Advertentie

In ‘Wij zijn de wrekers over dit alles’ neemt Conny Braam, auteur en voormalig anti-apartheidsactiviste je mee naar de hitte van de woestijn van Noord-Afrika. Het is 15 juni 1942, de Tweede Wereldoorlog is volop bezig en Duitsland lijkt aan de winnende hand. Sergeant Jacob Witbooi, een jonge Namas uit de woestijn van Zuid-West Afrika en fictieve kleinzoon van de Afrikaanse vrijheidsstrijder Hendrik Witbooi, bereidt zich in Egypte voor op de strijd tegen Rommel. Jacob is sergeant, kleurling, lid van het Cape Corps en vecht mee met de Geallieerden.

Na een korte strijd worden Jacob en zijn vrienden -samen met duizenden witte, zwarte en bruine Zuid-Afrikanen- in Noord-Afrika krijgsgevangen gemaakt. Een helse tijd begint. Deze mannen veelal kleurlingen uit het Native Corps of Cape Corps, worden naar kampen in Europa vervoerd. Via een krijgsgevangenkamp in Noord-Italië komen ze in Polen terecht. Eerst in Lamsdorf en daarna Auschwitz waar ze te werk worden gesteld in IG Farben een chemische oorlogsfabriek van de Duitsers. Na een helse Dodenmars door Oost-Europa in de winter van 1944-1945 eindigt hun gevangenschap nabij Neurenberg als ze gered worden door de Amerikanen.

Ondanks dat samen gestreden wordt tegen de nazi’s gelden in het leger en in de krijgsgevangenkampen dezelfde raciale verhoudingen als thuis. Kleurlingen (en Joden) staan onderaan. Jacob en zijn vrienden krijgen niet alleen te maken met zware ontberingen maar ook met discriminatie zoals zij die kennen van vóór de oorlog. Veel Indiërs en Zuid-Afrikanen hebben zich vrijwillig gemeld om met de Geallieerden te gaan strijden tegen de Nazi’s. Het was niet alleen de zucht naar avontuur die kleurlingen ertoe bracht zich aan te sluiten bij de Geallieerden. Ze voelden zich hiertoe ook geroepen door de belofte van Churchill en Roosevelt dat meevechten tegen de Nazi’s hen zelfbeschikkingsrecht zou opleveren. Niets blijkt minder waar. Na de Tweede Wereldoorlog wacht de Zuid-Afrikanen Apartheid. Het zijn echter deze oorlogsveteranen die als eerste opstonden tegen het systeem Apartheid. En zo werden zij uiteindelijk toch ‘de wrekers over dit alles’.

Conny Braam brengt op meeslepende wijze een verborgen geschiedenis tot leven. Het is duidelijk dat zij thuis is in het onderwerp, moeiteloos verweeft ze feit en fictie in elkaar. De belevenissen van en kameraadschap tussen Jacob Witbooi, dorpsgenoot Jantjie Jafta, straatcrimineel en ritselaar Koos Abrahams, mijnwerker Job Moloi en botsingen met officier Dirk Geldenhuys lezen als een spannend avontuur. Confronterend zijn de vele manieren waarop de Cape Corps leden te maken krijgen met discriminatie. De schrijfster brengt op indringende wijze de vele misstanden voor het voetlicht, zoals de zwarte soldaat Kudumela die in de Libische woestijn op zoek is naar het hospitaal waar hij ijsblokken moet halen, voor de officieren die de whisky anders ‘niet te zuipen’ vinden. In het eerste krijgsgevangenkamp in de woestijn mogen eerst de witte officieren naar de latrines. Als laatste de kleurlingen die daarna ‘meteen kunnen schoonmaken en ontsmetten’. In de kampen zetten de witte officieren kleurlingen in als ‘boy’, uniform en schoenen poetsen, kleren maken, eten ritselen en andere diensten die zij voor hun blanke bazen moeten verrichten.

Het verhaal is rauw en humoristisch tegelijk, maar bovenal fascinerend en laat je achter in verbijstering. Zoals Adriaan van Dis in zijn recensie op YouTube zo treffend aangeeft met: “hoe kan het dat we dit niet weten?”

Reacties op: Vechten tegen de Nazi's in ruil voor zelfbeschikking

20
Wij zijn de wrekers over dit alles - Conny Braam
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners