Advertentie

De hemel boven Parijs
Bregje Hofstede

Ga er maar aan staan als je als (amateur-)recensent een recensie moet schrijven over een boek dat door veel (professionele) recensenten en op veel media al de litteraire hemel is in geprezen (ook al weet je dat een flink aantal van die z.g. recensies eigenlijk promotiepraatjes zijn). Heb ik daar eigenlijk nog wat aan toe te voegen?
Een beetje vergelijkbaar met de situatie van Bregje Hofstede. Je moet maar lef hebben om een boek te schrijven rondom de thema’s liefde, Parijs en kunst, als je weet dat er op basis van die thema’s al zoveel boeken geschreven zijn dat je er bijna één van vier de torens van de Bibliothèque Nationale de France in Parijs mee kunt vullen. Zou zij zich ook afgevraagd hebben af zij daar nog iets aan toe te voegen had?
Volgens velen is het een droomdebuut: “Intelligent, beeldend. ontroerend”. Dan mag je toch wel spreken van een relevante toevoeging. Vindt deze recensent dat ook?

Verhaallijn
Olivier (52 jaar), professor kunstgeschiedenis aan de Sorbonne, wordt op verzoek van zijn baas mentor van een Nederlandse uitwisselingsstudente (Fie, 21 jaar). Zijn leven staat min of meer stil en hij worstelt met de vraag of hij de juiste keuzes gemaakt heeft. Zij is op zoek naar liefde en worstelt met de vraag wat perfectie is, in de kunst maar ook in het gewone leven. Het wordt voor Olivier een confrontatie met z’n verleden dat geruisloos overgaat in het heden, waarin beiden keuzes moeten maken.

Opbouw en taal
Volgens de recensent van De Telegraaf is het boek “volwassen van toon, vol scherpe observaties, sterk van structuur. Een roman die geen moment verveelt”.
Dat lijkt deze recensent wel wat veel van het goede. Het verhaal sleept zich een tijdlang vrij traag voort en krijg pas in de laatste fase een soort stroomversnelling naar een ontknoping, die nogal gekunsteld aandoet. Het lijkt wel of de auteur geworsteld heeft met de vraag hoe aan dit verhaal een einde te maken.

Volgens de recensent van De Volkskrant zijn “de zinnen nooit te lang, er is geen kromme of onjuiste formulering te vinden en ook de metaforen zijn goed gekozen”. Ook deze recensent heeft het boek geboeid gelezen, maar kan deze kwalificaties toch lang niet altijd overnemen. Hij meent op een aantal pagina’s voorbeelden te zien van al te nadrukkelijk bedoelde mooischrijverij, zoals de zinnen hieronder.
“Een tijd lang staarde ze naar het kuiltje boven zijn lippen, en het smalle strookje witte huid daaronder dat als een sneeuwgraat over de rand van zijn bovenlip hing.”
“Ze had gewacht tot ze hem tegenkwam, dat wist hij nu zeker, en ze had een probleem. En net als de vorige keer zou hij de woorden uit haar losblazen: kleurige zeepbellen, die ze verbaasd naving over het pad.”
Mooischrijverij is nog geen bellettrie! Zou dit iets te maken kunnen hebben met het - hoewel moeilijk te maken - onderscheid tussen litteratuur en lectuur? Vergelijkbaar met de nooit eindigende discussie over het verschil tussen “kunst met een kleine k” en “kunst met een grote K”.
Gelukkig bestaat er geen cultuurrechtbank die in deze dilemma’s een beslissing moet nemen.

Mathieu Geurts.

Reacties op: Het verleden wordt heden voor Olivier en Fie

168
De hemel boven Parijs - Bregje Hofstede
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners