Advertentie
    Ellen IJzerman (prowisorio) Hebban Recensent

Van Olivier Berlion verschenen eerder al Stadsvertellingen en Tony Corso en hij tekende het laatste deel van De ware stadslegenden. Met Agata steekt hij de oceaan over naar de VS, 1932 ten tijde van de drooglegging, De Grote Depressie én het moment dat maffialegende Lucky Luciano zich meer en meer laat gelden en zijn opmars naar de top van de maffia af aan het ronden is.  

Agata vlucht naar familie in de VS omdat zij in haar eigen land, Polen, vervolgd wordt voor het laten uitvoeren van een abortus. Die familie woont in de Poolse wijk Jackowo, in Chicago. Ze vindt onderdak bij een vriend van haar oom Cesary Adamski, eigenaar van een cementfabriek, die haar samen met zijn zoontje Pete komt ophalen in New York. Charlie ‘Lucky’ Luciano ontmoeten we, ook in New York, op het moment dat hij in opdracht van Salvatore Maranzano, zijn baas Joe Masseria laat vermoorden, waardoor Maranzano capo di tutti capi van New York wordt.  

Agata maakt vervolgens kennis met de vriend van haar oom, James Czapski, die een goed draaiend café heeft en haar een nette kamer verhuurt die, zolang Agata nog geen werk gevonden heeft, door haar oom wordt betaald. Het duurt echter niet lang eer Agata als serveerster voor James aan de slag gaat. Daar blijft het echter niet bij. Agata speelt namelijk graag piano, waarbij ze ook nog eens aardig kan zingen. Haar neefje Pete kan een lekker deuntje spelen op de luit en dus besluiten ze regelmatig samen op te gaan treden in James’ café.
Ondertussen, in New York, vertrouwt Maranzano Lucky Luciano helemaal niet meer, en zet een plan in gang om zich te ontdoen van Luciano. Helaas voor Maranzano was dat wantrouwen geheel wederzijds en is Luciano hem net voor.
Luciano wordt steeds machtiger en machtiger, maar moet rekening houden met de politiek, en daarom brengt hij een bezoek aan de Democratische conventie waar de kandidaat voor het presidentschap zal worden ‘gekozen’. Bovendien heeft hij een appeltje te schillen met de eigenaar van een cementfabriek, die weigert om zich uit een project terug te trekken, terwijl hem dat toch erg dringend verzocht werd.
Zo zijn alle hoofdrolspelers in Chicago aangeland en kan het bijna niet anders dan dat Agata en Luciano elkaar gaan tegenkomen...    

Dit eerste deel van Agata, dat de titel Het misdaadsyndicaat draagt, is een lekker maffiaverhaal, dat ook nog eens uitstekend laat zien hoe ver de tentakels van die gevreesde club reiken. De tekeningen zijn conventioneel, zeg maar gerust ouderwets, maar dat past uitstekend bij de sfeer van die tijd en plaats. Agata roept herinneringen op aan films zoals Once upon a Time in America, (het boek en) de tv-serie Boardwalk Empire, en The godfather natuurlijk. Het enige minpuntje aan deze verder lekker leesbare, onderhoudende strip is (vooral) de mond van Agata. Van de cover tot aan de laatste pagina - waar een eerdere versie van haar afgebeeld is - overal heeft ze hetzelfde rare mondje: een beetje dommig openstaand, met de bovenlip sensueel (?) opgetrokken alsof ze de hele tijd iedereen een kus wil geven. Als Berlion in de volgende delen wat meer variatie in haar gezichtsuitdrukkingen aanbrengt, dan wordt Agata vast ook een mens van vlees en bloed in plaats van de opblaaspop die ze nu meestentijds lijkt te zijn.

Reacties op: Boardwalk Empire en een opblaaspop met een raar mondje

1
Agata 1 - Het misdaadsyndicaat - Olivier Berlion
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker