Lezersrecensie

Veel beter dan... David Copperfield


ClemRob ClemRob
6 apr 2026

Deze zonder meer sublieme herwerking van David Copperfield won de Pulitzer en werd door de lezers van de New York Times uitgeroepen tot voorlopig beste roman van de 21e eeuw. Ik heb geen idee of ze Dickens opzettelijk wilde “verbeteren”, maar Kingsolver draait werkelijk alle zwakke punten van het origineel om (de passiviteit van de held, de Dickensiaanse herhalingen, de zwakke verouwelijke personages...), en maakt er sterktes van. Ze verplaatst het verhaal naar de regio waar ze zelf is opgegroeid: Appalachia, de regio van de gelijknamige bergketen en berucht in de VS als de streek van de hillbillies, zeg maar achterlijke bergboeren en arbeiders. We zijn ergens in de jaren 1980, en na decennia van plundering, onder andere door de mijnsector, is het een economisch zwaar achtergebleven gebied, en blijkbaar ook het centrum van de opioidecrisis. Die drie elementen: economische ruïne, verslaving aan opioiden, vooroordelen over de hillbillies, blijken een volmaakte arena voor een Dickensiaans verhaal. “Everything that could be taken is gone. Mountains left with their heads blown off, rivers running black. My people are dead of trying, or headed that way, addicted as we are to keeping ourselves alive.”

Demon Copperhead is, net als David Copperfield, het zoontje en al snel het weeskind van een zwak vrouwtje dat haar leven laat verknallen door een dominante, aanvankelijk sympathieke maar na het huwelijk tirannieke vent. Maar waar Davids moeder gewoon wegkwijnt, is die van Demon een drugsverslaafde die in en uit rehab sukkelt. Ze is de enige niet: drie sleutelpersonages raken aan de drugs, twee blijken dealers. En waar David na het overlijden van mama van stad naar stad trekt in een episodisch verhaal, draait alles hier rond losers in Lee County (Virginia, pop. 22.000) waar alles op zijn gat ligt sinds de mijnen gesloten zijn. Hier gaat Demon af en aan naar school, wordt hij heen en weer gesleurd door de onverschillige en / of overwerkte assistenten van het Department of Social Services, “opgevangen” in een gezin van oplichters, als tienjarige gedwongen een mensonterend zware en ongezonde job te doen…

Alle grote ontwikkelingen van het origineel zitten erin, maar telkens meesterlijk aangepast aan de nieuwe arena. Quasi alle min of meer belangrijke personages zijn er ook bij, in nieuwe configuraties maar met het karakter en min of meer de rol in Demons leven die ze ook bij Dickens hebben. Waar David in een kostschool terechtkomt waar niet onderwijs maar slagen en misbruik de regel zijn, wordt het weeskind Demon gehuisd bij een boer die jongens “opvangt” voor het geld en om ze op zijn veld aan het werk te zetten. Waar David op die school een oudere jongen adoreert die later een egocentrische manipulator blijkt, ontmoet Demon die op de boerderij. De doorbrave, alcoholverslaafde zakenadvocaat Wickfield die Davids mentor wordt, is hier de doorbrave, alcoholverslaafde coach Winfield van het American footballteam. En de menselijke slang, de diep gefrustreerde intrigant Uriah Heep die zijn baas Winfield én David ten onder probeert te krijgen, is hier de de menselijke slang, de diep gefrustreerde intrigant en assistant-coach Ryan “U-Haul” Pyles.

Maar Kingsolver past eigenlijk meer aan dan ze overneemt. Dickens ondermijnt de kracht van zijn verhaal door maar niet te kunnen kiezen tussen humor of verontwaardiging. Hij ontmijnt nogal wat personages, situaties en scènes door er clowns en kluchten van te maken. Kingsolver doet dat heel uitdrukkelijk niet. Het o zo sympathieke echtpaar Micawber bijvoorbeeld, dat David “opvangt” maar hem eigenlijk uithongert en het geld dat ze voor hem krijgen gebruikt voor de oplichterijen van pa, zorgt bij Dickens voor comic relief en duikt de hele roman telkens weer op. De McCobs van Kingsolver zijn ordinaire oplichters die na een tijdje hoogstens als figurant nog eens terugkeren. Er zit wel humor in Demon Copperhead, maar dat is de bittere, haast cynische humor van verteller Demon zelf. Voor slapstick is hier geen plaats. David blijft ook een vrij naïeve, zeer oppervlakkige persoonlijkheid – in die zin is Dickens’ verhaal als Bildungsroman een flop. Demon daarentegen zie je langzaam verharden en verbitteren door steeds nieuwe en diepere krassen op zijn ziel: het levert misschien wel de strafste Bildungsroman op die ik al gelezen heb.

Waar David ergens over de helft van het verhaal zijn leven eigenlijk best op een rijtje heeft en alleen nog passieve observator is van de miserie van anderen, blijft Demon alsmaar verder de helling afglijden –wellicht de meest verregaande aanpassing die Kingsolver doet. De ellende van het hilbillieleven geeft ook zin aan veel gebeurtenissen die bij Dickens alleen maar gebeuren omdat ze nu eenmaal gebeuren. De ontzettend irritante onnozele gans Dora waar David hopeloos verliefd op wordt en die begint te bleiten als ie haar maar durft suggereren dat ze misschien wat op het huishoudboekje moet letten, wordt hier de aangrijpende verslaafde Dori die zich zo gedraagt omdat de drugs haar hersenen hebben weggevreten. De repetitiviteit die na een tijd zo vervelend wordt bij Dickens, is hier de vicieuze cirkel van mensen die buiten hun wil zijn vastgeraakt in een helse mix van armoede, drugs en sociaal verval. Overigens krijgt Dickens een eresaluut wanneer Demon eindelijk de kans krijgt om wat boeken te lezen: “the Charles Dickens one, seriously old guy, dead and a foreigner, but Christ Jesus did he get the picture on kids and orphans getting screwed over and nobody giving a rat’s ass. You’d think he was from around here.”

Het hele ding is zonder meer schitterend geschreven, met zinnen als mokerslagen. “If you’re standing on a small pile of shit, fighting for your one place to stand, God almighty how you fight.” Wanneer Demons moeder één van de eerste slachtoffers van opioiden wordt: “The first to fall in any war are forgotten. No love gets lost over one person’s reckless mistake. Only after it’s a mountain of bodies bagged do we think to raise a flag and call the mistake by a different name, because one downfall times a thousand has got to mean something. It needs its own brand, some point to all the sacrifice. Mom was the unknown soldier.” Af en toe voel je dat het verbale vuurwerk doel op zich wordt – maar dan nog is het heerlijk om te lezen: “I swam through bodies to the house. It was almost as crowded as outside (…). Aunts standing close in the kichen like cigarettes in the pack, uncles splayed on furniture like butts in the ashtray.”

Demon trekt je vooral diep mee in de wanhoop van een van hot naar her gesleurd weeskind dat overal de mond teveel aan tafel is. “The hopeless wishes that won’t quit stalking you: some perfect words you think you could say to somebody to make them see you, and love you, and stay.” Opnieuw: schitterend hoe Kingsolver die trauma’s niet gewoon met woorden laat terugkeren, maar tot een onderstroom maakt onder alles Wat Demon doet en laat.

Het is een onwaarschijnlijk plezier om dit te lezen vlak na het origineel, omdat je zowel minieme details als grote lijnen herkent en merkt hoe Kingsolver die telkens en telkens opnieuw meesterlijk aanpast en inpast. Maar ook zonder dat je David Copperfield gelezen hebt, is dit absoluut een meesterlijk boek.

Reacties

Meer recensies van ClemRob

Boeken van dezelfde auteur