Lezersrecensie
Een duivelse roman
Vroeger speelde godsdienst een veel grotere rol dan tegenwoordig. ‘Een pact met de duivel sluiten’ is nu slechts een uitdrukking om een afspraak aan te duiden die alleen voor het snelle gewin is, waarbij op de lange duur men toch aan het langste eind trekt. In deze donkere, heftige maar zo schone roman, wordt een letterlijk pact met de duivel gesloten die voor generaties onheil over een familie zal afroepen.
Het is alsof je je begeeft in de donkere middeleeuwen, toen wolven nog door het land zwierven en kinderen en vrouwen opaten, toen struikrovers de wegen nog onveilig maakten en de straffen die werden opgelegd, je de haren op je armen doen rijzen. Het is de afdaling in de hel.
Ik wil een man
Welkom in Huize Clavell, een huis waar al generaties lang slechts weinig mannen wonen en de vrouwen de grote hoeve bestieren, of ze nu dood zijn of dat ze nog leven. Het begon allemaal met de oermoeder Joanna, lelijk als de nacht, die de leeftijd aan haar botten voelde knagen en wanhopig de duivel smeekte haar een complete man te schenken, een erfgenaam met een dak boven zijn hoofd. Ze moest er dan wel een kat voor doden en er allerlei rituelen mee uitvoeren, maar zo kreeg ze waar ze om vroeg. Voordat Joana het besefte was ze getrouwd met Benardí Clavell en trok ze door een woest land, vergeven van wilde dieren en rovers, om bij Benardí’s boerderij aan te komen. Benardí had echter geen rust in zijn kont en trok er met zijn vader op uit om de wolvenplaag te lijf te gaan.
Joana ontdekte tot haar vreugde dat haar man een kleine teen miste: hij was niet compleet en dat wreef ze de duivel in, die er woest vandoor ging. Het duurde even voordat Joana bemerkte dat de duivel het er niet bij had laten zitten: alle kinderen die ze baarde, zelfs de kleinkinderen, misten iets; de een een stuk hart, de andere een poepgat, weer een ander nieren, een geheugen, of het gevoel om pijn te hebben. Een aantal kinderen stierf een vroege dood, andere groeiden op met hun gebreken en zorgden voor heel wat kleurrijk leven in de brouwerij van Huize Clavell.
Een stervende
Het verhaal suist door eeuwen Spaanse geschiedenis, van het donkere einde van 17de eeuw toen delen van Spanje werden geplaagd door talloze meedogenloze roversbenden, tot de moderne tijd waarin het vervoer geen paarden meer nodig heeft en er kleine spiegeltjes voor vermaak zorgen. Toch is de werkelijke duur van de roman slechts één dag: de dag dat de oeroude Bernadeta ziek op bed ligt. Ze komt er hoogstens uit om een soepje op te slurpen, maar het einde van de dag zal ze niet halen.
Dat weten de verzamelde vrouwen, die al lang heen zijn. Samen met Joana, die misschien wel het drukst van het stel is, bereiden ze een feestmaal voor Bernadeta om haar dood te vieren, terwijl Margarida, ook in het hiernamaals, op een stoel de wacht houdt bij de stervende.
De levende vrouwen die er nog zijn, kinderen, kleinkinderen of overgrootkleinkinderen van Joana, dwalen met hun mobiele telefoons door het huis om hun oudtante liefdevol te laten sterven en merken niets van de ophef van de gestorven vrouwen.
Het lot van de mannen
Hoewel er in het huis zelden mannen te vinden zijn – slechts om kinderen te maken of kwaad te doen – spelen zij ook een stevige rol in het verhaal: rovers, jagers, soldaten, deserteurs, onschuldige herders die toch ook hun lusten moeten botvieren, duivels vermomd als dieren en landlopers, trouwe en ontrouwe knechten. De meesten van hen eindigen met een dood die je niemand toewenst. Daar weet Bernadete alles van, want zij kan een ieder vertellen hoe die sterft en in deze roman zijn er slechts enkelen die, zoals Bernadete zelf, rustig sterven in bed.
De roman is deels geïnspireerd door de legendarische bandiet Joan de Serralonga (1594 – 1633), een Spaanse Robin Hood volgens de een, volgens de ander een genadeloze rover die lange tijd Catalonië onveilig maakte. In het verhaal van Irene Solà trouwt hij een dochter van Joana, Margarida, ook al was hij steeds minder thuis en nam hij het niet nauw met de huwelijkse trouw.
De duivel en seks
Het is alsof de schrijfster er een satanisch genoegen in schept om de personages zo lelijk mogelijk af te schilderen. Zowel mannen als vrouwen lijken zo weg te zijn gelopen uit een schilderij van Jeroen Bosch. Ook de hoeve waar het verhaal speelt lijkt een donkere spelonk, waar het schoonmaken nog moet worden uitgevonden. Zelfs de lelijkste vrouw komt uiteindelijk seksueel aan haar trekken, ook al wordt de hulp van de Duivel hiervoor ingeroepen. En de veel voorkomende seks is als een glibberig avontuur waarbij handen over kwabben vet en andere huidplooien strijken. Daarbij komen er tal van verhalen over hoe wreed mensen om het leven zijn gekomen: de middeleeuwen met zijn martelpraktijken komen weer helemaal tot leven.
Een feestmaal met een geit
Er zijn weinig boeken die met zo’n bont palet zijn geschreven. De schrijfster neemt geen blad voor de mond en gebruikt regelmatig heftige beelden om de roman te vervolgen. De ene dag dat Bernadete zal sterven en omgeven wordt door haar nog levende familie is genadeloos ingepakt door die andere wereld van de al gestorven vrouwen met al hun verhalen, die met heel wat plezier een geit slachten en alles gebruiken om er een feestmaal mee voor te bereiden. De doden vertellen, leveren commentaar op de nog levenden en verbazen zich over attributen die de moderne wereld hun huis heeft binnengebracht.
Monumentale vrouwen
Het is een spektakel dat soms het schaamrood op de wangen tovert wegens ontucht en onsmakelijke beelden, maar nog steeds een fantastisch literair feest vormt. Alle zintuigen worden geprikkeld door het verhaal, zoals de smaak met eeuwenoude recepten, de neus met de stank van de duivel, ongenadige beelden van martelpraktijken of de fantasierijke beelden van de vrouwen. Een literair waagstuk dat wroet in de donkere tijden van Spanje. Net als toen Don Quichot en Sancho Pancha over de Spaanse wegen zwierven. Maar Irene Solà heeft haar roman met allesbehalve Don Quichots bevolkt. Zij heeft monumentale vrouwen gecreëerd, die de mannen enkel gebruikten voor de seks, en hun jaloezie, liefde en toewijding een vrije loop lieten. Ik gaf je ogen en je keek in de duisternis is een roman die je na een keer lezen weer snel in de hand neemt om het te herlezen. Een gedenkwaardig stuk literatuur.
Irene sola – Ik gaf je ogen en je keek in de duisternis (Et vaig donar ulls et vas mirar les tenebres, vert. Adri Boon), Cossee 2026
Deze bespreking is ook geplaatst in Smitakis boekenlust, mét leestips: https://smitakisboekenlust.com/irene-sola-ik-gaf-je-ogen-en-je-keek-in-de-duisternis/
Het is alsof je je begeeft in de donkere middeleeuwen, toen wolven nog door het land zwierven en kinderen en vrouwen opaten, toen struikrovers de wegen nog onveilig maakten en de straffen die werden opgelegd, je de haren op je armen doen rijzen. Het is de afdaling in de hel.
Ik wil een man
Welkom in Huize Clavell, een huis waar al generaties lang slechts weinig mannen wonen en de vrouwen de grote hoeve bestieren, of ze nu dood zijn of dat ze nog leven. Het begon allemaal met de oermoeder Joanna, lelijk als de nacht, die de leeftijd aan haar botten voelde knagen en wanhopig de duivel smeekte haar een complete man te schenken, een erfgenaam met een dak boven zijn hoofd. Ze moest er dan wel een kat voor doden en er allerlei rituelen mee uitvoeren, maar zo kreeg ze waar ze om vroeg. Voordat Joana het besefte was ze getrouwd met Benardí Clavell en trok ze door een woest land, vergeven van wilde dieren en rovers, om bij Benardí’s boerderij aan te komen. Benardí had echter geen rust in zijn kont en trok er met zijn vader op uit om de wolvenplaag te lijf te gaan.
Joana ontdekte tot haar vreugde dat haar man een kleine teen miste: hij was niet compleet en dat wreef ze de duivel in, die er woest vandoor ging. Het duurde even voordat Joana bemerkte dat de duivel het er niet bij had laten zitten: alle kinderen die ze baarde, zelfs de kleinkinderen, misten iets; de een een stuk hart, de andere een poepgat, weer een ander nieren, een geheugen, of het gevoel om pijn te hebben. Een aantal kinderen stierf een vroege dood, andere groeiden op met hun gebreken en zorgden voor heel wat kleurrijk leven in de brouwerij van Huize Clavell.
Een stervende
Het verhaal suist door eeuwen Spaanse geschiedenis, van het donkere einde van 17de eeuw toen delen van Spanje werden geplaagd door talloze meedogenloze roversbenden, tot de moderne tijd waarin het vervoer geen paarden meer nodig heeft en er kleine spiegeltjes voor vermaak zorgen. Toch is de werkelijke duur van de roman slechts één dag: de dag dat de oeroude Bernadeta ziek op bed ligt. Ze komt er hoogstens uit om een soepje op te slurpen, maar het einde van de dag zal ze niet halen.
Dat weten de verzamelde vrouwen, die al lang heen zijn. Samen met Joana, die misschien wel het drukst van het stel is, bereiden ze een feestmaal voor Bernadeta om haar dood te vieren, terwijl Margarida, ook in het hiernamaals, op een stoel de wacht houdt bij de stervende.
De levende vrouwen die er nog zijn, kinderen, kleinkinderen of overgrootkleinkinderen van Joana, dwalen met hun mobiele telefoons door het huis om hun oudtante liefdevol te laten sterven en merken niets van de ophef van de gestorven vrouwen.
Het lot van de mannen
Hoewel er in het huis zelden mannen te vinden zijn – slechts om kinderen te maken of kwaad te doen – spelen zij ook een stevige rol in het verhaal: rovers, jagers, soldaten, deserteurs, onschuldige herders die toch ook hun lusten moeten botvieren, duivels vermomd als dieren en landlopers, trouwe en ontrouwe knechten. De meesten van hen eindigen met een dood die je niemand toewenst. Daar weet Bernadete alles van, want zij kan een ieder vertellen hoe die sterft en in deze roman zijn er slechts enkelen die, zoals Bernadete zelf, rustig sterven in bed.
De roman is deels geïnspireerd door de legendarische bandiet Joan de Serralonga (1594 – 1633), een Spaanse Robin Hood volgens de een, volgens de ander een genadeloze rover die lange tijd Catalonië onveilig maakte. In het verhaal van Irene Solà trouwt hij een dochter van Joana, Margarida, ook al was hij steeds minder thuis en nam hij het niet nauw met de huwelijkse trouw.
De duivel en seks
Het is alsof de schrijfster er een satanisch genoegen in schept om de personages zo lelijk mogelijk af te schilderen. Zowel mannen als vrouwen lijken zo weg te zijn gelopen uit een schilderij van Jeroen Bosch. Ook de hoeve waar het verhaal speelt lijkt een donkere spelonk, waar het schoonmaken nog moet worden uitgevonden. Zelfs de lelijkste vrouw komt uiteindelijk seksueel aan haar trekken, ook al wordt de hulp van de Duivel hiervoor ingeroepen. En de veel voorkomende seks is als een glibberig avontuur waarbij handen over kwabben vet en andere huidplooien strijken. Daarbij komen er tal van verhalen over hoe wreed mensen om het leven zijn gekomen: de middeleeuwen met zijn martelpraktijken komen weer helemaal tot leven.
Een feestmaal met een geit
Er zijn weinig boeken die met zo’n bont palet zijn geschreven. De schrijfster neemt geen blad voor de mond en gebruikt regelmatig heftige beelden om de roman te vervolgen. De ene dag dat Bernadete zal sterven en omgeven wordt door haar nog levende familie is genadeloos ingepakt door die andere wereld van de al gestorven vrouwen met al hun verhalen, die met heel wat plezier een geit slachten en alles gebruiken om er een feestmaal mee voor te bereiden. De doden vertellen, leveren commentaar op de nog levenden en verbazen zich over attributen die de moderne wereld hun huis heeft binnengebracht.
Monumentale vrouwen
Het is een spektakel dat soms het schaamrood op de wangen tovert wegens ontucht en onsmakelijke beelden, maar nog steeds een fantastisch literair feest vormt. Alle zintuigen worden geprikkeld door het verhaal, zoals de smaak met eeuwenoude recepten, de neus met de stank van de duivel, ongenadige beelden van martelpraktijken of de fantasierijke beelden van de vrouwen. Een literair waagstuk dat wroet in de donkere tijden van Spanje. Net als toen Don Quichot en Sancho Pancha over de Spaanse wegen zwierven. Maar Irene Solà heeft haar roman met allesbehalve Don Quichots bevolkt. Zij heeft monumentale vrouwen gecreëerd, die de mannen enkel gebruikten voor de seks, en hun jaloezie, liefde en toewijding een vrije loop lieten. Ik gaf je ogen en je keek in de duisternis is een roman die je na een keer lezen weer snel in de hand neemt om het te herlezen. Een gedenkwaardig stuk literatuur.
Irene sola – Ik gaf je ogen en je keek in de duisternis (Et vaig donar ulls et vas mirar les tenebres, vert. Adri Boon), Cossee 2026
Deze bespreking is ook geplaatst in Smitakis boekenlust, mét leestips: https://smitakisboekenlust.com/irene-sola-ik-gaf-je-ogen-en-je-keek-in-de-duisternis/
1
Reageer op deze recensie
