Advertentie

Toen dit boek verscheen, verviel me de angst dat dit een voortzetting was van een nieuwe trend en gimmick: klassiekers omzetten in horrorverhalen. Een voorbeeld hiervan is de inmiddels bekende en verfilmde “Pride and Prejudice and Zombies” door Seth Grahame-Smith, dat het thema van het verhaal en het netwerk van motieven dat Austen zorgvuldig heeft opgebouwd, heeft platgeslagen, om een verhaal te brengen met veel bloed en een aantal enorme plotgaten. Gelukkig is Max Havelaar dit niet geworden. Sterker nog: Martijn Adelmund is trouw gebleven aan het originele verhaal en de boodschap dat het verhaal in zich droeg. Om dit te begrijpen, en de complexiteit van het boek en daarmee ook deze recensie, eer aan te doen, heb ik naar de volgende specifieke elementen gekeken:


a) de opbouw van het verhaal, b) de symboliek en motieven die Adelmund vakkundig gebruikt en c) de plotwijzigingen die plaatsvinden – en dan met name door de zombies.


Dit is geen gemakkelijk boek. Maar is ook nooit als een gemakkelijk boek bedoeld.


Martijn Adelmund volgt in hoge mate de verhaallijn van Multatuli (wat geen eenvoudige opgave is), waaronder de eerste en alom bekende zin: “Ik ben makelaar in koffie, en ik woon op de Lauriergracht no. 37.” Net zoals Multatuli schrijft Adelmund een verhaal in een verhaal, waarbij dhr. Droogstoppel één van vertellers is, die door een onbekende man (“Sjaalman”) een manuscript in zijn handen geduwd krijgt. Droogstoppel weet aanvankelijk niet hoe hij het manuscript op waarde dient schatten of wat hij er mee dient te doen. Omdat het “iets” met koffie te maken heeft, en omdat hij bang is dat zijn concurrenten het manuscript overkopen (zoals Busselinck en Waterman), neemt hij het manuscript aan en geeft deze aan zijn werknemer Stern, om het te onderzoeken, en te vertalen naar een verhaal over de koffiehandel. Dit maakt Stern de tweede hoofdverteller van het boek dat de lotgevallen van Max Havelaar beschrijft.


Hoewel hij de tweede verteller is, spreekt Stern zelden in de eerste persoonsvorm, maar hij noteert eigenlijk het verhaal zoals deze door “Sjaalman” is gegeven. Zijn stem is dus eigenlijk de stem van de Sjaalman. (Er is ook een derde verteller, maar daarop kom ik later terug.) Dit maakt Stern misschien iets passiever, maar ook – en dat is de verfijning in de compositie – een archetype die zich misschien door jeugdigheid of door een gevoel van rechtvaardigheid, tot ergernis van Droogstoppel, door het verhaal wordt meegevoerd.


Stern is de Nederlander die zich langzaam bewust wordt van de misstanden op mondiaal niveau. Droogstoppel stelt voornamelijk zijn eigen gewin centraal en vergoelijkt deze vaak met tegenstrijdige en tevens ironische observaties. (Ik wil de lezer er dan ook op attenderen om de lijst zoals opgeschreven op pag. 35 t/m 41 – niet over te slaan, want die zegt iets over Droogstoppel en werkt, tezamen met zijn andere observaties op de lachspieren.) Stern is als verteller iets minder zichtbaar, maar zijn romantische inslag en hunkering van rechtvaardigheid, is de tegenovergestelde van Droogstoppel, en is op de achtergrond aanwezig. En dit is een enorme prestatie: met twee zo verschillende personages (en we zouden Sjaalman het derde personage kunnen noemen) een microkosmos te creëren die de complexiteit van het kolonialisme en de ethische vragen die daaruit voorkomen neer te zetten.


Adelmund heeft het zich dus niet makkelijk gemaakt, hij heeft misschien wel het meest complexe en tevens confronterende boek uit Nederlandse literatuur genomen om nog steeds een universeel probleem aan te tonen; namelijk de mondiale ongelijkheid, die nog steeds zichtbaar is en voortkomt uit onze collectieve koloniale verleden. Het boekt geeft ook tributen aan andere Nederlandse schrijvers die over Indonesië hebben geschreven. Zo voel je in sommige beschrijvingen de mystiek zoals Couperus in “De stille kracht” in zijn proza heeft weten te verwerken. Of de eenzaamheid (vaak verbeeld in de vrouw van Max Havelaar), zoals ook in “Oeroeg” van Hella S. Haasse is beschreven. Deze passages leven. Het zijn dit soort beschrijvingen die Multatuli minder gebruikte; hij wilde voornamelijk een politiek geladen boek schrijven, om de Nederlandse lezers wakker te schudden over de misstanden die in Indonesië plaats vonden.


Het manuscript dat Droogstoppel in zijn handen krijgt, gaat over het relaas van Max Havelaar, de nieuwe assistent-resident van Rangkasbitung, die de corruptie, maar ook de onderdrukking van de Indonesiërs, van zijn voorganger, aan de kaak wil stellen. In tegenstelling tot andere Nederlanders in Indonesië, is hij niet bereid de andere kant op te kijken. Het boek legt dan ook de ingewikkelde machtsstructuur bloot, zoals deze destijds gebruikt werd: de Nederlandse machthebbers gebruikten vaak de lokale machthebbers om zo hun koloniale doelen te bereiken. De gemiddelde Indonesische boer werd uitgebuit, zowel door koloniale heersers als de landeigenaren (door ingewikkelde patron-cliëntrelaties). In zover volgt Adelmund ook het boek van Multatuli en hij gebruikt dezelfde scherpe observaties, met een wrang maar tevens sarcastisch gevoel voor humor. Wat het boek uiteraard anders maakt, is dat sommige inwoners van Rangkasbitung slachtoffers zijn geworden van de “slaperziekte”. Door dit simpele woord te gebruiken, geeft Adelmund al aan, dat het zombieverhaal dat in deze hervertelling is verweven, in tegenstelling tot het boek van Grahame-Smith, het zombie gedeelte geen gimmick is, maar een vastomlijnde motief dat iets zegt over de onderdrukking van de Indonesiërs en de machteloze posities waar ze inzaten. Het woord zegt het al: “slaperziekte”. Er werd van de Indonesische bevolking verwacht dat ze niet in opstand kwamen, dat ze doof, stom en blind waren, stukgeslagen in het vacuüm waarin ze zaten. Deze slaapziekte geeft als motief beide onderdelen van het systeem weer: het volgen en meegezogen worden van het systeem (soms worden de slapers namelijk door de landelijke resident Adipati ingezet om Max Havelaar te doden), maar ook geven ze het verzet weer. Zombies bijten mensen, maken anderen ook tot zombies.


Het is een knap gevonden symbool voor het groeiende verzet onder de bevolking, maar ook de machteloosheid die ze ervaren. Door de slaperziekte dus niet als effect of als een verklaring te zien, maar als een analogie en metafoor, geeft het onmiddellijk de webben van complexiteit weer die het Kolonialisme weefde, gebruikte en in standhield. Niets was zwart of wit. Dit wordt ook zodanig, zij het subtiel, door Adelmund gezegd:


“Het is moeilijk om een persoon te beschrijven die erg ver van de dagelijkse normen afwijkt. Daarom maken romandichters hun helden gewoonlijk tot duivels of engelen. Zwart of wit laat zich nu eenmaal makkelijk schilderen, maar moeilijker is het om juist de schakeringen die daartussen liggen natuurgetrouw weer te geven, dus niet te donker en niet te licht.”


Dit is ook wat de slaperziekte symboliseert: de schakeringen tussen het donker en het licht. Waar de duisternis de onderdrukking en het Kolonialisme is en liefde, en het liefdesverhaal, die zowel bij Multatuli als bij Adelmund wordt beschreven, het licht is; daar staat de onderdrukking ertussen in. De harde en grijze realiteit daartussen is de slaperziekte; een ziekte die voorkomt uit het Kolonialisme en waar de Indonesiërs fysiek aan lijden, maar mensen als Droogstoppel misschien metaforisch aan lijden, door de realiteit te schuwen. Ook Droogstoppel slaapt.


Adelmund, en dit verdient een extra punt van aandacht en is zonder meer ook een compliment waard, schreef dit boek bijna in een negentiende eeuwse stijl, maar hij maakt het toch modern. Hij heeft letterlijk de schrijfstijl van Multatuli overgenomen. Het is bijna alsof hij het boek in oud Neerlandsch heeft geschreven (zonder oud Neerlandsche woorden te gebruiken). Dat wordt vooral zichtbaar in de (lange) zinstructuren en de grammaticale opbouw van de zinnen. Adelmund kiest zijn woorden zorgvuldig, waardoor het boek, het gevoel of impressie weergeeft van een negentiende-eeuws boek. Er zijn weinig schrijvers die de kunst van het schrijven zodanig beheersen, dat ze zelfs de stijl, die toch vaak aan de auteur verbonden is, ten diensten weten te stellen aan het verhaal. Adelmund doet dit, waardoor het boek een vorm van authenticiteit met zich meedraagt.


Het boek, hoewel het een zombieroman is, is niet gevuld met bloed en gore. De horror is subtieler en hangt samen met de symbolische betekenis van de slaperziekte. Het gehele boek gaat over erkenning of ontkenning. Zowel in de persoonlijke zoektocht van Tine (vrouw van Max Havelaar), die haar plek in Indonesië probeert te vinden, als in de onmacht en woede die Max Havelaar voelt omdat anderen wegkijken van de onderdrukking die plaats vindt (en hoe zijn verzet hem een aantal keer bijna het leven kost en tevens zorgt voor een interne strijd), maar ook in de personifiëring van Droogstoppel (ontkenning) en Stern (erkenning). Het boek is met deze thema’s doordrenkt en alle motieven zijn dan ook met deze thema’s verbonden. We lezen over de strijd van Max Havelaar, hoe hij gerechtigheid wil maar tevens wordt tegengehouden en hoe machtig mensen zoals de Adipati door het Kolonialisme worden gebruikt. De uitbuiting is zowel een extern als een intern probleem. Het groeit Max Havelaar dan ook boven zijn hoofd, waardoor hij uiteindelijk zijn functie neerlegt.


En dit brengt me op de derde stem - een die ik altijd het krachtigste vond en die het narratief van het hele verhaal doorbreekt. Het is de stem van Multatuli zelf en dit is ook, zoals in het bronverhaal, een stem die schreeuwt om aandacht en gerechtigheid. Die dwingt om gelezen te worden.


Deze stem is ook terug te vinden in het nawoord van Adelmund zelf, als hij het boek in een hedendaags perspectief plaatst:


“(…) het is een aanklacht tegen de publieke opinie, die nog steeds moeite heeft de koloniale geschiedenis de juiste plek te geven in ons maatschappelijke bewustzijn en in onze nationale geschiedschrijving. Ik vind dat dat in deze tijd wel moet gebeuren. We oordelen bijvoorbeeld heel snel over vluchtelingen op zoek naar welvaart, terwijl onze welvaart deels op roof en uitbuiting is gebouwd – van de werelddelen waar die mensen vandaan komen.”


Deze uitspraak brengt het boek op een ander niveau en maakt het tevens actueel en urgent. Het Kolonialisme, niet langer als een materieel fenomeen, maar wel als een imaginair fenomeen is nog steeds voelbaar en aanwezig. Onze conflicten vandaag de dag en de processen van in- en uitsluiting zijn hier de kinderen van - kinderen die we iedere dag onderbewust voeden, waardoor we de scheve status quo proberen te behouden. Dit boek, dat in mijn optiek teveel genegeerd is in het afgelopen jaar en meer dan een nominatie waard is, dient gelezen te worden. Niet als pulp of een simpel horrorverhaal. (Daar kan het boek zich voor lenen, maar dat hoeft niet.) Maar als een politiek gedreven verhaal met een tijdloze en een universele boodschap. Het stelt de vraag wie eigenlijk de “slaperziekte” heeft. De mensen die de onderdrukking ondergaan of degenen die toekijken en niets doen. Ik weet het antwoord dat Multatuli op deze vraag zou hebben gegeven.



Anthonie Holslag, 14 januari 2019, Amsterdam.

Reacties op: Een pracht boek op diverse niveau's

15
Max Havelaar met zombies - Martijn J. Adelmund
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker