Lezersrecensie

Het ritme van de vrouwelijke stem


Gea Kuipers Gea Kuipers
29 mrt 2022

Doireann Ní Ghríofa (1981) is een Ierse dichteres en essayist. Ze heeft al meerdere dichtbundels op haar naam staan. Een geest in de keel is haar prozadebuut, het werd door zowel de Irish Book Awards als door Foyles verkozen tot Boek van het Jaar 2020. Caroline Meijer heeft de poëtische zinnen en het mooie ritme in het boek prachtig naar het Nederlands vertaald.

Voeden, kolven, luiers, lijsten: het is het ritme van alledag voor een jonge schrijfster, die hoogzwanger is van haar vierde kind. Het ritme en de herhalingen zijn niet alleen haar houvast ze geven eveneens gehoor aan de repeterende stem in haar hoofd. Die stem is van de achttiende-eeuwse dichteres Eibhlín Dubh Ní Conaill. Zij schreef na de moord op haar man het gedicht Caoineadh Airt Uí Laoghaire dat beschouwd wordt als een van de belangrijkste in de Ierse literatuur.

Ní Ghríofa verweeft op sublieme wijze haar eigen leven met die van de jonge schrijfster, wiens leven weer verweven is met die van de dichteres. Het moderne leven van een jonge vrouw die haar lijstjes afwerkt, zichzelf uitholt voor haar kinderen en kolft voor baby’s die ze niet kent, lijkt in schril contrast te staan met de dichteres die te paard naar het levenloze lichaam van haar echtgenoot rijdt en daar van zijn bloed drinkt. De overeenkomst is de stem van de beide vrouwen die gehoord wil worden. De stem van Eibhlín Dubh komt als een echo via haar gedicht het leven en lichaam van de schrijfster binnen, waar het resoneert, rondpompt in haar bloed en via het zuigende kolfapparaat weer levens na haar beroert. De schrijfster probeert de stem te vangen door in het leven van Eibhlín Dubh te duiken en haar gedicht te duiden zoals het ooit was bedoeld.

De auteur ontdekt via de jonge schrijfster dat er weinig over Eibhlín Dubh bekend is. Ze doorkruist de omgeving, doorspit archieven, doorgaat emoties. De omgeving waar ze woont, is dezelfde waar de dichteres drie eeuwen geleden leefde. De archieven leiden haar vooral naar de mannelijke stempel die destijds overal op gedrukt werd. Zij spit en spit naar de vrouwelijke tekst, want ‘Dit is een vrouwelijke tekst’. De emoties doorgaat ze als ze vastloopt in haar zoektocht, doorgaat ze na de geboorte van haar vierde kind, doorgaat ze als ze de voortekenen ziet, dat een omen blijkt.

‘Als we een ongelukkige wending van het lot proberen te begrijpen, gaan we soms op zoek naar een omen, want zo’n voorteken schept orde in de chaos.’

Telkens weer verweven de levens van de vrouwen zich met elkaar, of ze worden door de auteur verweven door herhalingen en ritme. Gestoeld op bevindingen en interpretatie. Gezien door wat ze weet, beleefd door wat ze voelt, vertaald naar wat ze hoopt. Het drie eeuwenoude gedicht dat ooit via de stem van vrouwen werd doorgegeven, wordt nu door Ní Ghríofa als een vrouwelijke tekst zonder mannelijke stempel herboren op de wereld gezet.

‘éirigh suas anois, ~ sta nu maar op, Eibhlín Dubh Ní Chonaill’

Een geest in de keel laat zich niet gemakkelijk lezen. Het vraagt tijd en aandacht. Het is een boek dat op de leestafel mag blijven liggen om af en toe op te pakken, het ritme opnieuw te voelen en om wellicht opnieuw een kwartje te laten vallen.

Reacties

Meer recensies van Gea Kuipers

Boeken van dezelfde auteur