Lezersrecensie
Het zal duidelijk zijn dat Ali Knight wat mij betreft nog niet thuishoort in die typisch Britse traditie die kanjers heeft voortgebracht.
Soms is het leven net een boze droom. Dat ondervindt Kate Forman, de hoofdpersoon in Ali Knights debuutroman Het moordenaarsspel, nadat zij op een nacht haar man stomdronken onderaan de trap heeft gevonden, onder het bloed en nauwelijks in staat een zinnig woord uit te brengen. 'Wat een vreselijke puinzooi', stamelde hij en 'ik heb haar vermoord'. Maar de volgende morgen leek er niets bijzonders aan de hand te zijn: Paul zou met vrienden wat gedronken hebben, iets te veel misschien, en onderweg een hond hebben overreden. Vervelend maar meer ook niet. En of Kate nu maar wilde ophouden met zeuren. Juist dat maakt haar achterdochtig: dat Paul blijft weigeren tekst en uitleg te geven. Daarom gaat zij op onderzoek uit en ze vindt al snel allerlei aanwijzingen die duidelijk maken dat Paul haar wel degelijk heeft voorgelogen. Als vervolgens een van zijn collegas, een aantrekkelijke, talentvolle programmamaakster, vermoord wordt en de politie Paul ervan verdenkt iets met haar dood te maken te hebben, stort Kates wereld in. Ze vraagt zich af of zij al die jaren van een man gehouden heeft die zij bij nader inzien niet kent.
Zo geformuleerd, zou je zeggen dat Knight zich in haar debuut schatplichtig toont aan het werk van 'Queens of Dutch Crime' als Suzanne Vermeer, Marion Pauw en Simone van der Vlucht. Dat doet ze inderdaad. Heel wat scènes lijken rechtstreeks afkomstig te zijn uit het befaamde Vinexwijk-proza waarin late dertigers worstelen met het besef dat hun leven steeds meer van zijn glans verliest, met crisissen van uiteenlopende aard tot gevolg. Wat te denken van de volgende passage, waarmee het derde hoofdstuk opent: 'Ik ben Kate Forman en ik ben echt een geluksvogel. [-] Ik tel mijn zegeningen: ik ben inmiddels alweer acht jaar getrouwd met de allerleukste man van de hele wereld, we hebben twee prachtige, gezonde kinderen en een huis dat veel groter en mooier is dan ik ooit had durven dromen.' De lezer vermoedt dan al dat hier in werkelijkheid sprake is van bedrieglijke schijn. Als je van dit soort proza houdt, is er natuurlijk niets aan de hand, maar aan mij is het niet besteed. Veel erger nog vind ik de manier waarop Knight zich van de eerste persoon enkelvoud bedient. Het schrijven van ik-romans vergt een grote mate van vakmanschap. Waar een te beschrijvende stijl, een valkuil voor iedere beginnende auteur, bij de derde persoon enkelvoud niet per se al te grote schade hoeft aan te richten, zorgt ze er in ik-romans voor dat de vertellende hoofdpersoon al snel de indruk wekt zijn hele doen en laten ontzettend belangrijk te vinden. Met het gevolg dat hij in dit geval een zij op den duur eerder lachwekkend dan geloofwaardig wordt. 'Vergis je niet',vertelt Kate over zichzelf, 'ik ben niet verbitterd over wat mij aan uiterlijk schoon ten deel is gevallen en ik ben ook niet paranoïde over de concurrentie; ik weet gewoon niet beter, ik ben geen opvallende verschijning en ik ben van nature vrij ingetogen het kost even tijd om me te leren kennen. Ik heb halflang bruin haar, niet krullend, maar ook niet echt stijl, lichtbruine ogen met een naar verluidt intrigerend vlekje, en een innemende lach. Ik zeg: boeie!
Het zal duidelijk zijn dat Ali Knight wat mij betreft nog niet thuishoort in die typisch Britse traditie die kanjers heeft voortgebracht als Minette Walters, Elisabeth Corley en Mo Hayder: schrijvers die met grote trefzekerheid een wereld-in-woorden tot leven kunnen brengen waarin je als lezer gemakkelijk verdwaalt en pas na vier-, vijfhonderd bladzijden, als het boek uit is, beseft dat het allemaal niet echt was. Maar goed, wat niet is kan nog komen.