Advertentie
    Geertje Otten Hebban Recensent

'Wanneer de volwassenen naar me keken, met de wrange bewondering voor iets wat ze zelf waren kwijtgeraakt, vroegen ze: "Waar kom je vandaan?" "Dordrecht!" zei ik dan. Aan de manier waarop ze me vervolgens uitdrukkingsloos aanstaarden, begreep ik dat dit niet het goede antwoord was.(…) "Maar waar kom je echt vandaan?" Ik begreep niet wat ze bedoelden.'

De openingsalinea uit het boek Onder de paramariboom van Johan Fretz beschrijft treffend de thematiek van Maar waar kom je écht vandaan? van Robert Vuijsje, die zes jaar lang iedere week een Nederlander interviewde over zijn of haar afkomst. De meeste gesprekken gingen over de niet-Nederlandse afkomst en welke rol die speelt in het dagelijks leven. Met de bundel probeert Vuijsje een verhaal te vertellen dat met de dag ongemakkelijker en diffuser lijkt te worden.

Maar waar kom je écht vandaan? verschijnt op een moment dat de samenleving zich roert. Na de moord op George Floyd kwamen de discussies en protesten op gang. Ineens lijkt men wakker te worden: etnisch profileren door de politie, altijd je best moeten doen om niet agressief of bedreigend over te komen, steeds worden gezien als onderdeel van een groep in plaats van als een individu – waarom lijken deze verschijnselen voor een groot deel van de Nederlanders nieuw te zijn? De bewustwording is ongemakkelijk: veel eenvoudiger is het om te blijven geloven in het sprookje dat Nederland het enige land ter wereld is waar nauwelijks discriminatie bestaat.

In honderd gespreksverslagen krijgen evenzoveel Nederlanders de ruimte om hun verhaal te doen. Steeds wordt gevraagd wanneer ze zich Nederlands voelen en wanneer ze zich 'naar hun afkomst' voelen. In de tweede helft van het boek wordt ook de keuze tussen zwart en wit voorgelegd: in die zin is dit boek ook een tijdsbeeld, want voor 2016 was 'blank' nog de gangbare term, terwijl dat nu verschuift naar 'wit'. De gesprekken hebben een grote overlap, doordat benoemde ervaringen niet uniek zijn. Meerdere geïnterviewden noemen het lagere advies van de basisschool, het gecast worden omdat je van kleur bent en het gebrek aan voetbalcoaches van kleur. Wie echter denkt dat dit boek een bundeling van verwijten is, kan gerust zijn: dat is het beslist niet. Zo bekijkt Won Yip het op zijn eigen manier:

'In Nederland wordt alles te ingewikkeld gemaakt. Gediscrimineerd worden? Dat ken ik niet. Als ik bij een café wordt geweigerd en ze willen kennelijk mijn geld niet hebben, dan ga ik toch ergens anders heen? Ken je die Surinaamse jongen die in Arnhem werd afgewezen voor een stage omdat hij zwart was? Hij laat zijn hele leven daardoor beheersen. En wat krijgt hij ervoor terug? Bij een volgende sollicitatie googelen ze zijn naam en denken: deze man kan wel eens lastig zijn. Ik zou hem niet aannemen in mijn bedrijf.'

Ongeveer op de helft van het boek begint het slijtplekken te vertonen. Iedereen heeft zijn eigen verhaal, maar toch weet je het zo langzamerhand wel. Dat heeft aan de ene kant te maken met het feit dat je als lezer veel bevestiging krijgt van iets wat je misschien wel wist, maar liever niet wilt weten. Dat zorgt voor ongemak. Aan de andere kant komt het door de genoemde overlap. In de kern lijken alle verhalen op elkaar en op een gegeven moment voegt het weinig nieuws meer toe. In die zin is het interview met 'ondernemer' Sait Cinar verfrissend, al bevestigt ook hij de vooroordelen die er tegen Turken bestaan:

'Ik ben een held voor ze. Omdat ik zeg wat ik vind. Ik heb schijt. Die Turk die in Nederland geen belasting betaalde, zo wil ik de geschiedenis in gaan, het gaat mij niet eens om het geld.' 

Maar waar kom je écht vandaan? is een nuttig boek als het gaat om het begrijpen van de discussie, maar het had zeker de helft dunner gekund.

Reacties op: Nuttig, verhelderend, maar aan snelle slijtage onderhevig

2
Maar waar kom je écht vandaan? - Robert Vuijsje
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners