Familiegeschiedenissen zijn meestal behoorlijk lijvige boekwerken, waarin chronologisch een familielijn wordt gevolgd, vaak over ongeveer vijf generaties. Het boek Aleksandra, van Lisa Weeda, een Nederlandse schrijfster met Russisch-Oekraiense roots, is in de basis ook een familiegeschiedenis, maar dan één die alle conventies van het genre op zijn kop zet.

Lisa’s oma, Aleksandra, werd in 1924 geboren in wat nu oost-Oekraïne is. Daar maakte ze landonteigeningen mee en de hongersnood, waarna ze in de Tweede Wereldoorlog ook nog eens te werk werd gesteld in Duitsland. Na de oorlog kwam zij in Nederland terecht, waar ze altijd is blijven wonen, kinderen heeft gekregen en kleinkinderen. Er zit voldoende dramatiek in die geschiedenis om er een chronologisch familieverhaal over te schrijven. Maar chronologie aanbrengen is iets dat je hier als lezer zelf moet doen, door de losse fragmenten zelf op de juiste volgorde aan elkaar te plakken. Evengoed blijf je dan nog met grote lacunes zitten.

In het begin vond ik dit boek best verwarrend, omdat het perspectief steeds - bijna ongemerkt - wisselt, het verhaal kriskras door de tijd springt en er een enorme hoeveelheid aan namen de revue passeert. Dat verschillende personen in de familie dezelfde naam hebben helpt niet, en dat geldt ook voor de neiging van Oekraïners om namen af te korten, of om een neef of achterneef als broer aan te spreken. Ook droom, fantasie en werkelijkheid lopen zo vloeiend in elkaar over dat je af en toe even een paar zinnen terug moet gaan om nog eens vast te stellen waar je je eigenlijk bevindt.

Toch wende het wel. Dat komt doordat bepaalde elementen steeds terugkeren en houvast geven. Bijvoorbeeld een gesprek tussen Lisa en haar overgrootvader Nikolaj, die al sinds 1953 dood is en nog altijd wacht op de terugkomst van zijn dochter Aleksandra. Die gesprekken vinden plaats in een soort schemerzone tussen leven en dood. Nikolaj haalt herinneringen op aan vroeger, die vaak overlopen in de verhalen die Aleksandra aan haar kleindochter Lisa heeft verteld en in herinneringen en fantasieën van Lisa zelf. Af en toe gaan die drie stemmen ineens over in een meer verhalende, objectieve, vertelstem, alsof je een meer conventioneel verhaal aan het lezen bent.

Een ander terugkerend element is het verhaal van de familieleden die in 2014 ineens in de zelfverklaarde volksrepubliek Loegansk zijn komen te wonen. Niet dat ze verhuisd zijn: de republiek is op een dag uitgeroepen op de plek waar zij toevallig woonden en scheurt de familie uiteen in verschillende kampen. Deze delen van het verhaal worden verteld door de voorouders. Die nemen de gedaante aan van witte herten met een gouden pijl in hun flank, symbool van de Don Kozakken, een volk dat traditioneel in dit gebied woonde, en waar Lisa’s familie van afstamt. Deze herten zijn in het boek afgebeeld tussen de verschillende paragrafen.

In het licht van wat er nu, op het moment dat ik dit schrijf, in Oekraïne gebeurt, de Russische invasie en de oorlog, is er eigenlijk geen actueler en relevanter (Nederlands) boek dat je kan lezen dan dit boek. Op de achtergrond krijg je namelijk flink wat informatie mee over de geschiedenis van Oekraïne en het huidige conflict. Dit klinkt misschien alsof het een non-fictie boek is, maar net als het Don-bekken op de grens van Rusland en Oekraine ligt, bevindt dit boek zich op de grens van fictie en non-fictie. Werkelijkheid, droom en fantasie lopen hier door elkaar tot een wonderlijk, origineel, vaak verdrietig en wreed maar uiteindelijk toch vooral een heel meeslepend verhaal.

Reacties op: Bijzondere familiegeschiedenis