Lezersrecensie
Geen doorsneethriller, eerder een filosofische roman met een vleugje spanning
Ik ben met lichte tegenzin aan dit boek begonnen, omdat HEX me enkele jaren geleden erg tegengevallen was. Dat boek vond ik vooral storend slecht geschreven, met veel jongerenjargon en een warrig verhaal, dat nochtans veelbelovend van start ging.
Ook deze nieuwe thriller heeft een sterke, nieuwsgierig makende proloog, maar daarna geraakte ik al snel het noorden kwijt, zodra Jamie over de verhalen van zijn vader begint te vertellen, ik ben enkele keren moeten herbeginnen. In normale omstandigheden zou ik het daarbij gelaten hebben, maar deze keer was ik verplicht om door te bijten, omdat ik het boek kreeg toegewezen voor de lezersjury van de Hebban Thrillerprijs 2026. Bij de derde poging heb ik gewoon doorgelezen en vanaf het volgende deel kreeg het verhaal me in zijn greep.
De auteur vertelt alles in de ik-persoon vanuit Jamie Gunn, die aanvoelt als zijn alter ego, omwille van autobiografische parallellen. Hij laat de lezer diep in de huid van dit personage kruipen, waarbij het onderscheid tussen realiteit en fantasie dun is. De nevenfiguren lijken vaak weggelopen uit sprookjes en fantasy. Daardoor voelt het verhaal bij momenten aan als een wens om de kinderlijke onbevangenheid terug te halen, met het geloof in sprookjes en magie. Het boek bevat veel verwijzingen naar fantastische films en klassieke horrorliteratuur, inspiratiebronnen voor de auteur bij de richting die hij hier met zijn werk uitslaat.
Maar is dit een thriller? Persoonlijk zou ik dit boek eerder classificeren als een filosofische roman over de mens en zijn existentiële angsten voor de dood en voor de eindigheid van alles wat ons dierbaar is. Die angsten manifesteren zich in nachtmerries, maar verhalen bezitten een kracht om angsten te verwerken, ze hebben een grote invloed op onze werkelijkheidsbeleving, zeker bij een traumatisch verleden. Tegelijk lezen we over de mechanismen die massahysterie doen ontstaan en hoe moeilijk het is om internethypes in de hand te houden, hoe snel ze een eigen leven gaan leiden. Het gaat ook over het schrijfproces en de verantwoordelijkheid van auteurs voor wat hun verhalen bij lezers teweegbrengen.
Het is een roman met laagjes die in elkaar schuiven, zoals bij matroesjka's (een vergelijking die de auteur op het einde zelf maakt). De schrijfstijl is niet houterig zoals in HEX maar aangenaam vloeiend en vlot. Het trendy jongerentaaltje met Engelstalige termen en afkortingen is niet verdwenen, maar stoort deze keer minder, het draagt bij aan de geloofwaardigheid van het hoofdpersonage en lijkt daarom hier een vanzelfsprekendheid.
De auteur staat bekend voor zijn horror, die hier maar mondjesmaat geserveerd wordt. Die zogenaamde griezelscènes maken het geheel niet spannender, misschien omdat horror bij mij eerder lachwekkend dan akelig overkomt.
Thomas Olde Heuvelt ontpopt zich met deze originele eclectische roman tot één van de betere hedendaagse Nederlandstalige vertellers. Het niveau van Stephen King haalt hij niet, maar het gaat wel die richting uit. De sterke opbouw en de fijne literaire schrijfstijl staan garant voor een beklijvende leeservaring.