Advertentie
    Gea Smits Hebban Recensent

Geert van der Kolk (1954) is een journalist en schrijver die al tientallen jaren in Amerika woont en werkt. Veel van zijn romans spelen zich af op exotische locaties in het buitenland. Voor dit boek gaat hij terug naar het Apeldoorn waar hij zelf is opgegroeid. Hiervoor heeft hij dan ook voor een deel geput uit eigen herinneringen. Zo bestaat er echt iemand met de naam van de hoofdpersoon. De roman is een comedy of manners.

Het boek gaat over de tienerjaren van Jan Mendel eind jaren zestig en zijn ontdekking van de meisjes. Jan vertelt over zijn eerste verkering, zijn eerste zoen, zijn eerste keer en zijn grote liefde toen. Het is de tijd van luisteren naar LP’s in hokjes bij de platenzaak, van rellen ter ere van de geboorte van Willem-Alexander, van bezettingen van gebouwen, communes, doedagen en drugs. Voor Jan is het ook de tijd om zich af te zetten tegen zijn ouders, die van Velsen naar Apeldoorn zijn verhuisd – door Jan misplaatst vaak ‘deportatie’ genoemd – en Apeldoorn zelf.

De jongens is opgebouwd uit korte hoofdstukken van drie tot zeven pagina’s lang, waarin de oudere Jan Mendel zijn eigen jeugd chronologisch uit de doeken doet. Het is een mix van anekdotes die elkaar opvolgen, zijpaden en uitweidingen. De losse fragmenten uit het leven van Jan missen de nodige samenhang, je kunt ieder moment het boek definitief wegleggen.

Van der Kolk lijkt dit bij voorbaat te willen oplossen door er een raamvertelling van te maken. De roman zou het fictieve eerste deel zijn van de memoires die de verteller en hoofdpersoon Jan Mendel, gedwongen door geldproblemen, schrijft. De werktitel daarvan is ‘Mijn zevenjarige ballingschap’, omdat Jan naar Apeldoorn verhuist.

Door deze opzet is de oudere Jan als verteller erg aanwezig. Omdat hij zijn verhaal met een overdosis ironie vertelt, doet de raamvertelling het boek meer kwaad dan goed. Bovendien wordt de lezer er tot vervelends toe op gewezen dat dit zogenaamd een deel is van de tiendelige autobiografie van Jan. De auteur noemt dit in de eerste zeventig pagina’s van deze roman alleen al twintig keer, en ook daarna houdt het niet op. Hij verwijst daarbij telkens naar een of meerdere delen van zijn memoires. De vondst is de eerste keer geestig, maar deze frequentie irriteert en verveelt heel snel.

‘Ik ben niet geboren met het talent om de juiste vrienden te kiezen en ik heb het ook nooit geleerd, hoewel ik mijn uiterste best heb gedaan. Deze tekortkoming heeft mij veel ellende en stil verdriet bezorgd (zie Deel 3: ‘Mijn studententijd’, Deel 4: ‘Twaalf ambachten’, Deel 5: ‘Guerillastrijder’, Deel 6: ‘Op de wilde vaart’, Deel 7: ‘Intermezzo in Parijs’ en 7A: ‘Intermezzo in Berlijn’, Deel 8 ‘Naar het ‘Hoge Noorden’, Deel 9: ‘De Amerikaanse jaren’ en Deel 10: ‘De late jaren’).’

Van der Kolk wordt gezien als een kameleontische schrijver die zijn verhalen een eigen toon en kleur meegeeft. Helaas irriteert juist deze toon in dit boek en wordt de lezer te vaak doorverwezen naar de andere (niet-bestaande) delen uit de fictieve autobiografie. Helaas weet de resterende verzameling losse anekdotes niet voldoende te boeien. 

Reacties op: Tienerjaren in de sixties in Apeldoorn

1
De jongens - Geert van der Kolk
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners
E-book prijsvergelijker