Lezersrecensie
Mooi geschreven, maar een te gezocht plot
De boeken van Michael Marshall kan ik moeilijk weerstaan. Dit heeft met name te maken met zijn aanstekelijke schrijfstijl, vol met originele observaties, mooie perspectieven en inzichten. Ook zijn de hoofdpersonen, vaak eigengereide types aan de rand van de maatschappij, altijd interessant. Maar het grootste manco bij Michael Marshall blijft dat hij zijn verhalen baseert op nogal vergezochte plots. Zo ging zijn Stromannen-trilogie, ondanks het op zich spannende en meeslepende verhaal, eigenlijk helemaal nergens over (iets met een eeuwenoude sekte van moordenaars of zoiets, ik weet het niet eens meer). Ik was in ieder geval blij dat deze heilloze onderneming op zijn eind liep, in de hoop dat hij zich zou revancheren.
Daar echter, slaagt Marshall met dit boek wederom niet in. Het ligt niet aan de schrijfstijl en ook niet aan de karakters of de opbouw. Je wordt al snel het verhaal ingezogen. Maar wederom blijft het plot achter. Deze keer gaat het over ‘indringers’, geesten van gestorven mensen die iemands hoofd indringen. Op zich een boeiend en kansrijk vertrekpunt, kijk bijvoorbeeld naar wat Dan Simmons met zijn aanverwante concept van de breinvampiers doet in het sublieme Carrion Comfort. Maar helaas blijft Marshall hangen in een onduidelijk plotje over oude Indiaanse geesten die zich wreken in het hedendaagse Seatlle, of zoiets, want helder wordt het nooit. En dat is jammer, want dat maakt ook dit boek weer een net-nietje.