Advertentie

Als recensent is het niet makkelijk om het boek Lege Steden te bespreken. Niet alleen omdat het boek zeer gelaagd is – van natuurkundige principes tot aan menselijke emoties als verlies, persoonlijke boetedoening en het zwarte gat dat we soms onbedoeld (en onbereidwillig) met ons meedragen – maar ook omdat het moeilijk in een genre is te plaatsen, Als schrijver heb ik hier minder problemen mee; ik vind genres geen vastomlijnde hokjes, slechts richtingaanwijzers, maar voor lezers en critici die het boek veelal van tevoren willen plaatsen, is het vaak meer dan een richting, is het soms een richtlijn. Dat betekent dat er bij ieder genre regels bestaan en dat iedere genre zo zijn conventies heeft. Fantasy gaat over goed en kwaad. Science fiction over een weerspiegeling van de samenleving. Horror de weerspiegeling van de psyche etc. Wat is dan Lege Steden? Is het Fantasy, science fiction, griezel of misschien zelfs steam-punk? De waarheid is, is dat dit boek allen in één is. En dat is knap. Dit boek is cross-genre op alle fronten, soms zelfs schurkend tegen het literaire aan – als we het hebben over universele gevoelens als rouw, tekortkomingen, en misschien wel het belangrijkste: dat je niet op de juiste plek en tijd bent. Dat we het leven als een film of een schaduwspel langs ons heen zien flitsen. Dit is mijn optiek ook de rode draad die het boek met elkaar verbindt; de hervinding van het "zelf".




Let ook op de voorkant. Het boek heet Lege Steden, maar we zien geen steden. We zien een vrouw en water; iemand die met zichzelf worstelt.





Het verhaal gaat namelijk over meerdere werelden, parallel werelden als je wilt, die van elkaar gescheiden zijn. Ze zijn met elkaar verbonden met een energie dat in het boek ‘een maalstroom' wordt genoemd. Het is niet duidelijk wat deze energie is of waar het vandaan komt (en omdat het eerste deel is van een cyclus ís, zou de maalstroom nog uitgelegd kunnen worden, maar zoals ik het las leek het op een soort ether; een onzichtbare kracht die alles en iedereen met elkaar verbindt. Dus ook zo werelden, waardoor de maalstroom bijna iets weg leek te hebben van de vele string-theories in natuurkundige wetenschappen.





Zoals ik al schreef is natuurkunde één van de vele lagen. Er is ook een sociaal kritische laag, maar daarover later meer.





Het verhaal neemt ons mee naar een Victoriaanse wereld die zodanig wordt beschreven dat je de mist bijna kan voelen en de gaslampen kan ruiken. Het is echter niet de wereld van Dickens. In deze wereld heeft een onbekende kracht een zwarte krater geslagen, een gat, waar de heersers van deze wereld de schuld geven aan een andere wereld, Tartarus, die moderner is dan de wereld waarin het boek begint. Deze moderne wereld, die op veel vlakken veel meer op de onze lijkt en misschien een toekomstbeeld van onze wereld is, is tegelijkertijd in normen en waarden een tegenbeeld van de Victoriaase wereld Otrostaadt.





[En zie her ook meteen de worsteling van de recensent; het is al lastig om twee werelden uit elkaar te halen; laat staan de personages die in beide werelden kunnen leven. Je wilt niet teveel verklappen, tegelijkertijd dwingt het boek je daartoe. Maar Jaspar Polane is een goede stuurman. Hij is een schrijver die meedogenloos (en soms is hij dat, zoals vertellers behoren te zijn) met zijn handen stevig aan het stuur zit, zijn ogen gericht op de kim, en brengt ons exact naar de positie – tegen alle golven en draaikolken in – waar hij ons wil hebben. ]





Het verhaal draait om twee personages: Werner Boren, een uitgebluste wetenschapper die het verlies van zijn vrouw, maar tevens het teloorgang van zijn carrière door de Inquisitie die Otrostaadt met een ijzerhand heerst, een gebroken man is die het leven op een afstand probeert te houden. Aan de andere kant hebben we Heike Krim, een telepaat die net voor de Inquisitie is komen te werken en ontdekt dat de Inquisitie niet hetgeen is wat het lijkt te zijn. Zij zien de andere wereld, Tartarus, verantwoordelijk voor het Nullpunt, het zwarte gat en is hierdoor in hoge mate een dictatoriale staat geworden. De telepaten hebben het voor het zeggen, wantrouwen mensen, en laat ze verschrikkelijke ondervragingen ondergaan, waardoor Werner nog steeds lijdt aan verblindende hoofdpijnen. Hier zit ook de sociale kritiek verborgen die ik eerder noemde. Dit is een wereld gevangen in angst, die opzettelijk liegt tegen zijn populatie, om zo, door middel van deze angst, de bevolking onderdrukt te houden. (De kruisverbanden hier zijn duidelijk. Ook hier wordt door angst ons privacy stap-voor-stap ontnomen.) In dit geval is dit verhaal bijna een parabool die ons aantoont, dat angst niet alleen gevaarlijk is, maar ook de samenleving als geheel doet stagneren. Het gaat niet vooruit. In hun gewoonten en denken zijn ze blijven steken in de Victroriaans tijd; waar burgerrechten, emancipatie, seksuele revolutie nooit heeft plaat gevonden.





Het is dan ook niet vreemd dat ze Tartarus als een duivels oord kenmerken, waar mensen vrijheden kennn die door Otrostaadt als zondig wordt ervaren.





(Niet dat de samenleving van Tartarus overigens ongevaarlijk is; hier wordt het gevaar van technologie ontbloot. Hoewel dit gevaar op dit punt in de cyclus secundair is.)





Het verhaal neemt een twist als Heike de opdracht krijgt om Werner op te pakken, de aantijgingen voelen bijna Kafkiaans aan, Werner ontsnapt echter en komt in Tartarus, waar hij langzaam ontdekt dat deze wereld geenszins de wereld is zoals hem altijd is verteld.





En het is op dit moment van het boek waarin de thema’s, motieven samenkomen. Zonder teveel te verklappen ontdekt Werner dat er nog naar meerdere werelden zijn, Allemaal dezelfde stad, maar in een parallel universum. Ze wagen het erop om te verplaatsen en het is hier waar de sci-fi, steampunk en fantasy ophoudt en de horror begint. (En waar het steeds moeilijker wordt het boek weg te leggen). Deze stad lijkt namelijk verlaten, maar ze ontdekken dat onzichtbare ogen naar hen loeren en dat iets in de schaduwen beweegt waardoor ze in beide werelden (zowel Werner en Heike) moeten overleven. Er ontstaat een noodgedwongen bondgenootschap, die volgens mij in de aankomende boeken verder zal worden uitwerkt.





En dit brengt me tot het titel van het boek. Het heet “Lege steden”, maar is eigenlijk alles behalve dan leeg. En hier wil ik opmerken als horror schrijver hoe moeilijk het is om en “nieuw” monster te bedenken. We blijven terugvallen op de vampieren, weerwolven, heksen of zombies. Éen van de successen van It (van Stephen King) was dat het een clown betrof die vormeloos was en de angsten van kinderen kon overnemen. Hier zat uiteraard een boodschap achter, een motief die geheel in het verhaal was verweven: het verval van onschuld. Zo ook in Lege steden. De titel doet vermoeden dat de stad leeg is, bijna op dezelfde wijze dat Werner worstelt met zijn verleden die een leegheid met zich meedraagt (namelijk schuld en rouw) of dat Heike die als telepaat haar droom in handbereik heeft maar steeds meer begint te twijfelen. Maar het is geen leegheid, tenminste niet een leegheid zoals wij die kennen; het is een zwart gat, gevuld met wezens die je kunnen aanvallen en opvreten. Dit geeft Jasper Polane een uniek monster die zowel vertrouwd en bekend voorkomt. Want wie heeft niet in de leegte gestaard, of gevoeld dat we worden opgepeuzeld met onmacht?





Het zijn geen lege steden. (Denk aan de cover.) Ze lijken leeg. Het zijn wij die ze leeg maken.





En dit is mijn optiek het kern van het boek. We zitten vast in een maalstoom, letterlijk, maar hoe we deze invullen wordt gedeeltelijk gevormd door de buitenwereld, maar ook welke kleur we er zelf aan aangeven. Ik weet niet of Jasper dit opzettelijk in zijn verhaal heeft verwerkt, Als auteur weet ik dat een deel inspiratie is, een groot deel zweet en dan heb je nog een deel, dat veel auteurs niet zullen erkennen omdat het zo uiterst kwetsbaar is, een deel van ons onderbewuste met autobiografische elementen die je niet van tevoren had bedacht.





Lege steden is daardoor een gelaagd en goed boek geworden. Die je soms moet laten inzinken. Een uniek boek dat aantoont dat Jasper zowel een sfeer, een personage als een plot weet neer te zetten. Dat is knap. Want veel auteurs zijn plot gedreven, sfeer gedreven of personage gedreven. Zelden komt het allemaal bij elkaar. Als ik één kritiek punt mag geven. En ik vind kritiek altijd een raar woord, alsof recensies en kritieken synoniemen van elkaar zijn. (Dat zijn ze niet. En zijn ze ook nooit geweest.) Recensies zijn officieel boekbesprekingen en geen momenten om een boek de grond in te boren. Mijn tip: begin eerder met de backstory van de personage, want dan voel je je tevens als lezer meer betrokken bij de hoofdfiguur.





Voor de rest kijk ik uit naar deel 2 en deel 3; want er zijn onbeantwoorde vragen: hoeveel werelden zijn er? Bestaat nog iets erger dan de schaduwen? Hoe zal Tartarus en Otrostaadt zich nu verder ontwikkelen? En wat gebeurt er met de alliantie van de “wolvinnen” die nu gecreëerd is? Blijft Otrostaadt een dictatuur of komen er sociale veranderingen?





Komen de schaduwen terug?





Een paar dingen weet ik wel. Ik zal over mijn schouder blijven kijken, op zoek naar een schaduw. En ik weet dat geen enkele stad, straat of gebouw daadwerkelijk leeg is.





Anthonie Holslag

Reacties op: Een boek met een diepere psychologische laag

70
Lege steden - Jasper Polane
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker