bijvoorbeeld huiselijk geweld onder invloed van drank of het zoveelste delirium bij hoofdpersonage Coupeau tegen het einde van zijn leven. Een leven dat kort na zijn huwelijk met Gervaise nog perspectief had. Als ervaren dakdekker verdiende hij een goede boterham, maar wanneer hij een arbeidsongeval krijgt en na het herstel in plaats van terug te keren naar zijn werk blijft hij liever in de kroeg zitten drinken met zijn vrienden. Het gaat van kwaad tot erger. Gervaise houdt het lang vol, totdat zij op een avond ook eens een borreltje drinkt om tijdelijk te ontvluchten aan de dagelijkse zorgen. In een gestaag tempo gaan ze alle twee verslaafd aan de drank naar de verdoemenis. Het enige waar ze zich nog druk over maken is om aan (net) genoeg geld te komen om drank van te kopen. Hun dochter Nana wordt zo goed als genegeerd. Zij zal in Nana de naar haar genoemde roman van Zola terugkeren als straatprostituee die zich weet op te werken tot maîtresse van rijke en invloedrijke mannen.

 Frank McCourt – De as van mijn moeder (1996)
a3953139f3930e5e45fe862a41e53df4.jpgIs Nana de fictieve dochter van een alcoholist, de vader van Frank McCourt was werkelijk een alcoholist. In De as van mijn moeder vertelt McCourt, beginnende in 1930 kort na zijn geboorte, hoe hij opgroeit in een arm gezin met een alcoholistische vader aan het hoofd. Die keren dat pa McCourt werk heeft, drinkt hij na uitbetaling van het weekloon, het grootste deel op, waardoor er in de rest van de week amper geld genoeg is voor eten, het betalen van de huur, en voor kolen om te stoken in de wintermaanden. Een triest verhaal, dat goed verteld wordt door McCourt, al is er weinig ontwikkeling, buiten het ouder worden, in het vertellende personage Frank McCourt. De peuter Frank en de puber Frank lijken te veel om De as van mijn moeder echt overtuigend te vinden.

 

J.P. Donleavy – Rosse bietser (1955)
7fa50281a10ff0e197f5b93e28a8d98b.jpgEen andere Ierse Amerikaan, J.P. Donleavy, was in 1955 met “Rosse bietser” McCourt voor gegaan met het schrijven van een autobiografie over het leven van een alcoholistische Ierse Amerikaan in Ierland. In “Rosse bietster” gaat de Iers Amerikaanse  Sebastian Dangerfield begin jaren vijftig studeren in Dublin. In plaats van zijn tijd aan studie en gezin te wijden, gaat Dangerfield liever naar de pub of achter de vrouwen aan. In een ‘stream of consciousness’ af en toe onderbroken door gedichten geeft Donleavy kritiek op het Ierse anticonceptie beleid van die jaren, de hypocriete (katholieke) huwelijkse moraal in Ierland. Dat Dangerfield uiteindelijk in de zoveelste dronken bui wegloopt voor zijn verantwoordelijkheden als echtgenoot wekt geen verbazing.


Wat Donleavy deed na de Tweede Wereldoorlog, de Verenigde Staten verlaten in de hoop en verwachting in Europa een beter en vrijer leven op te kunnen bouwen, deden veel schrijvers na de Eerste Wereldoorlog. Onder andere Ernest Hemingway en F. Scott Fitzgerald zochten hun heil in Parijs in de jaren twintig van de vorige eeuw. Parijs had in die jaren de mythische reputatie dé stad van de vrijheid, decadentisme, hedonisme en alcoholisme te zijn. Een imago dat grotendeels gebaseerd is op laat negentiende-eeuwse beschrijvingen van Parijs zoals in “Alsem” van Marie Corelli uit 1890, de al eerder genoemde romans van Zola, het werk van Baudelaire en de kring van decadente schrijvers uit het ‘fin de siècle’ rond J.K. Husymans.

