Advertentie

Frank Hamer werd (wereld)beroemd na zijn succesvolle commissie als leider van de Gibsland-posse die in 1934 een einde maakte aan de gewelddadige odyssee van The (Bonnie & Clyde) Barrow Gang.

Sommige Amazon-recensies verwijzen al wie een gedegen biografie van Frank Hamer wenst te lezen door naar John Boessenecker’s “Texas Ranger : The Epic Life of Frank Hamer, the Man Who Killed Bonnie and Clyde” uit 2016.
Het boek trekt die lezers aan die meer willen lezen over de achtergrond van het Bonnie-and-Clyde-tijdperk, maar vervalt in sommige hoofdstukken in ’n droge opsomming van de vele politieopdrachten van Frank Hamer.

John Boessenecker, historicus en auteur, is zelf advocaat en gewezen politieagent.

Frank Hamer (°1884) komt in 1906, op z’n 22ste, bij de Texas Rangers terecht, na het jaar ervoor de Pecos County Sheriff Barker spontaan geholpen te hebben bij de arrestatie van ’n paardendief.
Zijn eerste jaren bij deze politie-elite is hij actief in Zuid-West Texas, aan de Rio Grande-grens met Mexico, in de zogenaamde Big Bend Country ten zuiden van de Chisos Mountains (voormalig Mescalero Apaches gebied).
De Texas Rangers verkregen wereldwijde erkenning door hun rol in de Mexicaanse Oorlog, waarbij ze bewezen met hun professionele uitrusting geduchte vechtjassen te zijn in de dorre omstandigheden van de woestijn van toenmalig Noord-Mexico. Hun meedogenloze taktiek gaf hun de bijnaam “Los Diablos Tejanos”, en in reputatie en eer kwamen zij in de ogen van de Anglo-Texanen op de 2de plaats net na de martelaars van de Alamo.
In de 2de helft van de 19de eeuw stonden ze in voor de beveiliging van de Rio Grande-regio tegen aanvallen van Mexicaanse guerillas of indianen.

Later, in 1907, wordt Hamer aangesteld in Oost-Texas, waar hij, volgens de auteur, zou uitblinken in beschermingsopdrachten van zwarte criminelen die van moord of verkrachting werden beschuldigd, omdat in een door rassenconflicten geteisterde regio dergelijke negers het risico liepen vóór de rechtsspraak op voorhand gelyncht te worden. De auteur lijkt zich op dit onderwerp, in dit en in vele hoofstukken hierna, zodanig obstinaat te focusseren, dat de lezer begint door te bladeren.
In mei 1930 krijgt Frank Hamer een mentale opdoffer, wanneer hij er niet in slaagt om de zwarte verkrachter George Hughes heelhuids uit het gerechtsgebouw van Sherman te krijgen, dat tijdens één van de meest beruchte opstanden en lynchpartijen in vlammen opgaat, tesamen met het grootste gedeelte van de zwarte wijk van de stad. Politie, Texas Rangers, en National Guard hebben de grootste moeite om één van de grootste rassenrellen ooit onder controle te krijgen. Gezaghebbers zullen zich later proberen te distanciëren van het geweld door te verklaren dat de “mob” grotendeels uit andere steden afkomstig was. Maar ook de zwarte pers zal zich bezondigen aan desinformatie : G.Hughes zou zijn slachtoffer helemaal niet hebben verkracht maar er ’n relatie mee hebben gehad, maar er is geen uitleg waarom hij dan met ’n shotgun haar huis is binnengedrongen. Ook deze George, no hero at all.

Na zijn eerste periode bij de Texas Rangers is Frank Hamer enkele jaren marschal in Navasota. In 2013 wordt hij in de stad vereeuwigd met een meer dan levensgroot bronzen standbeeld tegenover het stadhuis.

In 1915 vervoegt hij terug de Texas Rangers om hen bij te staan in de fameuze “Bandit War”, een invasie van Mexicaanse criminelen die Zuid-Texas teisterden met dodelijke aanvallen en raids tegen Amerikaanse ranchers.
“The Bandit War” was een uitvloeisel van de proclamatie van “The Plan of San Diego” een half jaar voordien. Dit manifesto had de bedoeling om Mexicaans grondgebied dat in de Mexicaanse Oorlog verloren was te heroveren, en “uit te zuiveren” van blanken m.b.v. een full-scale rassenoorlog : alle soldaten moesten of Hispanic of negro of Japans zijn (?), en alle blanke mannen boven de 16 in de regio moesten worden vermoord (!).

In San Angelo wordt hij Special Ranger voor de Cattle Raisers Association of Texas (een functie die omschreven kan worden als “vee-detective”).

“The Murder Machine” was een criminele praktijk om kleine boefjes of andere inhalige criminelen naar een gesimuleerde bankoverval te lokken, alwaar medeplichtigen aan de bank op de uitkijk stonden om de “bankovervallers” af te knallen en de beloofde premie van de bank op te strijken.
Met de uitvinding van de trein begonnen bankovervallen door bendes die zich tussen verschillende staten heen en weer konden reppen een plaag te worden in het Oude Westen. Hun nemesis was uiteindelijk de Pinkerton National Detective Agency, de voorloper van de FBI in de jaren 1870. Deze agenten werden in privédienst genomen door banken en ondernemingen en werden toen nog niet gehinderd door “jurisdictional niceties”.
In de late jaren 1920 gaf de Texas Bankers Association een premie van 500$ voor elke dode bankovervaller met een heel duidelijke boodschap : “The Association will not pay one penny for the arrest or conviction of bank robbers … killing … is the only effective way to stop bank robberies in Texas. We want dead bank bandits and no other kind”. Wat aanvankelijk bedoeld was als de bestrijding van een dodelijk gewelddadige plaag, ontspoorde in de praktijk zelf tot criminele activeiten.
Frank Hamer was mee betrokken in de bestrijding van deze nieuwe vorm van criminaliteit.

In 1932 wordt “Ma Ferguson” van de Democraten verkozen tot gouverneur van de staat Texas (zij was één van de twee eerste vrouwen die in de USA voor het ambt worden verkozen). In tijden van Depressie werd overgegaan tot ingrijpende besparingen in de overheidsuitgaven, zo ook voor de Texas Rangers, die werden gedecimeerd. Omdat de Rangers openlijk sympatiseerden met de tegenkandidaat en voorganger Ross Sterling (die de agency veel gunstiger gezind was) werden alle toenmalige dienstdoende Rangers collectief ontslagen. Frank Hamer die de bui al op voorhand had zien hangen nam op 1 november 1932 onbepaald verlof om te kunnen lobbyen voor de functie van U.S.Marshal voor het Western District of Texas met hoofdkwartier in El Paso (het uiterste westen van Texas). In zijn plaats bij de Texas Rangers kwam z’n eigen oudere broer Estill (die later nog mee een rol zou spelen in de jacht op Bonnie en Clyde).

Hierdoor bleef Hamer in 1933 voor het grootste gedeelte werkloos.

Echter, op 1 februari 1934 wordt hij plots persoonlijk bij hem thuis benaderd : de directeur van het Texas Prison System, Lee Simons, vraagt hem een onderzoek en een posse te leiden die een einde moet maken aan de dodelijke strooptochten van de Barrow Gang. Als Hamer de bevestiging krijgt dat hij kan beschikken over een nagenoeg vrije hand en de volledige steun van Simons, neemt hij prompt de opdracht aan.

En zo begint de beroemde sage van het einde van het criminele duo Clyde Barrow & Bonnie Parker.

Frappant in dit boek (uitgegeven in 2016) is dat de auteur meteen een aantal mythes en misvattingen ontkracht die in de literatuur over Bonnie & Clyde in het verleden de ronde deden (zo o.a. in “Go Down Together” van Jeff Guinn in 2009).

Zo zou Clyde Barrow vóór zijn echt gewelddadige periode in de Eastham Prison Farm gevangenis meermaals verkracht zijn door een mede-gevangene (Ed Crowder) die hij uit weerwraak vermoord zou hebben. Het voorval wordt aangegrepen om ’n psychologische argumentatie te geven aan de moorden die Clyde later pleegt. In werkelijkheid is de bewuste Crowder door iemand anders vermoord en is er van het verhaal niets aan.

Over Bonnie Parker doet ook de mythe de ronde dat zij “per ongeluk” zich het imago van de “gun moll” op de hals heeft gehaald : ze laat zich fotograferen met een gestolen auto, een gestolen politierevolver, en een sigaarstomp tussen de lippen, in de beroemde “sigaarfoto” die haar meest verspreide foto in de geschiedenis zal worden. Later zou ze hier spijt over gehad hebben, omdat haar misdaad er enkel in zou bestaan hebben om het liefje van de moordende Clyde te zijn zonder zelf ook maar één kogel te hebben afgevuurd.
Volgens gewezen rechercheur Boessenecker was Bonnie wel degelijk een “gun moll”, die heel actief deelnam aan talloze schietpartijen. In Lucerne, Indiana zou ze na ’n mislukte bankoverval op ongewapende voorbijgangers hebben geschoten én verwond, en nogmaals in Okabena, Minnesota waartussen zich ook een schoolbus met kinderen bevond. Ze zou met alle hevigheid hebben deelgenomen aan de schietpartij in Dexfield Park, Iowa (waar Clyde’s broer Buck dodelijk wordt verwond). En in de meest spraakmakende moordpartij, op paaszondag 1 april 1934, waar twee jonge politieagenten van de motorbrigade zonder mededogen door twee leden van de Barrow-gang werden doodgeschoten, zou zij, naast Clyde himself, wel degelijk één van de twee daders geweest zijn.

Op 23 mei 1934, na ‘n maandenlange achtervolging doorheen Texas en de aangrenzende staten, slaagt de posse van Frank Hamer er in ’n valstrik op te zetten in Bienville Parish, Louisiana, waar Bonnie & Clyde at point-blank range worden doorzeefd.
Later verklaarde Hamer hierover : “If you are an officer sworn to do your duty you can’t afford to feel mercy for such murdering rats, whether they are male or female”.

Toen bekende Amerikanen en journalisten suggereerden dat Hamer best zou kunnen ingezet worden in de jacht op John Dillinger was de FBI-baas J.Edgar Hoover razend. Uiteindelijk werd Dillinger op 22 juli 1934 in Chicago doodgeschoten, en dit, tot zijn grote opluchting, door een FBI-agent, Charles Winstead (de jaloezie van Hoover nam echter zulkdanige ziekelijke proporties aan dat de FBI-agent die de leiding over de operatie had, Melvin Purvis, door Hoover uit het Bureau werd buitengewerkt).

In juli 1936 richt Frank Hamer samen met de gewezen Houston-politiechef Roy T.Rogers een privé-bewakingsfirma op, die onder de cliënten o.a. Gulf Oil en Texas Company (Texaco) telt, en die voornamelijk havenfaciliteiten beschermt tegen stakingsgeweld. De exacte rol van hun activiteiten was omstreden.

In de jaren van Eisenhower als president probeert Hamer opnieuw (maar tevergeefs) te lobbyen voor de functie van U.S.Marshal voor het Western District of Texas.

12 jaar na z’n dood in 1955 was Hamer nog beroemd in Texas, maar nationaal vervaagde zijn faam, totdat in 1967 de fameuze “Bonnie and Clyde”-film uitkwam, met Faye Dunaway en Warren Beatty in de B&C-hoofdrollen. De film won weliswaar twee Academy Awards, maar gaf ’n totaal vervalst beeld van Frank Hamer (gespeeld door Denver Pyle) waarin hij als ’n laffe en ridicule agent werd voorgesteld. Hamer’s weduwe Gladys spande een rechtszaak in tegen Warner Brothers voor laster en onrechtmatig gebruik van Hamer’s naam, en verkreeg ’n schikking van 20000 $, een voor die tijd niet onaardig bedrag.
Frank Hamer wordt veel later nogmaals vertolkt, door niemand minder dan Kevin Costner, in de 2019 Netflix-film “The Highwaymen”.

Frank Hamer zal in het totaal uiteindelijk 52 gun-fights op z’n palmares hebben staan.

De auteur eindigt z’n biografie met ’n boutade ooit door Frank Hamer zelf uitgesproken (vertaald) : “Als onze soldaten overzee zijn, vechten ze daar voor het behoud van ons land en ons volk. Evenzo vechten politieagenten voor het behoud van onze burgers. Als zij dan in het heetst van de strijd ambtshalve iemand moeten doden worden zij gewoonlijk heel zwaar op de korrel genomen door net die mensen die zij proberen te beschermen.”

Reacties op: Texas Ranger – The Epic Life of Frank Hamer

1
Texas Ranger: The Epic Life of Frank Hamer, the Man Who Killed Bonnie and Clyde - John Boessenecker
Jouw boekenplank Jouw waardering
Jouw recensie   Schrijf een recensie
? Onze partners