Lezersrecensie

Een warm bad in een kille setting


Remko Meddeler Remko Meddeler
30 mrt 2018

Sherlock Holmes is ‘geheimzinnig, overmoedig en uiterst vervelend’. Deze trefzekere woorden gebruikt Dr. John H. Watson ergens aan het eind van Het Huis van Zijde als hij de superspeurder wederom niet kan volgen. Ze verklaren bovendien op perfecte wijze waarom de verhalen van de grootste detective ooit, woonachtig aan 221b Baker Street in Londen, al bijna 125 jaar lang met intense graagte gelezen en bekeken worden. Scenarist en jeugdboekenschrijver Anthony Horowitz (1956) durfde het aan om in de voetsporen te treden van Holmes’ geestelijk vader Sir Arthur Conan Doyle (1859-1930). Dat deden vele anderen voor hem, maar zonder dat ‘de erven Conan Doyle’ er nadrukkelijk mee instemden. Ergo, de lat lag hoog voor Horowitz. Maar hij heeft het op fabuleuze wijze gered. Met slechts een enkele lichte touche.

Londen, november 1890. Koud en donker. Sneeuw in aantocht. Talloze koetsen, hobbelend over keien, beschenen door gaslantaarns. In lompen geklede straatkinderen, naarstig op jacht naar iets eetbaars en een niet al te koude slaapplek. In deze sfeervolle, maar kille setting speelt het blijkbaar meest indrukwekkende Sherlock Holmes-verhaal ooit. Want juist daarom verscheen het niet eerder. De zaak van Het Huis van Zijde was een enorm persoonlijk drama voor Holmes, tijdens welke hij, volgens zijn kamergenoot en chroniqueur Watson, zelfs enige tijd twijfelde of hij zijn rol als raadgevend detective nog wel serieus kon nemen. Uit respect voor zijn vriend liet Watson dit manuscript jarenlang in een kluis liggen. Tot nu dus.

Ondanks alle rillingen die Het Huis van Zijde oproept voelt het boek als een warm bad. Zowel inspecteur Lestrade als de geheimzinnige Dr. Mortimer treden erin op. Er komen duistere landhuizen in voor, waarin de meest onaangename dingen gebeuren. Er wordt gecommuniceerd via telegrammen. En zelfs het gemeenste gespuis wordt met ‘u’ aangesproken. Heerlijk, die Victoriaanse tijd! Een fraaie en slimme toevoeging van Horowitz is de gedoseerde ruimte die de melancholieke Watson-op-leeftijd krijgt om terug te kijken op zijn relatie met Holmes: ‘Toon Holmes een druppel water en hij zou er het bestaan van de Atlantische Oceaan uit afleiden. Toon mij die druppel en ik zou op zoek gaan naar een kraan. Dat was het verschil tussen ons.’ Watson over het Londen van toen: ‘Toen de eeuw ten einde liep, schaamde Londen zich terecht.’ En over Mrs. Hudson, de hospita: ‘Ik wou dat ik meer met haar gepraat had en haar minder voor lief had genomen.’

Af en toe maakt Horowitz een kleine misstap. Als hij die typische Sherlock Holmes atypische dingen laat doen. Holmes trapt geen open deuren in. Holmes aarzelt niet in het openbaar. En Holmes zal zeker niet tegen Watson zeggen: ‘Ik ben heel blij dat je weer bij me bent.’ Aan de andere kant, een misstap is juist wat Het Huis van Zijde zo bijzonder maakt. Het boek beschrijft een prachtzaak, een fijne puzzel die de lezer tot op het allerlaatst bezighoudt en hem of haar opnieuw de wonderlijke werking van ’s werelds beroemdste meesterbrein toont. Puur genot. Ligt er nog iets in die kluis?

Reacties

Meer recensies van Remko Meddeler

Boeken van dezelfde auteur