Advertentie

Recent is het boek ‘De landsadvocaat van Holland’ van Nicolaas Matsier (pseudoniem van Tjit Reinsma) uitgekomen. Het boek gaat vooral over de laatste dagen van raadpensionaris Johan van Oldebarnevelt. Hij zat toen in de gevangenis en het boek van Matsier gaat dus vooral over allerlei gedachten die Van Oldebarnevelt had tijdens zijn detentie.

Dat lijkt op de verhalenbundel ‘Onbepaald vertraagd’. Daarin treden de personages handelend op, maar eigenlijk is dat handelen een spiegel van hun gedachten. Die vullen de lange gedachtenalinea’s aan. ‘Onbepaald vertraagd’ bevat vier verhalen en verscheen in 1979. Ik lees de Salamanderpocket van 1984 (3e druk).

De titel slaat op het denkwerk van alledag. Gedachten zijn vaak associatief, houden zich niet aan de wetten van de logica, poppen niet in chronologische volgorde in het brein op en zijn niet gebonden aan enige ruimte. Matsier slaagt er goed in om gedachten en handelingen op elkaar te betrekken.

Neem bijvoorbeeld het tweede verhaal, dat dezelfde titel heeft als het boek. Het gaat een ik-persoon die moet opstaan, maar blijft liggen. Zijn vrouw vertrekt en zelf dommelt hij weer in. Hij snoozet de wekker, haat het licht worden en haat zichzelf om zijn luiheid. Als hij de bel hoort, voelt hij zich betrapt. Hij probeert zo zachtjes mogelijk op te staan. Wie in een studentenhuis heeft gewoond, zal het gevoel wel herkennen: weten dat je moet studeren, maar geen zin hebben. Stil moeten zijn voor huisgenoten of mopperende buren, daar geen zin in hebben, maar toch doen.

‘Onbepaald vertraagd’ is mijns inziens ook het sterkste verhaal. In de andere verhalen loopt gedachten en handeling zo door elkaar, of stelt de handeling zo weinig voor dat je als lezer wel wat moeite moet doen om je door de tekst te worstelen.

Neem het verhaal ‘De Minnema-variaties’. Het gaat over de getormenteerde schrijver Nanne Minnema, die zijn stukken wil laten publiceren bij een uitgever. De ik-persoon in de functie van redactiesecretaris weigert keer op keer, omdat de stukken onvoldoende kwaliteit vertonen. Minnema zinspeelt op wraak. De ik-persoon sluit het kantoor van de uitgeverij en wil naar huis gaan. Hij heeft de lichten gedoofd en kijkt naar buiten. Daar ziet hij in de schemer iemand aankomen. Matsiers beschrijving van de observaties is prachtig:

‘Ik sta bewegingloos in het onverlichte souterrain. Ik heb mijn jas aan. Ik verroer me niet. Ik luister naar de telefoon. Het is al lang tot me doorgedrongen dat er niemand meer in het gebouw is. Ik houd mijn adem in en knipper niet met mijn ogen. Mijn hart bonst. Daar buiten is dat hoofd, waarvan ik alleen de omtrekken kan zien, tegen de ruit. En hier ben ik, een jas in een donkere kamer, een telefoon tegen het oor. Mijn hart is nu onregelmatig.

Hij staat buiten, ik sta binnen. We bewegen geen van beiden. Ik zal binnen blijven zolang Minnema buiten is. Ik zweet, en heb het koud. Ik val samen met mijn lichamelijke gewaarwordingen. Ik ben gereduceerd tot een bewegingloos lichaam, de gevangene van Minnema’s blik. – Als het hem is. Als het Minnema is die ik zie. Als hij mij ziet. Als het Minnema is die mij ziet. Als ik het ben die Minnema ziet.’

Maar dan beëindigt Matsier het verhaal dat het een droom is. Of dat het lijkt op een droom. Matsier speelt dan ultiem met de vermenging van gedachtewereld en waarneembare werkelijkheid. Dat is knap gedaan. Maar je moet er wel van houden.

Reacties op: Matsier reconstrueert knap alledaagse gedachten in 'Onbepaald vertraagd'

2
Onbepaald vertraagd - Nicolaas Matsier
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie E-book prijsvergelijker