Marie Corelli – Alsem (1890)
3cbda213c617ab118c22c98e18222560.jpgDe Britse schrijfster Marie Corelli was een van de eerste internationale bestseller auteurs. Haar werk kent meerdere vertalingen en kende ook meerder herdrukken, ondanks het feit dat ze verguisd werd door de literaire pers. Een van haar meest populaire romans was Wormwood: a drama of Paris in het Nederlands vertaald als Alsem. Alsem is een kruid en een van de belangrijkste bestanddelen van absint, de sterk alcoholische drank die geliefd was bij kunstenaars als Vincent van Gogh, Charles Baudelaire en vele anderen. In Alsem beschrijft Corelli een Parijs waarin bijna de helft van de bevolking verslaafd is aan absint en zich overgeeft aan door drank veroorzaakte hallucinaties en volledig zelfdestructief naar de ondergang gaat. Dat is, net als de rest in Alsem overdreven. In het Parijs van Corelli gaat de goed opgeleide financieel onafhankelijke jongeman Gaston Beauvais volledig vrijwillig ten onder aan het gebruik van absint. Alsem heeft er wel toe bijgedragen dat in veel landen, waaronder België, Nederland, Frankrijk en de Verenigde Staten het lange tijd verboden is geweest om absint te verkopen.

Ernest Hemingway – En de zon gaat op (1926)
3771d05308377f67f894283c6e51eb8e.pngHet is in dit mythische Parijs waar Ernest Hemingway zich begin jaren twintig van de vorige eeuw zich vestigde als correspondent voor Amerikaanse dagbladen en tijdschriften. Zijn debuutroman En de zon gaat op uit 1926 begint dan ook in Parijs. Het schets het beeld van een aantal expats die naar Parijs zijn gekomen, omdat daar het leven beter zou zijn, dat ze in Parijs een nieuw thuis zullen vinden dat ze in hun geboorteland zijn kwijtgeraakt. In hun zoektocht naar dat nieuwe thuis komen ze er (onbewust) achter dat ze op zoek zijn naar zichzelf. Om te vluchten voor deze lastige vragen trekken journalist Jake Barnes (gebaseerd op Hemingway) en zijn vrienden, kennissen en vage bekenden door het nachtleven van Parijs veel, heel veel, alcohol drinkend. Om aan de Parijse verveling en vooral zichzelf te ontsnappen besluiten Barnes en aantal van zijn vrienden om naar de stierengevechten in Pamplona te gaan. Centraal in het reisgezelschap is de enige vrouw Brett Ashley, waar alle kerels in het gezelschap of verliefd op zijn of zijn geweest. In wat niet veel meer is dan een lange kroegentocht naar en door Pamplona komen vriendschappen en relaties onder druk te staan door het stevige drankgebruik van het gezelschap. Voor Hemingway is het goed tegen grote hoeveelheden sterke drank kunnen een teken van manlijkheid. Vriendschappelijke omgang met elkaar onder het genot van een enkel glaasje is voor Hemingway en de meeste van zijn personages in En de zon gaat op niet zo heel belangrijk.

F. Scott Fitzgerald – Teder is de nacht (1934)
deaa9e66268af3380b6fcc7f6ec0a820.jpgScott Fitzgerald pendelde in zijn Europese jaren tussen Parijs en de Franse Rivièra waar hij en zijn vrouw Zelda een villa huurden. In Teder is de nacht verwerkt Scott Fitzgerald veel autobiografische elementen, zoals het leven aan de Franse Middellandse zeekust, een psychiatrische patiënt als echtgenote en zijn eigen alcoholisme. Wanneer de psychiater Dick Diver meer en meer merkt dat zijn echtgenote Nicole Warren steeds minder zijn zorg als psychiater nodig heeft, voelt Diver zich overbodig en nutteloos geworden. Hij gaat steeds meer drinken tot ergernis van Nicole waardoor de kloof tussen de twee alleen maar groter en zelfs onoverbrugbaar wordt. De vlucht in de drank van Diver betekent het einde van hun huwelijk. In Teder is de nacht laat Scott Fitzgerald, die zelf alcoholistische periodes heeft gekend, hoe makkelijk iemand van een (stevige) sociale drinker in korte tijd een onuitstaanbare alcoholist wordt. Het is de vanzelfsprekendheid, het gemak en de relatieve korte duur waarmee Diver van gerespecteerd en geliefd echtgenoot en vriend verandert in een sombere nare vent die het zo tragisch, maar ook zo herkenbaar maken. 


Charles Jackson – Het verloren weekend (1944)

644e77510b20c78eccf9e05877973638.jpgDe bij ons minst bekende, maar zeker niet de minste, Amerikaanse klassieker waarin alcohol het of één van de centrale thema’s is, is Het verloren weekend van Charles Jackson. In deze autobiografische roman uit 1944 geeft een zelfkritisch beeld in het leven van een alcoholist. Geen machismo zoals bij Hemingway, geen zelfmedelijden zoals bij Scott Fitzgerald, maar een openhartig verhaal van een alcoholist die niet meer kan en wil veranderen. Geen enkele rechtvaardiging voor het zelfbedrog, het ontkennen tegen over anderen, het liegen en bedriegen om aan drank te komen. Een confronterende serie monologen van Jackson zijn alter ego Don Birnam waarin hij niet op zoek gaat naar excuses of verklaringen voor zijn alcoholisme, maar open en bloot weergeeft hoe het aftakelingsproces bij hem gaat. De enige personen met wie Birnam medelijden heeft zijn zijn vriendin en zijn broer die hem willen helpen, maar die volgens Birnam hem niet meer kunnen helpen. Schrijnend.


Malcolm Lowry – Onder de vulkaan (1947)
478c6b98e0b7fbf2e03a3c027c60f2b3.jpgGeoffry Firmin, het hoofdpersonage in Onder de vulkaan lijkt weggelopen te zijn uit De zon gaat op van Hemingway. Net als de hoofdpersonages bij Hemingway is Firmin ver van huis op zoek naar een nieuw thuis dat hij denkt te hebben gevonden in Quauhnahuac aan de voet van de vulkaan Popocatepetl in Mexico. Het grote verschil tussen Hemingway en Lowry is dat Lowry zijn hoofdpersonage veel beter heeft ontwikkeld en veel minder een karikatuur is dan de hoofdpersonages bij Hemingway.
Yvonne de ex-echtgenote van Firmin en zijn halfbroer Hugh zijn alle twee onafhankelijk van elkaar op bezoek gekomen bij Geoffry Firmin, omdat ze zich zorgen over hem maken. Dat is een frappante overeenkomst met Het verloren weekend van Charles Jackson waar in de broer en vriendin van de alcoholist Don Birnam willen helpen. In beide gevallen is de aangeboden hulp tevergeefs. De verschillen tussen de twee romans zijn veel groter dan de overeenkomsten. Lowry, zelf ook een alcoholist, maakt van Firmin een alcoholist die de schuld dat hij alcoholist is geworden steekt op anderen waaronder zijn opvoeding, zijn ouders en ga zo maar verder. Verder verschuilt Lowry zichzelf in Onder de vulkaan door er een complex gecomponeerde roman van te maken die werkt als een doolhof, waardoor Firmin (en Lowry?) zo amper wordt geconfronteerd met zijn eigen alcoholisme. Het is alsof Lowry ons een cocktail met parapluutje, rietjes, ijsblokjes en veel gekleurde laagjes drank voorschotelt, terwijl Jackson ons met Het verloren weekend een goed gevuld glas met transparante jenever serveert.

Tip Marugg – De morgen loeit weer aan (1988)
06fcb13bd52f61426281cd4d70edac9d.jpgOok in De morgen loeit weer aan van Tip Marugg hebben te maken met een eenzaat. Het grote verschil is dat deze keer de eenling wel tevreden thuis zit. Op een avond, zo als er al veel avonden zijn geweest, zit een oudere Antilliaanse man op de stoep voor zijn huis met links van hem een glas whisky verdund met een beetje water en rechts een fles ijskoud bier. Hij overdenkt zijn leven. Met enige regelmaat gaat hij naar binnen voor een nieuwe fles ijskoud bier en om zijn glas whisky bij te vullen. Het is stil in de nachtelijke uren, af en toe wat geluiden die van ver weg komen of zijn eigen honden die blaffen naar iets in de tuin. Met het verstrijken van de uren worden de herinneringen hallucinanter en beklemmender. Tegen de ochtendgloren loopt hij naar binnen om zijn geweer te halen.  De wijze waarop Marugg de langzaam toenemende dronkenschap van zijn hoofdpersonage beschrijft is voortreffelijk. Marugg is een van de weinigen die dit in ons taalgebied met overtuiging heeft gedaan. Het aantal goede Nederlandstalige romans waarin alcoholisme een centraal thema is, is vrij beperkt. Of heb ik niet goed gezocht?

Cyriel Buysse – ’t Bolleken (1906)
61ed0a69f9de615b032f0c4d88001fb2.jpgEind jaren negentig van de 19e eeuw begon de schrijverscarrière van Buysse met door Zola beïnvloede naturalistische novellen als De biezenstekker (1890) en de roman Het recht van de sterkste (1893). In beide werken wordt te veel gedronken met alle nadelige consequenties van dien, maar alcoholisme is niet een centraal thema, het is eerder een gegeven in het arbeidersmilieu waarin beide werken afspelen. In ’t Bolleken is alcoholisme wel een centraal thema. De invloed van de naturalist Zola is minder, er is meer plaats voor de lichte ironie van Buysse waarmee hij het leven van leden uit de hogere burgerlijke klasse in de omgeving van Gent beschrijft. Een klasse die Buysse goed kende, omdat hij zelf in die regio opgroeide en als zoon van een fabrikant ook tot die klasse behoorde. Wanneer de student Vitàl Dubois van zijn door drank en vrouwen overleden oom een fortuin erft, stopt hij vrijwel direct met studeren en gaat in het landhuis van zijn oom, nu zijn landhuis, wonen. Vitàl ontpopt zich als een gemakzuchtige slappeling voor wie de grootste dagelijkse fysieke inspanning zijn wandeling naar de verschillende kroegen van het dorp is. In de kroeg drinkt hij zijn glaasje(s) en wisselt hij met andere lokale notabelen de laatste roddels uit. Vitàl die heel goed weet waaraan zijn oom is overleden en zich heeft voorgenomen dit niet te herhalen, gaat in hoog tempo zijn oom achterna.

Dimitri Verhulst – De helaasheid der dingen (2006)
081624b1e6e3e6e03c54fb86191a3319.jpgDat het geen vanzelfsprekendheid (aangeboren of sociale omstandigheden?) is om je familie op het alcoholistische pad te volgen maakt Dimitri Verhulst op indringende wijze duidelijk in de semi autobiografische roman De helaasheid der dingen. De jonge Dimitri groeit op inwonend bij zijn oma, waar ook zijn vader en een aantal ooms inwonen. De ooms en vader zijn alcoholisten die zodra ze weer eens geld hebben direct op café gaan om de nog uitstaande rekeningen te betalen en wat er dan nog overblijft om te zetten in bier. Oma is de enige die geen alcohol drinkt. Dimitri lijkt voorbestemd te zijn om dezelfde weg op te gaan, maar door letterlijk afstand te nemen van zijn vader en ooms, door te verhuizen, lukt het hem om een maatschappelijke carrière op te bouwen.  De wijze waarop Verhulst tegen het einde van de roman beschrijft hoe hij samen met zijn zoontje weer eens op bezoek gaat bij zijn ooms is indrukwekkend. Zowel het hoofdpersonage Dimitri als de schrijver Verhulst zoekt en vindt een liefdevolle balans tussen aan de ene kant het mededogen met zijn ooms, het respecteren van hun levenswijze en aan de andere kant de afwijzing van diezelfde alcoholistische levensstijl en de eigen keuze voor kind en maatschappelijke carrière, iets wat zijn vader nooit heeft gekund.

Marguerite Duras – Moderato cantabile (1958)
4fbc9590876f9302ebb3e00cf7ade34b.jpgDe oma van Dimitri in Helaasheid der dingen maakte mij nog eens duidelijk dat het aantal alcoholistische vrouwelijke hoofdpersonages in de literatuur beperkt is. De enige die tot nu toe in dit artikel voorbij is gekomen, is Gervaise in De kopstoot van Emile Zola. Met Anne Desbaresdes uit Moderato cantabile van Marguerite Duras (die zelf ook periodes in haar leven alcoholiste is geweest) heb ik er toch nog eentje gevonden.
Nadat een pianoles van haar zoontje in het appartement van zijn lerares wordt verstoord door een oploop van mensen bij het café dat tegenover het appartementsgebouw ligt, raakt Anne Desbaresdes gefascineerd door de ‘crime passionel’ die in het café heeft plaatsgevonden. De dagen er na bezoekt Anne vrijwel dagelijks het café waar ze steeds intiemere en langer durende gesprekken met stamgast Chauvin heeft. Opvallend is dat Anne iedere keer eerst één of twee glazen wijn moet drinken voordat haar handen stoppen met trillen. Wanneer ze op een avond te laat en dronken thuis komt voor een diner met vrienden gaat het mis. Zij is niet meer in staat om op gepaste wijze gastvrouw te zijn, maar wil zij zich eigenlijk nog wel gepast gedragen?

Venedikt Jerofejev – Moskou op sterk water (1969)
a5eaac0df138a0a867e273cb08497d95.jpgGepast gedragen dat deed Jerofejev volgens de Sovjet autoriteiten ook niet genoeg. Na van verschillende universiteiten te zijn gestuurd in verband met ‘ondermijnend gedrag’ was de kans nihil dat Jerofejev tot de officiële Sovjet literatuur zou worden toegelaten. Moskou op sterk water werd dan ook eerst in het buitenland gepubliceerd om pas in 1989 ten tijde van perestrojka in de Sovjet Unie uit te komen. In deze groteske roman vergezellen wij Venja op zijn wekelijkse treinreis naar zijn lief en kind die buiten Moskou wonen. De reis begint met Venja die net buiten het station met een grote kater waker wordt en eindigt met een delirium voor Venja op de plaats van bestemming. Voor Venja en zijn medepassagiers lijkt niet alleen te leven met het adagium ‘ouderdom komt met gebreken’, maar ook met ‘alcoholisme komt met het leven in de marges van de Sovjet maatschappij’. 
Alles wat je wil weten en nog veel meer over drankgebruik in die Sovjetjaren vertelt, mompelt, droomt, hallucineert, fantaseert Venja. Tegelijkertijd hilarisch en tragisch, wat nog eens versterkt wordt door de bittere ironie en soms bijtend sarcasme waarmee Jerofejev anekdotes over de ‘werking’ van het Sovjet systeem door alle drank gerelateerde verhalen weeft.

Bohumil Hrabal – De tedere barbaar (1973)
af1a72f33a9ea8f188124da8e3d8ba2c.jpgJerofejev was zeker niet de enige achter het ‘IJzeren gordijn’ die het lastig tot onmogelijk werd gemaakt om als schrijver een carrière te maken. De Tsjechische auteur Hrabal overkwam (bijna) hetzelfde. In De tedere barbaar brengt Hrabal  een ode aan zijn overleden boezemvriend en grafisch kunstenaar Vladimir Boudnik.  Voor Hrabal, Boudnik en hun gemeenschappelijke vrienden en kennissen is bovenmatig drankgebruik de sociaal geaccepteerde uitlaatklep om (tijdelijk) te ontsnappen aan de grauwheid van alle dagen. De tedere barbaar leest dan ook op momenten als het verslag van een lange kroegentocht.

Dorothy Baker – Jonge man met trompet (1938)
4e76b80437c661ef6bb512df3fa5afcc.jpgDat in artistieke milieus, vrijwel als vanzelfsprekend, veel wordt gedronken maakt Dorothy Baker overduidelijk in haar roman Jonge man met trompet. In de Verenigde Staten een nog altijd bekende en goed gelezen roman. Bij ons krijgt de roman pas sinds 2021, toen de vertaling uitkwam, enige aandacht. Jonge man met trompet is de biografische roman van de jazztrompettist Rick Martin die op jonge leeftijd na afloop van een optreden, repetitie of jamsessie begint met drinken van alcohol. Onder het genot van een drankje napraten met de collega’s wordt geleidelijk aan direct na afloop van optreden op zoek gaan naar een nachtclub waar ze, drooglegging of niet, alcohol serveren. Wanneer Martin ook nog eens voorafgaand aan een optreden, opnamesessie of repetitie gaat drinken, in de illusie dat hij drank nodig heeft om goed te kunnen spelen, dan dreigt de ondergang van carrière en leven al vrij snel. Het is de geleidelijke schaal van sociaal geaccepteerd een of twee biertjes na afloop van optreden tot de hele dag door sterke drank drinken wat Jonge man met trompet zo tragisch en zo herkenbaar maakt.


De hierboven besproken zijn allemaal anders, ook de redenen en omstandigheden waarin en waarom de personages alcoholist zijn geworden, aan het worden zijn en alcoholist blijven zijn elke keer net iets anders. Toch zal iedereen die alcoholisme van dicht bij meemaakt of heeft meegemaakt in alle bovenstaande romans de alcoholist(en) in de eigen omgeving deels herkennen. Wat mij het meest bijblijft is naast deze herkenning de gevoelens van machteloosheid van vrienden en familie van de alcoholist(en) die geen hulp meer kunnen en/of willen krijgen. 



Reacties op: Alcoholisme in de literatuur

Meer informatie

Gerelateerd