Lezersrecensie
Vooroordelen bevestigd
Wederom is in de roman ‘Het beste voor iedereen’ het eigen werkterrein de bron van inspiratie voor schrijver en psychiater Erik Rozing. In deze roman keert de al in Rozings debuut ‘De psychiater en het meisje’ geïntroduceerde Stella terug.
Stella is een jonge vrouw die is gediagnosticeerd met borderline en al op jonge leeftijd in aanraking komt met de psychiatrie. De lijdensdruk groeit haar definitief boven het hoofd en bij gebrek aan perspectief maakt Stella gebruik van haar recht op zelfbeschikking en neemt contact op met de Einder. Deze organisatie helpt haar aan medicatie waarmee zij een einde aan haar leven kan maken. Erik Rozing ontleent deze thematiek aan ‘Ik laat je gaan’: een door Kim Faber gemaakte documentaire uit 2014 over het zelfbeschikkingsrecht van psychiatrische patiënten.
Als schrijvende psychiater de psychiatrie als inspiratiebron gebruiken brengt het gevaar met zich mee dat de lezer ervan uitgaat dat de roman een louter objectieve weergave van feiten is. Het is immers de specialist die spreekt. Het is makkelijk om uit het oog te verliezen dat er sprake is van fictie.
Uit alle etiketten die er in de psychiatrie voorhanden zijn kiest Rozing uitgerekend voor het stickertje borderline. De vele vooroordelen waaraan de persoonlijkheidsstoornis onderhevig is worden door de auteur volop bevestigd. Stella wordt neergezet als een moeilijke, manipulatieve vrouw die voor elke scheet naar een mes of pillen grijpt. Mogelijk omdat het ten koste gaat van de smeuïgheid laat Erik Rozing de positieve kanten van mensen met borderline onderbelicht.
De arts in het verhaal is een wankel figuur die er moeite mee heeft om professioneel te blijven. Hij gaat veel te ver in het contact met Stella, maar gelukkig heeft hij met haar een “borderliner” voorhanden. Dat biedt volop gelegenheid voor een zondebok en ontslaat de dokter van de plicht zelfreflectie toe te passen. Bovendien doet de ongeloofwaardige onprofessionele patiënt-artsrelatie het boek uiteindelijk afglijden naar het niveau van een doktersromannetje.
Zo’n beetje aan het einde van het qua opbouw rommelige boek propt de schrijver er in een paar bladzijden het Dutchbattrauma van vader erin. Die pagina’s zijn bezaaid met militaire termen die te weinig ruimte krijgen om goed begrepen te kunnen worden en die zijn ontdaan van echt voelbare emotie. Het met elkaar verweven van levens en trauma’s van zowel vader als dochter had meer diepgang opgeleverd en had het boek minder eenzijdig gemaakt.