Lezersrecensie
Genadeloze afrekening
Een van de beste boeken die ik ooit gelezen heb.
De beroemdste pianist ter wereld arriveert in een hotel in een naamloze stad. Vanaf dat moment ontspint zich een eindeloos lijkend geklungel: geknoei en gestuntel, vermomd als een zelfgevoede illusie van “druk, druk, druk” zijn met een overvolle agenda. De auteur laat tijd en ruimte een geraffineerd spel spelen met de lezer, wat resulteert in een vervreemdende, haast gewrochte historiek van de personages.
Gaandeweg wordt duidelijk dat de zogenaamd overbelaste agenda van het hoofdpersonage – de ik-figuur – grotendeels fictie is. Improviserend en fantaserend lummelt hij zich door de twee dagen voorafgaand aan het grote evenement: zijn vermeend allerbelangrijkste optreden.
Een zwerm nevenpersonages, allen geobsedeerd door muziek en stuk voor stuk bekenden of bewonderaars van de pianist, probeert hem voor hun kar te spannen. Ze smeken om gunsten, hunkeren naar persoonlijke erkenning of willen via hem hun eigen groepsbelangen laten primeren op die van anderen. Geen van hen heeft de fut – of is het lef? – om zelf initiatief te nemen, om hun relaties of belangen rechtstreeks te verdedigen. Ze vegeteren in een troosteloze initiatiefloosheid en schuiven hun verantwoordelijkheid af in een overbeleefde, onderdanige hoffelijkheid tegenover hun idool. Daarmee voeden ze tegelijk zijn theatrale paniek over zijn zogenaamde drukke agenda en verschaffen ze hem de perfecte alibi’s voor zijn eigen doelloze getalm.
Kunst – muziek in het bijzonder – wordt opgeblazen tot het allerbelangrijkste in hun grauwe levens. Ondertussen zijn het vooral pietluttige details die aanleiding geven tot eindeloze discussies en onderlinge twisten.
Wanneer het ultieme optreden uiteindelijk in het water valt – de dronken dirigent valt letterlijk weg nadat een chirurg zijn houten been heeft geamputeerd – wordt pijnlijk duidelijk dat het hoofdpersonage altijd al een paniekshow opvoerde rond een imaginaire overvolle agenda.
Het boek eindigt met de beroemde pianist op weg naar zijn volgende optreden. Het verhaal kan opnieuw beginnen, op een andere maar volkomen inwisselbare tijd en plaats.
Ishiguro slaagt erin elk woord als een onvermijdelijke opstap naar het volgende te laten functioneren. Het boek leest als een trein; ik heb geen zwak moment ervaren. Voor mij is dit zonder discussie een literair hoogtepunt, met nauwelijks concurrentie in de hoogste regionen van de schrijfkunst.
Het voelt als een humoreske maar genadeloze afrekening met de muziek(kunst ?)wereld, hier neergezet als een hol universum waarin zelfingenomen figuren onbeduidende details opblazen tot existentiële proporties. Breder gelezen is het een parodie op iedereen die zich verliest in trivialiteiten om de leegte van het bestaan te maskeren met een parfum van bedrijvigheid.
Ik begrijp dat sommigen dit boek niet waarderen. Te confronterend?
Zes sterren. Zonder twijfel.
De beroemdste pianist ter wereld arriveert in een hotel in een naamloze stad. Vanaf dat moment ontspint zich een eindeloos lijkend geklungel: geknoei en gestuntel, vermomd als een zelfgevoede illusie van “druk, druk, druk” zijn met een overvolle agenda. De auteur laat tijd en ruimte een geraffineerd spel spelen met de lezer, wat resulteert in een vervreemdende, haast gewrochte historiek van de personages.
Gaandeweg wordt duidelijk dat de zogenaamd overbelaste agenda van het hoofdpersonage – de ik-figuur – grotendeels fictie is. Improviserend en fantaserend lummelt hij zich door de twee dagen voorafgaand aan het grote evenement: zijn vermeend allerbelangrijkste optreden.
Een zwerm nevenpersonages, allen geobsedeerd door muziek en stuk voor stuk bekenden of bewonderaars van de pianist, probeert hem voor hun kar te spannen. Ze smeken om gunsten, hunkeren naar persoonlijke erkenning of willen via hem hun eigen groepsbelangen laten primeren op die van anderen. Geen van hen heeft de fut – of is het lef? – om zelf initiatief te nemen, om hun relaties of belangen rechtstreeks te verdedigen. Ze vegeteren in een troosteloze initiatiefloosheid en schuiven hun verantwoordelijkheid af in een overbeleefde, onderdanige hoffelijkheid tegenover hun idool. Daarmee voeden ze tegelijk zijn theatrale paniek over zijn zogenaamde drukke agenda en verschaffen ze hem de perfecte alibi’s voor zijn eigen doelloze getalm.
Kunst – muziek in het bijzonder – wordt opgeblazen tot het allerbelangrijkste in hun grauwe levens. Ondertussen zijn het vooral pietluttige details die aanleiding geven tot eindeloze discussies en onderlinge twisten.
Wanneer het ultieme optreden uiteindelijk in het water valt – de dronken dirigent valt letterlijk weg nadat een chirurg zijn houten been heeft geamputeerd – wordt pijnlijk duidelijk dat het hoofdpersonage altijd al een paniekshow opvoerde rond een imaginaire overvolle agenda.
Het boek eindigt met de beroemde pianist op weg naar zijn volgende optreden. Het verhaal kan opnieuw beginnen, op een andere maar volkomen inwisselbare tijd en plaats.
Ishiguro slaagt erin elk woord als een onvermijdelijke opstap naar het volgende te laten functioneren. Het boek leest als een trein; ik heb geen zwak moment ervaren. Voor mij is dit zonder discussie een literair hoogtepunt, met nauwelijks concurrentie in de hoogste regionen van de schrijfkunst.
Het voelt als een humoreske maar genadeloze afrekening met de muziek(kunst ?)wereld, hier neergezet als een hol universum waarin zelfingenomen figuren onbeduidende details opblazen tot existentiële proporties. Breder gelezen is het een parodie op iedereen die zich verliest in trivialiteiten om de leegte van het bestaan te maskeren met een parfum van bedrijvigheid.
Ik begrijp dat sommigen dit boek niet waarderen. Te confronterend?
Zes sterren. Zonder twijfel.
1
Reageer op deze recensie
