Lezersrecensie
Een zilt eerbetoon aan de Oostendse ziel
Deze recensie werd eerder gepubliceerd op mijn blog GraagGelezen.
Wie wel eens op een Oostends terras heeft gezeten terwijl de zeewind de geur van zout en verse vis aanvoert, weet dat de stad een eigen hartslag heeft. In 'Schotse schullen' vangt auteur Geert Barbier die hartslag in zijn verhalen. Het resultaat is geen stoffige geschiedschrijving, maar een levendig, teder en soms prettig surrealistisch portret van de Koningin der Badsteden.
Barbier bewijst zich in deze bundel als een echte rasverteller. Hij hanteert een volks ritme dat doet denken aan de mondelinge overlevering: verhalen die je vertelt aan de toog of, zoals de ondertitel suggereert, bij een portie totjes en Schotse schullen.
De kracht van de bundel zit in de afwisseling.
We lezen over historische iconen: we zien James Ensor na middernacht door de duinen dwalen en voelen de weemoed van een terugkerende Arno.
Dan is er ook nog de gewone mens: vissers die de horizon voorbijvaren en de strijd met de elementen aangaan.
Een meeuw met een menselijk hart herinnert ons eraan dat in Oostende de grens tussen mythe en werkelijkheid flinterdun is.
“Op een dag zat de schrijver van deze verhaaltjes mistroostig uit het venster te kijken. Het was grijs overtrokken, dat was het al meer dan een week. Het moest regenen, maar er viel niets. Het was warm, te warm – want de schrijver woont in Thailand en daar is het altijd wel een stukje warmer dan in Oostende.
Hij zat te denken over een nieuw verhaal, maar de inspiratie wilde ook al niet komen. Zou hij wat in de tuin werken? Ineens ziet hij vanuit een ooghoek iets groots en donkers aan het venster verschijnen. Hij kijkt om, en wat staat daar? Een grote vogel! Niet zomaar een grote vogel, maar een enorm beest, met serieuze klauwen.”
De teksten van Barbier zijn rijk in taal en eerlijk. Hij schuwt de nostalgie niet, maar laat het nergens stroperig worden. Het blijft rauw, zoals de stad zelf.
De samenwerking met illustrator Martine Dosselaere tilt het boek naar een hoger niveau. Haar sfeervolle beelden zorgen ervoor dat de verhalen niet alleen gelezen, maar ook 'gezien' worden. De illustraties vormen de visuele lijm die de verschillende vertellingen verbindt tot een tastbaar stukje erfgoed uit Oostende.
Schotse schullen is een must-read voor iedereen die houdt van Oostende, van sterke verhalen en van de unieke melancholie die alleen aan de kust te vinden is. Het is een warm, eigenzinnig boek dat ruikt naar de zee en smaakt naar meer.
Wie wel eens op een Oostends terras heeft gezeten terwijl de zeewind de geur van zout en verse vis aanvoert, weet dat de stad een eigen hartslag heeft. In 'Schotse schullen' vangt auteur Geert Barbier die hartslag in zijn verhalen. Het resultaat is geen stoffige geschiedschrijving, maar een levendig, teder en soms prettig surrealistisch portret van de Koningin der Badsteden.
Barbier bewijst zich in deze bundel als een echte rasverteller. Hij hanteert een volks ritme dat doet denken aan de mondelinge overlevering: verhalen die je vertelt aan de toog of, zoals de ondertitel suggereert, bij een portie totjes en Schotse schullen.
De kracht van de bundel zit in de afwisseling.
We lezen over historische iconen: we zien James Ensor na middernacht door de duinen dwalen en voelen de weemoed van een terugkerende Arno.
Dan is er ook nog de gewone mens: vissers die de horizon voorbijvaren en de strijd met de elementen aangaan.
Een meeuw met een menselijk hart herinnert ons eraan dat in Oostende de grens tussen mythe en werkelijkheid flinterdun is.
“Op een dag zat de schrijver van deze verhaaltjes mistroostig uit het venster te kijken. Het was grijs overtrokken, dat was het al meer dan een week. Het moest regenen, maar er viel niets. Het was warm, te warm – want de schrijver woont in Thailand en daar is het altijd wel een stukje warmer dan in Oostende.
Hij zat te denken over een nieuw verhaal, maar de inspiratie wilde ook al niet komen. Zou hij wat in de tuin werken? Ineens ziet hij vanuit een ooghoek iets groots en donkers aan het venster verschijnen. Hij kijkt om, en wat staat daar? Een grote vogel! Niet zomaar een grote vogel, maar een enorm beest, met serieuze klauwen.”
De teksten van Barbier zijn rijk in taal en eerlijk. Hij schuwt de nostalgie niet, maar laat het nergens stroperig worden. Het blijft rauw, zoals de stad zelf.
De samenwerking met illustrator Martine Dosselaere tilt het boek naar een hoger niveau. Haar sfeervolle beelden zorgen ervoor dat de verhalen niet alleen gelezen, maar ook 'gezien' worden. De illustraties vormen de visuele lijm die de verschillende vertellingen verbindt tot een tastbaar stukje erfgoed uit Oostende.
Schotse schullen is een must-read voor iedereen die houdt van Oostende, van sterke verhalen en van de unieke melancholie die alleen aan de kust te vinden is. Het is een warm, eigenzinnig boek dat ruikt naar de zee en smaakt naar meer.
1
Reageer op deze recensie
