Lezersrecensie
Pungelaars en kraaienpoten
Ik heb het boek met plezier gelezen. Huizing begint al met een pakkende opening waardoor je verder wil lezen. Door alle dialogen vlieg je door het verhaal heen. De dialogen worden bovendien aangevuld met de gedachten en overpeinzingen van Ole, die onwijs droge humor blijkt te hebben. Daar hou ik wel van.
De personages zijn stuk voor stuk intrigerend en geven een warm en vertrouwd gevoel. Een vader met één been, een zweverige moeder, een verstandelijk gehandicapte oom, de Ierse Gary met zijn "fecking bonkers", de Poolse Anastazja die met haar moeder en twee ooms, formaat kleerkast, in een stacaravan woont, de Vlaamse pottenbakster Pola en de Brabantse Sjefke met zijn sigaren en jankbrommertje.
Leuk is ook dat door Gary Engelse woorden worden toegevoegd, door Sjefke en Agnes het Brabantse dialect en door Pola het Vlaams. Het verhaal heeft door de personages potentie om verder uitgediept te worden. Bijvoorbeeld dokter Oei had wat mij betreft een grotere rol kunnen krijgen.
En dan natuurlijk het hoofdverhaal, de botersmokkel. Ik heb er veel van geleerd en heb van dit stukje geschiedenis van Nederland en Belgie nooit geweten. Wel dat er gesmokkeld werd, maar niet dat de botersmokkel zo lucratief was. Het verhaal van de smokkelaars en commiezen kwam me enigszins bekend voor. Ik herinnerde me ineens dat ik ooit in Dinxperlo/Suderwick was en dat daar ook een kat-en-muisspel gespeeld werd tussen de smokkelaars en de commiezen. Toch ook eens naar de Belgische grensdorpjes gaan, want Huizing geeft aan het eind van haar boek een toelichting op wat echt is en wat verzonnen is. Zo heeft het verzonnen dorp Orpel veel overeenkomsten met het bestaande dorp Budel.
De personages zijn stuk voor stuk intrigerend en geven een warm en vertrouwd gevoel. Een vader met één been, een zweverige moeder, een verstandelijk gehandicapte oom, de Ierse Gary met zijn "fecking bonkers", de Poolse Anastazja die met haar moeder en twee ooms, formaat kleerkast, in een stacaravan woont, de Vlaamse pottenbakster Pola en de Brabantse Sjefke met zijn sigaren en jankbrommertje.
Leuk is ook dat door Gary Engelse woorden worden toegevoegd, door Sjefke en Agnes het Brabantse dialect en door Pola het Vlaams. Het verhaal heeft door de personages potentie om verder uitgediept te worden. Bijvoorbeeld dokter Oei had wat mij betreft een grotere rol kunnen krijgen.
En dan natuurlijk het hoofdverhaal, de botersmokkel. Ik heb er veel van geleerd en heb van dit stukje geschiedenis van Nederland en Belgie nooit geweten. Wel dat er gesmokkeld werd, maar niet dat de botersmokkel zo lucratief was. Het verhaal van de smokkelaars en commiezen kwam me enigszins bekend voor. Ik herinnerde me ineens dat ik ooit in Dinxperlo/Suderwick was en dat daar ook een kat-en-muisspel gespeeld werd tussen de smokkelaars en de commiezen. Toch ook eens naar de Belgische grensdorpjes gaan, want Huizing geeft aan het eind van haar boek een toelichting op wat echt is en wat verzonnen is. Zo heeft het verzonnen dorp Orpel veel overeenkomsten met het bestaande dorp Budel.
1
Reageer op deze recensie
